Ik snap 'm niet
[intro]Hoeveel merknamen hebben een nep-Italiaanse naam in de Nederlandse supermarkt, denk je? (Spoiler: meer dan je pasta-minnende hart aankan) En waarom trappen we daar massaal in? JP Pellemans (ja, dé JP van Lingo) schreef zijn tweede boek: Het ABC van JP 2. Op taalavontuur door de supermarkt. In de supermarkt komen we allemaal, maar wat zit er voor historie achter de bekende merknamen? Bonus: JP loste voor mij een probleem op waar ik al mijn leven lang naar zocht: het gebrek aan een Nederlands woord voor siblings. De middeleeuwse Nederlander gebruikte daarvoor het woord ‘sibbe’. Dit is dus niet alleen een (lovende!) recensie over Het ABC van JP 2, maar ook een vurig pleidooi voor de comeback van ‘sibbe’![/intro]
Door Hinke van Minnen
In mijn familie hoor ik al jaren waarom Aviko zo heet: Aardappelverwerkende industrie Keppel en omstreken. Vooral mijn opa is is een wandelende encyclopedie wat betreft dit soort feitjes. Dat maakt dat dit boek voor mij echt een familieaangelegenheid is. Dat ‘sibbe’ in een boek over merknamen staat, is trouwens geen toeval. Pellemans duikt in de namen die voortgekomen zijn uit families, zoals Venz (de Vries en Zonen). Dat zijn er veel meer dan je denkt; het stopt echt niet bij Haribo (Hans Riegel uit Bonn).
Het ABC van JP 2 is praktisch opgedeeld in vijf hoofdstukken, met elk een eigen thema. Net zoals in vrijwel elke supermarkt begin je braaf bij de groente. Hoewel de opbouw per merk herkenbaar is, wordt het nergens een droge opsomming. JP heeft het boek namelijk interactief gemaakt: via QR-codes vliegen nostalgische reclamepareltjes je om de oren. Probeer dat Chiquita-liedje daarna nog maar eens uit je hoofd te krijgen…
Tussen de weetjes door vind je grappige fotostrips van Ype Driessen en duikt JP zelf geregeld op in een tekstballonnetje voor een persoonlijke noot. Hij strooit met anekdotes over zijn studietijd of legt haarfijn uit hoe het nu echt zit met de umlaut.
Dit boek is een goudmijn voor de taalliefhebber en voor iedereen die tijdens een pubquiz eindelijk de blits wil maken met het antwoord op de vraag: "Naar wie is Joppiesaus vernoemd?" Het is geen boek om in één ruk uit te lezen; daarvoor is de informatiedichtheid simpelweg te hoog (je geheugen heeft ook een houdbaarheidsdatum).
Mijn advies? Blader er lekker in, lees een pagina vlak voordat je naar een kringverjaardag vertrekt en je hebt gegarandeerd een nieuw taalraadsel om je sibbe mee te vermaken!
Is dit boek wat voor jou?
JA: als je familie en vrienden omver wilt blazen met al je talige kennis en funfacts over merken die iedereen kent, of als je gewoon een zwak hebt voor taal-etiketjes. Wil je kans maken op dit boek? Doe dan mee aan de winactie!
NEE: als jouw familie nog erger is dan de mijne of je de herkomst van elk potje augurken al uit je hoofd kent. Of als je niet geïnteresseerd bent in taal. Maar wat doe je dan op deze website?
- Auteur: JP Pellemans, met fotostrips van Ype Driessen
- Uitgever: Thomas Rap
- Jaar: 2026
- Pagina’s: 144
- Prijs: €21,99 als paperback, €12,99 als e-book
- Bestellen? Dat kan!
[intro] Wie zoet is krijgt lekkers ... En dat geldt absoluut voor het laatste boek van René Dings. Van Appelbol tot Zeeuwse bolus, elk hoofdstuk is heerlijk om te lezen! [/intro]
Wat gaat er verloren als een taal niet meer klinkt? Dat is dé vraag die tijdens het lezen van Kwetsbare talen continu aanwezig is. Niet-kwetsbare talen als Engels en Spaans worden in de hedendaagse samenleving wereldwijd en in toenemende mate gesproken. Talen die (veel) minder sprekers kennen, dreigen daardoor uit te sterven. Kwetsbare talen vestigt de aandacht op dat proces, en gunt de lezer een inkijkje in het unieke karakter van enkele met uitsterven bedreigde talen. [/intro]
Door Bastiaan Weldring
In zes hoofdstukken, onderverdeeld per werelddeel, behandelt auteur Ginny Naish vijf talen per continent. De snelheid waarmee die talen dreigen uit te sterven verschilt onderling. Zonder uitzondering echter betreffen het talen met een (klank)rijke geschiedenis, wat het des te treuriger maakt dat hun toekomst zo ongewis is.
Belangrijk aan de vraag wat er verloren gaat als een taal niet meer klinkt, is het woord 'klinken'. Een taal klinkt alleen als men de taal actief en in het dagelijks leven spreekt. Ter illustratie daarvan opent de auteur het eerste hoofdstuk met de Noord-Amerikaanse Karok-stam en hun gelijknamige taal, die de stam vermoedelijk al 5000 jaar spreekt. Het aantal hedendaagse sprekers: twaalf! Dat hoeft nog niet het einde van de taal te betekenen.
Zo beschrijft Naish het mentor-leerlingimmersieprogramma dat een groepje vrijwilligers heeft opgezet om de taal levend te houden: drie jaar lang brachten jonge sprekers veertig uur per week door met oude moedertaalsprekers om zich de taal eigen te maken. Daardoor zijn er nu vier jonge Karok die het Karok als eerste taal spreken. Een erg precaire situatie dus, met allesbehalve zekerheid over wat de toekomst de taal zal brengen. Maar naast het besef dat die wellicht uitsterft, geeft het voorbeeld ook hoop. De energie die men steekt in het proberen te behouden van de taal is bewonderenswaardig.
Een ander bemoedigend voorbeeld is de heropleving van het Cornisch. Deze taal stierf eind achttiende eeuw uit als gevolg van het dominanter wordende Engels in de streek. Doordat de taal destijds al uitgebreid gedocumenteerd was – en de wetenschappelijke belangstelling ervoor nooit verdween – zijn er tegenwoordig inmiddels weer meer dan 500 sprekers van de taal te vinden in de omgeving van Cornwall. Het goed documenteren van een taal loont dus! Vergelijkbare initiatieven zijn in meerdere werelddelen terug te vinden, zo blijkt uit de paragrafen in het boek.
Graag zou ik met een positieve noot afsluiten, maar wil ik het boek recht doen –en dat verdient het!– dan moet ik erkennen dat het boek een treurige ondertoon heeft. Hoe kan het ook anders: klanken en woorden die gedurende duizenden jaren zijn gebruikt om liefde of treurnis uit te drukken en die uit de kelen van velen kwamen, raken in de vergetelheid. Dat ís een treurig gegeven. En daarom is het fijn dat dit boek er is, voor het besef dat het creëert: als een taal niet meer klinkt, gaat er meer verloren dan een extern stel woorden. Taal maakt ons tot wie we zijn, en bekommering erom is niets anders dan zelfzorg.