Boekrecensie: Over straatnamen met name

Waarom onze straten heten zoals ze heten

René Dings is bij taalliefhebbers voornamelijk bekend als de oprichter van Signalering Onjuist Spatiegebruik (SOS) en het succesvolle boek ‘Weg om legging’, maar wat de meeste mensen niet weten, is dat hij eigenlijk ontwerper is. En zoals een ontwerper betaamt, vraagt hij zich bij alles wat hij ziet af hoe het gemaakt is, hoe het werkt en of het met een kleine aanpassing niet nog beter zou kunnen zijn. Met die blik en vanuit zijn liefde voor taal, geschiedenis en nutteloze feitjes is Dings in de wereld van straatnamen gedoken, met als resultaat het boek ‘Over straatnamen met name’.

Door Fieke van der Perk

In elf hoofdstukken bespreekt de ontwerper honderden straatnamen en de, in sommige gevallen, onverwachte verhalen die erachter schuilgaan. Al lezend betrapte ik mezelf erop dat ik steeds weer dacht: “O goh, wat grappig!”

Je staat waarschijnlijk zelden stil bij de oorsprong van straatnamen. Ooit – lang geleden – bestonden ze ook niet. Iets waar we ons nu niets meer bij kunnen voorstellen, want wat voer je dan in in je navigatiesysteem? Maar straatnamen ontstonden. De straat naar de kerk noemde men de ‘Kerkstraat’ en de weg naar de molen was de ‘Molenweg’. Dings vertelt in het boek hoe in de zestiende eeuw het besef rees dat straatnamen niet spontaan hoeven te ontstaan, maar dat je ze ook kunt bedenken. Alleen, wie bedenkt ze dan en waar moet een goede straatnaam aan voldoen? Dings gaat gelukkig verder dan enkel de etymologie van straatnamen; hij bespreekt ze in de breedst mogelijke vorm. Wat is de langste straatnaam in Nederland? En wat is de kortste? De vreemdste? De leukste? Welke invloed heeft een straatnaam eigenlijk?

Bovendien worden niet alleen bestaande straatnamen besproken, Dings laat ook zijn fantasie de vrije loop over namen die uit taalkundig oogpunt pareltjes zouden zijn. Wat dacht je van palindromen als Taartstraat of Naaldlaan? Ik was, als fervent monopolyspeler, aangenaam verrast dat ook de straten uit dit spel een plek in Dings boek hebben gekregen en verbaasde me over het verhaal achter de keuze voor deze straten. Alle voorbeelden en de korte anekdotes tussendoor maken dat het boek lekker wegleest. Je zou het zo in één ruk uit kunnen lezen, maar je kunt het ook gerust een week wegleggen om je vervolgens precies te herinneren waar je gebleven bent als je het boek weer openslaat.

Is dit boek geschikt voor jou?

JA: Als je geïnteresseerd bent in de wereld om je heen, geregeld op straat naar de naamborden kijkt of terwijl je een envelop adresseert je weleens afvraagt waar de straatnaam vandaan komt.

NEE: Als je na deze recensie nog steeds niet nieuwsgierig bent naar de populairste straatnaam van Nederland, dan ligt dit boek niet in jouw straatje.

Auteur: René Dings
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Verschenen: 21 februari 2017
Pagina’s: 272

We geven 5 exemplaren van ‘ Straatnamen met name’ weg! Wil jij kans maken op dit boek? Kijk hier hoe je mee kunt doen

Meteen kopen:


Lees ook »

5 reacties op Boekrecensie: Over straatnamen met name

  1. maria g markwat
    / Antwoord

    Iemand omschrijft zijn functie als Project Medewerker, lijkt me ook voutje.

  2. Robin Tan
    / Antwoord

    Laan van Poot, Den Haag. In werkelijkheid is de laan vernoemd naar de jachtopziener Willem Poot, die in dienst was bij een kleindochter van koning Willem II, maar je kunt er allerlei associaties mee hebben, vooral ook omdat de (kronkelende) laan grenst aan de Bosjes van Poot. Verder is de naam ook een beetje typerend voor de soms merkwaardige straatnaamgeving in Den Haag. Volgens mij is het de stad, waar men het meest het woord “laan” voorop heeft gezet en niet aan het eind: Laan van Meerdervoort, Laan Copes van Cattenburch, Laan van Eik en Duinen, Laan van Nieuw Oost-Indië, wat ook is doorgezet in de nieuwste (Vinex-)wijken: Laan van Leidschenveen, Laan van Wateringse Veld, Laan van Nootdorp.
    De Haagse eigenzinnigheid kwam jarenlang ook tot uiting op de bestemming van de trams: die reden niet naar het “Centraal Station” of, zoals in Amsterdam “Centraalstation”, maar naar “Station Centraal”.

  3. Kees Loeve
    / Antwoord

    Tot mijn spijt heb ik in het eerste gedeelte van deze recensie een onjuist spatiegebruik (!) geconstateerd. Het eerste boek van René Dings heet “weg om legging” en niet “weg omlegging”. Is dit een typisch voorbeeld van een taalvoutje??

    • / Antwoord

      Jazeker, Kees! 😀 Dank voor je oplettendheid, we hebben het aangepast!

  4. Marlies
    / Antwoord

    Je hebt tegenwoordig zo veel “bedachte” straatnamen, dat men er wat blase’ van wordt. IK hoefde mijn straatnaam niet te spellen aan de telefoon, de telefoniste begreep het zo ook wel. En de pientere postbode begreep nog meer:
    JENNE WORM 15 hoef je maar hardop te zeggen om het pakje bij EARNEBUORREN 15 af te leveren. Leve de postcode!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De leukste voutjes »

Taalvoutjes-hebbedingen »