Woordweetje: kiele kiele

Wie weleens met samengeknepen billen naar zijn benzinemeter heeft gekeken terwijl het volgende tankstation nog kilometers ver weg was, kent het gevoel: het is kiele kiele. We gebruiken deze uitdrukking tegenwoordig voor alles wat maar nét goed gaat, of dat nu een krappe voldoende voor een examen is of een bijna-botsing met een fietser die ‘geen voorrang’ blijkbaar als een suggestie zag.

Maar hoewel de term inmiddels oer-Hollands aanvoelt, is het eigenlijk nog verrassend jong. ‘Kiele kiele’ dook voor het eerst op in de jaren twintig van de vorige eeuw, onder andere in de teksten van de beroemde Amsterdamse toneelschrijver Herman Heijermans, die de taal van de straat als geen ander wist te vangen.

Destijds had het woord nog een sterk randje van de dieventaal, het Bargoens, waar het symbool stond voor situaties die letterlijk kantje boord waren. Waar die gekke klank vandaan komt? Daar zijn de taalgeleerden het nog niet over eens, al wijzen de sporen in twee richtingen.

De eerste mogelijkheid voert ons naar de scheepvaart. Als een schip ‘naar de kiele’ ging, betekende dat in het zeemansjargon dat het zonk. ‘Kielekiele’ zou dan het kritieke moment omschrijven waarop een vaartuig vervaarlijk overhelt: een dubbeltje op zijn kant waarbij het nog maar de vraag is of de kiel het water weer verlaat of dat de vissen voortaan je nieuwe buren zijn.

Een andere verklaring zoekt het een stuk dichter bij de lachstuip, namelijk bij het kietelen. Het woord ‘kiele’ is een oude variant van ‘kietelen’, een handeling die iemand in een staat van totale fysieke onrust brengt. Wie gekieteld wordt, wriemelt, lacht en probeert wanhopig te ontsnappen aan de kieteldood. Die staat van onbeheersbaarheid en het gevoel ‘op het punt staan uit je vel te springen’ zou in de volksmond langzaam zijn overgegaan op elke situatie die dreigde te ontsporen.

Tegenwoordig gebruiken we ‘kiele kiele’ vooral om aan te geven dat het geluk aan onze zijde was, maar dat we er niet onze hand voor in het vuur durven te steken. Het is de ultieme kwalificatie voor de ‘zesjescultuur’ en de nippertjes van deze wereld. Het klinkt een stuk vrolijker dan ‘het was bijna een ramp’, maar de hartslag gaat er niet minder snel van omhoog.

Dus de volgende keer dat je die trein op de allerlaatste seconde haalt, mag je gerust zeggen dat het kiele kiele was. Je bent immers als een volleerd koorddanser over de finishlijn gewiebeld. En dat is toch een stuk sportiever dan gewoon ‘mazzel hebben’, vind je niet?

Column

Column: Zwart met suiker

Column: Zwart met suiker

“En bij de koffieautomaat? O, nu je daar toch bent: zwart met suiker, lekker!” Als je regelmatig radio luistert heb je dit de afgelopen tijd vast vaker gehoord....


Woordweetje

Woordweetje: Snol

Woordweetje: Snol

Snol. Het is geen aardig woord, maar stiekem houden we ervan. Het wordt dan ook geregeld genoemd in onze Taalvoutjes-groepsapp; soms om even te ventileren (ja, ...


Woordweetje

Woordweetje: sloerie

Woordweetje: sloerie

Bij Taalvoutjes houden we van woorden. Van alle woorden. Dus ook van woorden die misschien niet zo aardig klinken. Dat gezegd hebbende: waar komt dat prachtige ...


Column

Column: Psychologentaal

Column: Psychologentaal

Hoe zou het zijn als automonteurs, net als psychologen, hun vaktaal ook gebruiken in hun dagelijks leven?...