Woordweetje: Kliek

woordweetje kliek

Kliek is een homoniem, daarom krijg je vandaag drie woordweetjes voor de prijs van een! 

Kliek kan verwijzen naar een exclusieve groep mensen, zowel in positieve als in negatieve zin. Dit komt van het Franse woord clique. De schrijfwijze is in de negentiende eeuw in het Nederlands fonetisch aangepast naar ‘kliek’. 

Het woord kliek wordt echter met dezelfde schrijfwijze en uitspraak ook gebruikt om de overblijfselen van een maaltijd te beschrijven, vaak met het verkleinde kliekje. In deze betekenis heeft kliek niets te maken met het Franse clique, maar is het een verbastering van het middelnederlandse ‘clacke’, dat klad of vlek betekende. In deze context wordt ook wel grappend gezegd dat een kliek het voorstadium van de kliko is; die restjes worden nooit meer opgegeten. 

Een derde betekenis van het woord kliek wordt gevonden in het kolfspel, waarbij een bal tegen een paal geslagen dient te worden om punten te scoren. Het slaghout wordt de kliek genoemd. Ook dit heeft niets met het Franse clique te maken, maar is een onomatopee van het geluid dat het slaghout maakt bij het klappen tegen de bal. 

Woordweetje

Woordweetje: buut vrij

Woordweetje: buut vrij

“Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien! Wie niet weg is, is gezien. Ik kom!” Je haalt je handen voor je ogen vandaan en kijkt om je heen. L...


Column

Quiz: Beestenboel

Quiz: Beestenboel

Hoe je de naam van je eigen huisdier schrijft, weet je vast heel goed. Maar hoe zit het met je taalkennis van de rest van de dierenwereld?...


Woordweetje

Woordweetje: aarzelen

Woordweetje: aarzelen

Toen de meiden van Taalvoutjes me vroegen of ik iets wilde vertellen over de herkomst van het woord ‘aarzelen’, heb ik toch wel even getwijfeld. Waarom? De oors...


Column

Stokpaardjes van schoolmeesters

Stokpaardjes van schoolmeesters

“Ik heb een cadeau gehad.” “Hoezo, heb je het dan nu niet meer?” “Ik wens je een hele fijne vakantie!” “Geen halve, ma...