Column: Wij zijn zwanger

Profvoetballer Rafael van der Vaart en zijn partner Estavana Polman krijgen een kind, las ik eind 2016 op de nieuwssite van het Algemeen Dagblad. Estavana stuurde het nieuws zelf de wereld in via een foto op Instagram met het onderschrift: Eindelijk kunnen we het vertellen: we zijn zwanger.” Een zin waarvan mijn nekharen prompt rechtovereind gaan staan. Hoezo ‘we’? Volgens mij is er hier maar één persoon zwanger, of niet?

Door Laura van Eerten

Volgens Van Dale betekent ‘zwanger’ een ongeboren kind dragend: een zwangere vrouw. Het lijkt me sterk dat Rafael een ongeboren kind draagt of een zwangere vrouw is. En in dat geval zou het AD ook wel hebben gemeld dat het stel twee kinderen verwacht. De post was overigens wel in het Engels: Finally we can tell everyone that we are pregnant.” Maar aan de vertaling ligt het niet, want het Engelse pregnant heeft precies dezelfde betekenis als ‘zwanger’, dus dat verandert niks aan de zaak. Een van de voorbeeldzinnen in het online woordenboek Merriam-Webster is: He got his girlfriend pregnant. Het lijkt me daarom vrij duidelijk dat Rafael hier de veroorzaker is. Medeplichtig, zeker, maar niet ook zwanger.

Als ik googel op ‘wij zijn zwanger’, vind ik ook meteen allerlei protest: Waarom de uitspraak ‘Wij zijn zwanger’ verboden moet worden!”, “Hoe bedoel je, ‘wij’ zijn zwanger?” en “Neeeeeee! WIJ zijn niet zwanger! Wel in verwachting!” Ik ben dus niet de enige met deze ergernis. Volgens het internet is het iets dat vooral mannen zeggen, een link die ikzelf nog niet had gelegd (en Estavana blijkbaar ook niet) en zijn het de vrouwen die zich tegen deze uitspraak verzetten. Zij moeten tenslotte het zware werk doen. Terecht natuurlijk, maar ík stoor me er vooral aan dat ‘wij zijn zwanger’ taaltechnisch niet klopt.

Laatst zei iemand: “Wat leuk dat jullie in verwachting zijn!” Net zo irritant. Tot ik de reactie op het weerwoord hoorde: Oké, oké, jij bent zwanger, maar je vriend verwacht toch ook iets?” (of beter ‘iemand’ natuurlijk, in het gunstigste geval). Hmm, daar had hij inderdaad een punt. En ook het internet lijkt beter met deze constructie te kunnen leven. De woordenboeken zeggen over ‘verwachten’: ‘het (af)wachten van wat zal gebeuren, hoe iets zal uitpakken’ en ook: ‘in (blijde) verwachting; zwanger’.

Tja, er zit wat mij betreft dus wel een verschil tussen ‘iets verwachten’ en ‘in verwachting zijn’. Samen een kind verwachten kan prima, maar dan ben je nog niet samen ‘in verwachting’. En al helemaal niet samen zwanger. Ik hoop dat we het daar nu wel over eens kunnen zijn.

PS: Ik nomineer de zin bij dezen alvast voor de verkiezing ‘Weg met dat woord!’ van 2017.


Over Laura van Eerten

lauraTaalkundige bij het Instituut voor de Nederlandse Taal (IvdNT, voorheen INL) en blogger voor de rubriek Woordbaak: we mogen wel stellen dat Laura van Eerten net zo verzot is op onze taal als wij. Of misschien moeten we zeggen: verzot op woorden. Ze was zelf initiatiefnemer en auteur van het boek Waar komt pindakaas vandaan? En 99 andere vragen over woorden en de opvolger Waar komt hagelslag vandaan?, waarover ze al eerder de column Woordbeleg voor ons schreef. Ook zit ze achter de jaarlijkse Weg met dat woord!-verkiezing.


Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.


Lees ook »

3 reacties op Column: Wij zijn zwanger

  1. Runa
    / Antwoord

    Roerend mee eens. Om de rillingen van te krijgen. Prachtig als mannen hun vrouw bijstaan, maar pas als ze haar misselijkheid, vermoeidheid en barensweeën overnemen, mogen ze wat mij betreft beweren dat ze zwanger zijn.

  2. Hanneke
    / Antwoord

    Ik vind het ook fout, vout, vaut, faut, fuot…

    • Sanne
      / Antwoord

      Kortom: onjuist 😁. Helemaal mee eens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De leukste voutjes: »