Woordweetje: spijkers op laag water zoeken

Woordweetje spijkers op laag water zoeken

We kennen allemaal wel die ene collega die tijdens een presentatie niet naar de inhoud luistert, maar struikelt over een verkeerd geplaatste komma op dia vier. Of die vriend die een fantastisch driegangendiner voorgeschoteld krijgt en opmerkt dat het zoutvaatje een beetje stroef draait. Wat een criticaster! In het Nederlands hebben we daar een prachtige, beeldende uitdrukking voor: diegene is spijkers op laag water aan het zoeken. Maar waarom struinen we de waterkant af naar ijzerwaren als we ergens over willen zeuren? Tijd om het anker te lichten en te kijken waar deze uitdrukking vandaan komt.

Roept het bij jou meteen de associatie op met een bizar soort strandjutten? Dan zit je verrassend dicht bij de waarheid. Voor de oorsprong van deze uitdrukking moeten we terug naar de bloeitijd van de Nederlandse scheepsbouw, rond de zeventiende eeuw. In die tijd werden houten schepen nog volledig met de hand in elkaar getimmerd. Daar waren duizenden ijzeren en koperen spijkers voor nodig. En ijzer was in die tijd een kostbaar goedje.

Tijdens het bouwen of repareren van een schip aan de kade viel er natuurlijk weleens een spijker in het water. Wanneer het vloed was, lagen die spijkers diep op de bodem en kraaide er geen haan naar. Maar zodra het eb werd (oftewel: bij laag water) kwamen de spijkers plotseling in het zicht te liggen in de modder.

Verloren spijkers zoeken

Arme scheepsarbeiders of schrale lieden struinden dan de drooggevallen oevers af om die verloren spijkers te zoeken. Het was een hoop gedoe voor een minimale opbrengst. Je was enorm veel tijd en energie aan het verspillen aan iets wat eigenlijk heel onbeduidend en klein was, puur uit gierigheid of overdreven precisie.

In de loop der eeuwen verhuisde deze activiteit van de scheepswerf naar onze dagelijkse taal. De ‘spijkerzoekers’ van nu struinen niet meer door de modder, maar door andermans argumenten of plannen. Als je spijkers op laag water zoekt, ben je met een vergrootglas op zoek naar minuscule, onbelangrijke foutjes om toch maar iets te kunnen aanmerken op het grote geheel. Je maakt van een mug een olifant, puur om het kritiek hebben zelf.

Dus de volgende keer dat iemand je een opmerking maakt over een volstrekt onbelangrijk detail, weet je precies wat je moet zeggen. Diegene staat figuurlijk met zijn laarzen in de zestiende-eeuwse modder te graven naar een verroeste spijker. 

Lees nog meer interessante woordweetjes.

Column

Column: Punthoofd van vraagtekens

Column: Punthoofd van vraagtekens

Ik word niet snel boos. Mensen, ook leerlingen, kunnen heel veel bij me maken. Soms zelfs teveel. Ik word nu eenmaal niet snel boos om het minste geringste en b...


Boekrecensie

Boekrecensie: Het Groot Nederlands Vloekboek

Boekrecensie: Het Groot Nederlands Vloekboek

Fuck yes, eindelijk een boek dat ons leert om vaardiger te vloeken en slimmer te schelden! Het Groot Nederlands Vloekboek geeft een vrolijke verkenning van onze...


Woordweetje

Woordweetje: ammehoela

Woordweetje: ammehoela

Over Koning Bekijk-het-maar Opeens, in de stoptrein van Nijmegen naar Den Bosch, presenteerde het zich. Zo’n woord dat je nog maar zelden hoort: ‘ammehoel...