Woordweetje: de sigaar zijn

Woordweetje de sigaar zijn

Je staat op het punt om stiekem de laatste doos chocolade uit de kantine te jatten, maar precies als je de kast opendoet loopt je baas de ruimte binnen. Of de leraar zoekt een vrijwilliger voor het schoonmaken van het scheikundelokaal en zijn oog valt nét op jou. In het Nederlands zeggen we dan met een diepe zucht dat je ‘de sigaar bent’. We gebruiken het al meer dan een eeuw wanneer iemand de dupe is, pech heeft of een vervelende klus in zijn maag gesplitst krijgt. Maar wat heeft een bruine rol opgerolde tabak in hemelsnaam misdaan om symbool te staan voor pure pech? Tijd om de rookgordijnen op te trekken en te kijken waar deze uitdrukking écht vandaan komt.

Wie denkt dat de uitdrukking te maken heeft met de bekende ‘sigaar uit eigen doos’ of met rijke industriëlen die genietend een dikke bolknak opstaken, moeten we helaas teleurstellen. De herkomst is een stuk minder chic, maar wel heel menselijk.

De uitdrukking duikt rond de eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw voor het eerst op in het Nederlandse taalgebied, onder andere in de leger- en studententaal. Taalkundigen zijn er heel duidelijk over: het woord ‘sigaar’ was in de volksmond simpelweg een eufemisme voor het mannelijk geslachtsdeel.

Maar waarom ben je ‘de lul’ of ‘de sigaar’ als je pech hebt?

Dat heeft alles te maken met de vrij brute logica uit de vroege volkstaal. In de platte spreektaal en het zeventiende-eeuwse Bargoens (de geheimtaal van dieven en bedelaars) werd de daad van het penetreren al eeuwenlang gebruikt als metafoor voor iemand bedriegen, vernederen of overmeesteren. Zo betekende ons huidige, onschuldige woord ‘foppen’ vroeger simpelweg ‘neuken’ of ‘beroven’. Iemand ‘foppen’ of ‘naaien’ betekende dus letterlijk: iemand te grazen nemen.

Degene die het incasseert, is de ‘onderliggende’ partij: het slachtoffer dat de klap opvangt. Als je pech had of de dupe was, was jij figuurlijk degene die de ‘lul’ of ‘pik’ van de situatie toegewezen kreeg. Omdat zulke termen in nettere kringen nogal rauw op het dak vielen, bedacht men een schertsende, wat beschaafdere ‘dekmantel’. Aangezien een sigaar qua vorm, nou ja, vrij makkelijk aan dat specifieke lichaamsdeel deed denken, werd ‘de sigaar zijn’ de perfecte, nette vervanger.

Interessant genoeg is de sigaar niet het enige langwerpige voorwerp dat voor dit taalkundige trucje is gebruikt. Zo kennen we in ons land ook de uitdrukking ‘de pisang zijn’. ‘Pisang’ is het Indische woord voor banaan, die waarschijnlijk om dezelfde reden als eufemisme diende.

De grote doorbraak via De Jantjes

Dat deze straattaal uitgroeide tot een alledaagse klassieker, hebben we mede te danken aan de gigantisch populaire Jordaan-operette De Jantjes van producent Herman Bouber uit 1922. Daarin zat een iconisch liedje met de tekst: Als je verliefd wordt, dan ben je de sigaar” (kijk vanaf 0.15). Het toneelstuk werd zo’n immense hit dat heel Nederland het liedje ging meezingen. Vanaf dat moment is ‘de sigaar zijn’ voorgoed geaccepteerd én verankerd in onze taal.

In de loop van de twintigste eeuw raakte de oorspronkelijke, schunnige betekenis van het woord ‘sigaar’ bij het grote publiek op de achtergrond. Daardoor klinkt ‘de sigaar zijn’ tegenwoordig als een heel keurige, bijna nostalgische uitspraak die je prima op de werkvloer of bij je schoonouders aan tafel kunt gebruiken.

Dus de volgende keer dat jij de klos bent en het keukentje moet opruimen, weet je precies in welke schaduw je staat. Je bent niet het slachtoffer van een tabaksbedrijf, maar van een stokoude, creatieve taalkundige dekmantel die via het theater onze huiskamers binnenrolde. Dat maakt de schoonmaakbeurt niet leuker, maar je weet in elk geval wel hoe de vlag erbij hangt!

Lees nog meer interessante woordweetjes.

Column

Column: Babylonië ligt in Brabant

Column: Babylonië ligt in Brabant

‘Eend!’ ‘Geit!’ ‘Eend!’ ‘Geit!’ Mijn Vlaamse vriend en ik hebben een discussie en op dit vlak geven we allebei é...


Boekrecensie

Boekrecensie: De hond in de pot

Boekrecensie: De hond in de pot

De schrijfsters van De hond in de pot slaan spijkers met koppen in hun nieuwe boek. In dit boek worden vijftig spreekwoorden en gezegden voorzien van achtergron...


Woordweetje

Woordweetje: Stelletje rakkers

Woordweetje: Stelletje rakkers

“Rakkers, Dat zijn het!” Het klinkt als een zin uit een kinderboek uit mei 1932. Ik kan er een paar maanden naast zitten, maar toch … Ergens in de n...


Column

Column: Autocorrect en tevens juist

Column: Autocorrect en tevens juist

Om 3.15 piepte mijn telefoon. Eén nieuw bericht, las ik. Het berichtje ging ongeveer zo: Hi, heb jij die twee jonglerende dinosaurussen op een eenwieler met Zaa...