Woordweetje: Sinterklaas, punker onder de priesters

Een recente vrijdagmiddagborrel met een vriendin die in de modewereld zit. “Tuurlijk, Sinterklaas en Zwarte Piet zijn niet meer van deze tijd,” zegt X snerend. “Om te beginnen de Piet. OMG, die gigantische gouden oorringen en die knalrode botoxlippen. En die piasbroekjes!”
Ze schudt meewarig haar hoofd. “Niet meer van deze tijd omdat Zwarte Piet racistisch is en een kwetsende uiting van koloniale repressie die niet thuishoort in een post-moderne, multiculturele samenleving als de onze?” probeer ik voorzichtig. “Eh, ja, dat ook,” geeft X schoorvoetend toe. “En dan de Sint, waarom heeft niemand het over de Sint?! De goedheiligman is zo out of date.”

“Zijn baard is toch lekker hipster?” werp ik tegen.
“Nee, die is gewoon smerig,” zegt X. “Maar ik heb het vooral over wat de beste man draagt. Een jurk, een mijter, een gouden staf! Someone call the fashion police!”

Op weg naar huis peins ik na over X’s fashion statement. Ja, Sint is zóóóó 1915, maar wát draagt de beste man eigenlijk? Ik besef dat ik niet eens weet hoe zijn kledingstukken heten, laat staan wat er etymologisch aan ten grondslag ligt. Gelukkig biedt, over hip en fashion forward gesproken, de plaatselijke bieb uitkomst.

Lekker punk
Laten we beginnen bij het begin: de Sint draagt wat hij draagt omdat hij eigenlijk gewoon een katholieke bisschop is. Maar in sommige opzichten wijkt zijn kleding af van de norm; jawel, Sint is de punker onder de priesters.

Een mooi voorbeeldje is het kledingstuk dat de meesten van ons nog wel bij naam kunnen noemen, de mijter. De oorsprong van dit eigenaardige hoofddeksel is onduidelijk, maar er wordt in de bijbel reeds melding van gemaakt; het Hebreeuwse miṣnepheth, in het Grieks en Latijn mitra genoemd, verwees naar het ceremoniële hoofddeksel van de hogepriester in het Oude Testament. De naam werd vervolgens ook gebruikt voor het ceremoniële hoofddeksel van een bisschop en kwam reeds in de twaalfde eeuw na Christus via het Frans terecht in onze taal. Op de mijter van een bisschop staat gewoonlijk een omgekeerde T, maar bij de Sint is dat niet het geval. Sinterklaas heeft op zijn mijter een kruis staan. En de kleur rood die de mijter van de Sint heeft, komt op een geen enkele andere mijter in de katholieke kerk voor.

Schaapjes en poncho’s
Naast de mijter is Sinterklaas Sinterklaas niet zonder staf. In de rooms-katholieke kerk is de bisschopsstaf een kromstaf, ook wel een krootse genoemd, van het Franse crosse en het Latijnse crux. Het is vormgegeven als een herdersstaf, met een gekruld uiteinde, en doet dienst als krachtig symbool: de bisschop is de herder die zijn schaapjes beschermt en op het rechte pad moet houden. Sint kan evenmin de deur uit zonder zijn rode opperkleed, een soort gepimpte poncho. Een dergelijk opperkleed is gemeengoed als misgewaad onder priesters en heeft een officiële naam, de kazuifel. Het woord is ontleend aan het middeleeuws Latijnse casubula, een mantel met capuchon. De kleur wordt bepaald aan de hand van de kalender van het kerkelijk jaar. Zo wordt paars gedragen in tijden van boetedoening: de vastentijd en de advent. Rood wordt alleen gedragen op feestdagen van de Heilige Geest, bijvoorbeeld Pinksteren, en op feestdagen van martelaren (het is de kleur van bloed). Sinterklaas botst dus ook hier weer met de dresscode van katholieke bisschoppen, maar omdat rood ook staat voor liefde en liefdadigheid wordt er voor hem een uitzondering gemaakt.

Sexy ondergoed
Onder zijn kazuifel draagt de Sint eigenlijk gewoon zijn ondergoed, de albe, van het Latijnse albus, wit. De oorsprong van dit gewaad ligt bij de witte kleding die dopelingen in de kerk droegen ten teken van hun nieuw verworven zuiverheid. Soms kan de albe wat verschuiven. Om dat te voorkomen heeft Sinterklaas om zijn middel ook nog een lang wit koord zitten, de cingel, van het Latijnse subcingulum, gordel. Ook de cingel heeft een symbolische betekenis; ze geeft aan dat Sinterklaas zichzelf kan beheersen en dat hij kuis is.

Onder zijn kazuifel draagt de Sint traditioneel de tabberd of tabbaard, in de katholieke kerk ook wel de soutane of toog/toga genoemd. Het woord is ontleend aan het middeleeuws Franse tabar of tabard, een wapenmantel of mantel gedragen door krijgers. Het lange priesterkleed is bij bisschoppen paars en dient 33 knoopjes te hebben, een verwijzing naar het aantal jaren dat Jezus heeft geleefd. Maar de Sint houdt het vaak bij een basic uitvoering, want probeer jij maar eens urenlang op een paard door de binnenstad te rijden en kinderen te knuffelen als je in ondergoed met 33 strakke knoopjes bent geperst.

De Sint, een man van het volk.


Mark MackintoshOver Mark Mackintosh
Werken als adjunct-hoofdredacteur bij reismagazine Columbus betekent in het geval van
Mark de hele wereld over reizen. Dat doet hij dan ook graag en veel. Op zijn reizen trekt hij ze aan als een magneet: hilarische situaties. Als die dan ook nog met taal te maken hebben, dan kun je ons oprapen. Van ons mag Mark nog veel en vaak de wereld rond. 


Foto van het taalvoutje is ingezonden door Ellis Beke

Column

Column: Tutoyeren

Column: Tutoyeren

Laatst vroeg iemand hoe het met me ging. “Goed! En met jou?”, antwoordde ik. Later bedacht ik me dat ik misschien beter ‘u’ had kunnen zeggen. De pe...


Video

Video: discriminerend taalgebruik

Video: discriminerend taalgebruik

Hoe spreken we onze ‘anders gekleurde’ medemens aan? Kees van Kooten en Dr.Kipping zoeken het uit in ‘Keek op de Week.’...


Woordweetje

Woordweetje: beestenboel

Woordweetje: beestenboel

‘Muisstil’, ‘kiplekker’, ‘beregezellig’, ‘apetrots’. Waarom hangen zo veel bijvoeglijke naamwoorden in de Nederlandse taal toch de beest uit?   Door Mark M...


Column

Column: Kampeerseks

Column: Kampeerseks

‘He-je ook kampeerseks?’ Ik kijk verbaasd om mij heen. We zijn net op een camping in Friesland aangekomen. Onze buurvrouw komt met haar fiets op me afgestapt. Z...