#uitdrukking


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Een bedrijf besluit een verouderd computersysteem te vernieuwen, maar wist per ongeluk ook het complete, feilloze klantensysteem dat al twintig jaar perfect werkte. Of je besluit je kledingkast eens flink op te ruimen, maar doneert in je enthousiasme ook die splinternieuwe winterjas die je net gisteren had gekocht. We zeggen dan dat je 'het kind met het badwater weggooit'. Het is onze favoriete uitdrukking voor situaties waarin je, in een poging om iets slechts te verwijderen, per ongeluk ook het allerbeste en meest waardevolle weggooit. Maar waar komt dit nogal lugubere beeld vandaan? Tijd om de emmer erbij te pakken en terug in de tijd te reizen.[/intro]

De mythe

Wie op internet zoekt naar de herkomst van deze uitdrukking, stuit al snel op een zeer populair historisch verhaal. In de middeleeuwen zouden gezinnen zich achter elkaar in hetzelfde badwater wassen. Eerst de heer des huizes, dan de vrouw, daarna de kinderen en als allerlaatste de baby. Tegen de tijd dat de baby aan de beurt was, zou het water zo vies en ondoorzichtig zijn dat de moeder het kind bij het leeggooien van de tobbe over het hoofd zag.
Het is een hilarische en hardnekkige anekdote, maar taalkundigen en historici zijn er duidelijk over: dit is een mythe. Mensen in de middeleeuwen waren heus niet zo achterlijk dat ze een complete baby vergaten in een badkuip, hoe vies het water ook was.

Duitse herkomst


De werkelijke herkomst is veel simpeler: het is een eeuwenoude, bewuste hyperbool (een extreme stijlvorm van overdrijving) om aan te tonen hoe dom een bepaalde actie is. De uitdrukking is van oorsprong Duits ('das Kind mit dem Bade ausschütten') en dook al in 1512 voor het eerst op in een satirisch boek van de schrijver Thomas Murner. In de zeventiende eeuw werd de uitdrukking door de filosoof Johannes Amos Comenius in het Nederlands geïntroduceerd.

Radicaal

De uitdrukking was destijds bedoeld als een absurde, spottende vergelijking. Iedereen snapt dat badwater na een wasbeurt vies is en weg moet. Maar een kind is het meest waardevolle bezit dat je hebt. De volksmond bedacht dit overdreven, schokkende beeld om te laten zien dat iemands aanpak zó ondoordacht en radicaal is, dat het middel vele malen erger is dan de kwaal.


In de loop der eeuwen zijn onze hygiënische standaarden behoorlijk verbeterd en hebben we stromend warm water uit de kraan, maar de waarschuwing voor overhaaste beslissingen bleef onveranderd populair.

Dus de volgende keer dat een collega tijdens een brainstormsessie voorstelt om een compleet project te schrappen omdat één klein onderdeel niet werkt, weet je precies wat je moet zeggen. Rem diegene even af en zorg dat het kind veilig op het droge blijft. Wel zo gezellig, en het scheelt een hoop taalkundige brokken.

Lees nog meer interessante woordweetjes.


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]We kennen allemaal wel die ene collega die tijdens een presentatie niet naar de inhoud luistert, maar struikelt over een verkeerd geplaatste komma op dia vier. Of die vriend die een fantastisch driegangendiner voorgeschoteld krijgt en opmerkt dat het zoutvaatje een beetje stroef draait. Wat een criticaster! In het Nederlands hebben we daar een prachtige, beeldende uitdrukking voor: diegene is spijkers op laag water aan het zoeken. Maar waarom struinen we de waterkant af naar ijzerwaren als we ergens over willen zeuren? Tijd om het anker te lichten en te kijken waar deze uitdrukking vandaan komt.[/intro]

Roept het bij jou meteen de associatie op met een bizar soort strandjutten? Dan zit je verrassend dicht bij de waarheid. Voor de oorsprong van deze uitdrukking moeten we terug naar de bloeitijd van de Nederlandse scheepsbouw, rond de zeventiende eeuw. In die tijd werden houten schepen nog volledig met de hand in elkaar getimmerd. Daar waren duizenden ijzeren en koperen spijkers voor nodig. En ijzer was in die tijd een kostbaar goedje.

Tijdens het bouwen of repareren van een schip aan de kade viel er natuurlijk weleens een spijker in het water. Wanneer het vloed was, lagen die spijkers diep op de bodem en kraaide er geen haan naar. Maar zodra het eb werd (oftewel: bij laag water) kwamen de spijkers plotseling in het zicht te liggen in de modder.

Verloren spijkers zoeken

Arme scheepsarbeiders of schrale lieden struinden dan de drooggevallen oevers af om die verloren spijkers te zoeken. Het was een hoop gedoe voor een minimale opbrengst. Je was enorm veel tijd en energie aan het verspillen aan iets wat eigenlijk heel onbeduidend en klein was, uit armoede of overdreven precisie.

In de loop der eeuwen verhuisde deze activiteit van de scheepswerf naar onze dagelijkse taal. De 'spijkerzoekers' van nu struinen niet meer door de modder, maar door andermans argumenten of plannen. Als je spijkers op laag water zoekt, ben je met een vergrootglas op zoek naar minuscule, onbelangrijke foutjes om toch maar iets te kunnen aanmerken op het grote geheel. Je maakt van een mug een olifant, puur om het kritiek hebben zelf.

Dus de volgende keer dat iemand je een opmerking maakt over een volstrekt onbelangrijk detail, weet je precies wat je moet zeggen. Diegene staat figuurlijk met zijn laarzen in de zestiende-eeuwse modder te graven naar een verroeste spijker. 

Lees nog meer interessante woordweetjes.


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro] Eén keer in de zoveel tijd ga ik op bezoek bij m'n opa en oma. Dan spreken we over van alles en nog wat. Over serieuze dingen zoals het nieuws, de politiek of het onderwijs, maar ook vaak genoeg over koetjes en kalfjes. Zo hadden we het bijvoorbeeld over kaas en mijn opa vertelde dat hij pas op de markt een heerlijk stuk geitenkaas had gekocht, voor een habbekrats. Een habbekrats. Wat het betekent weet ik wel, ik gebruik het woord geregeld zelf. Maar waar dit woord vandaan komt? Opa, oma en ik hadden alle drie geen idee. Daarom heb ik het uitgezocht! [/intro]

Door: Fieke van der Perk

Voor wie niet weet wat het woord 'habbekrats' betekent: een habbekrats is een kleinigheid. In veel gevallen verwijst het naar een klein geldbedrag. Je zou het kunnen vergelijken met een 'schijntje' of een 'grijpstuiver'. Heb je dus voor een klein bedrag een mooie nieuwe jas op de kop kunnen tikken in de uitverkoop, dan heb je er een habbekrats voor betaald.

Habbekrats (of habbekras) is ontleend aan het Jiddische habbekratz, dat eveneens kleinigheid betekent. Wanneer we het woord nog verder ontleden, is –kratz terug te herleiden naar het Duitse Kratz, in de letterlijke vertaling een 'kras' of 'schram', wat overdrachtelijk ook wel als een kleinigheid wordt gezien. Over de herkomst van habbe- is niet iedereen het eens, maar een mogelijkheid is dat het ontleed is aan het Jiddische "(iesj) hob e krats", in vertaling: “(ik) heb een kleinigheid”. Hierbij zou hob- een dialectische uitspraak kunnen zijn van het Duitse hab. Vandaar, de habbekrats.


Weet je zelf ook iets te vertellen over de herkomst van een woord? Schrijf het op en stuur het in!


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]In het Nederlands worden veel eigennamen gebruikt in gezegdes en uitdrukkingen; jan en alleman komen erin voor. Deze week is columnist Mark Mackintosh de sjaak en laat hij enkele mooie voorbeelden de revue passeren (hopelijk niet voor jan lul). [/intro] “Niet op het bed springen!” S. en M., de dochters van een goede vriendin, waren nog geen twee tellen binnen of ze sprongen - met schoenen en al - op mijn matras. Drie jaar geleden had ik het een keer oogluikend toegestaan. Sindsdien moet ik eraan geloven als de twee belhamels bij mij op bezoek komen. “En doe in ieder geval je schoenen uit!”, probeerde ik nog tevergeefs. “En niet met die popcorn strooien!” S., de benjamin, sloeg haar armen over elkaar. “Nou zeg,” zei ze gepikeerd, “Wat ben jij een brave hendrik!” Tegen beter in moest ik lachen. Waar had ze dat nou vandaan? Op het schoolplein gehoord? Zo ja, dan was dat uiterst toepasselijk want de uitdrukking 'brave hendrik' gaat terug op de titel van het schoolboekje De brave Hendrik door Nicolaas Anslijn (1777-1838). Het boek begint zo: 'Kent gij Hendrik niet, die altijd zoo beleefd zijnen hoed afneemt als hij voorbij gaat? Vele menschen noemen hem de brave Hendrik, omdat hij zoo gehoorzaam is, en omdat hij zich zoo vriendelijk jegens ieder gedraagt. Hij doet nooit iemand kwaad. Er zijn wel kinderen, die hem niet liefhebben. Ja, maar dat zijn ook ondeugende kinderen. Alle brave kinderen zijn gaarne bij Hendrik. Kinderen, die met Hendrik omgaan, worden nog braver, want zij leeren van hem, hoe zij handelen moeten.'

Nieuwsgierig aagje

Een brave hendrik is een mooi voorbeeld van een eponiem, een eigennaam die in uitdrukkingen en vergelijkingen gebruikt wordt om mensen mee te karakteriseren. Eponiemen krijgen kleine letters omdat ze strikt genomen niet als eigennaam worden gebruikt, maar als zogeheten soortaanduiding: iederéén kan een brave hendrik zijn. Of een saaie piet. Of een gekke henkie. Ben je geen brave hendrik, maar juist een nieuwsgierig aagje? Dan heb je die beschrijving te danken aan het zeventiende-eeuwse kluchtspel Kluchtigh Avontuurtje van 't Nieuwsgierigh Aeghje van Enckhuysen van A. van Bogaert. Daarin reist Aagje, een nieuwsgierige jonge vrouw uit Enkhuizen, met de bevriende schipper Freekbuur naar Antwerpen. Als Freekbuur van wal gaat om een aantal dingen in orde te brengen, vraagt hij haar op hem te wachten. Maar dat duurt Aagje te lang en uit nieuwsgierigheid besluit ze zelf op verkenning te gaan in de stad. Waarna ze dronken wordt gevoerd en van al haar geld wordt ontdaan.

Praten als Brugman

In de uitdrukking 'Praten als Brugman' (veel en met grote overtuigingskracht praten) is de hoofdletter van de eigennaam Brugman behouden gebleven omdat een rechtstreekse als-vergelijking met Brugman zelf wordt gemaakt. En wel met Johannes Brugman (1400-1473), een pater die tot de franciscaanse kloosterorde behoorde. De beste man stond bekend om zijn vurige preken. 'Praten als Brugman' is al sinds de zestiende eeuw een vaste zegswijze.

Joost mag het weten

Intrigerend is de uitdrukking 'Joost mag het weten', waarin Joost geen eigennaam is, maar een benaming voor de duivel - en de naam toch een hoofdletter krijgt. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt dat de benaming teruggaat op het Javaanse woord 'joos', waarmee op het eiland een Chinese godheid werd aangeduid. Dat woord is op zijn beurt weer ontleend aan het Portugese 'deus', god. De Hollanders maakten daar 'Joost' van. Hoe een Chinese god de betekenis ‘duivel’ heeft gekregen? Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek mag het weten: “De god van de ene religie is vaak de duivel van de andere, en zo kreeg Joost bij ons de betekenis 'duivel'.” Heb jij nog mooie voorbeelden van eponiemen en hun afkomst? Dan ben jij de ware jakob(a)! Deel ze hieronder! Bronnen: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925, vierde druk); Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006); Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel VIII, 1926). [line] Mark MackintoshOver Mark Mackintosh Werken als adjunct-hoofdredacteur bij reismagazine Columbus betekent in het geval van Mark de hele wereld over reizen. Dat doet hij dan ook graag en veel. Op zijn reizen trekt hij ze aan als een magneet: hilarische situaties. Als die dan ook nog met taal te maken hebben, dan kun je ons oprapen. Van ons mag Mark nog veel en vaak de wereld rond.