Woordweetje: What’s in a name?

woordweetje what's in a name mark mackintosh
In het Nederlands worden veel eigennamen gebruikt in gezegdes en uitdrukkingen; jan en alleman komen erin voor. Deze week is columnist Mark Mackintosh de sjaak en laat hij enkele mooie voorbeelden de revue passeren (hopelijk niet voor jan lul).

“Niet op het bed springen!”
S. en M., de dochters van een goede vriendin, waren nog geen twee tellen binnen of ze sprongen – met schoenen en al – op mijn matras. Drie jaar geleden had ik het een keer oogluikend toegestaan. Sindsdien moet ik eraan geloven als de twee belhamels bij mij op bezoek komen.
“En doe in ieder geval je schoenen uit!”, probeerde ik nog tevergeefs. “En niet met die popcorn strooien!”
S., de benjamin, sloeg haar armen over elkaar.
“Nou zeg,” zei ze gepikeerd, “Wat ben jij een brave hendrik!”
Tegen beter in moest ik lachen. Waar had ze dat nou vandaan? Op het schoolplein gehoord? Zo ja, dan was dat uiterst toepasselijk want de uitdrukking ‘brave hendrik’ gaat terug op de titel van het schoolboekje De brave Hendrik door Nicolaas Anslijn (1777-1838). Het boek begint zo:

‘Kent gij Hendrik niet, die altijd zoo beleefd zijnen hoed afneemt als hij voorbij gaat?
Vele menschen noemen hem de brave Hendrik, omdat hij zoo gehoorzaam is, en omdat hij zich zoo vriendelijk jegens ieder gedraagt.
Hij doet nooit iemand kwaad.
Er zijn wel kinderen, die hem niet liefhebben.
Ja, maar dat zijn ook ondeugende kinderen.
Alle brave kinderen zijn gaarne bij Hendrik.
Kinderen, die met Hendrik omgaan, worden nog braver, want zij leeren van hem, hoe zij handelen moeten.’

Nieuwsgierig aagje

Een brave hendrik is een mooi voorbeeld van een eponiem, een eigennaam die in uitdrukkingen en vergelijkingen gebruikt wordt om mensen mee te karakteriseren. Eponiemen krijgen kleine letters omdat ze strikt genomen niet als eigennaam worden gebruikt, maar als zogeheten soortaanduiding: iederéén kan een brave hendrik zijn. Of een saaie piet. Of een gekke henkie.
Ben je geen brave hendrik, maar juist een nieuwsgierig aagje? Dan heb je die beschrijving te danken aan het zeventiende-eeuwse kluchtspel Kluchtigh Avontuurtje van ’t Nieuwsgierigh Aeghje van Enckhuysen van A. van Bogaert. Daarin reist Aagje, een nieuwsgierige jonge vrouw uit Enkhuizen, met de bevriende schipper Freekbuur naar Antwerpen. Als Freekbuur van wal gaat om een aantal dingen in orde te brengen, vraagt hij haar op hem te wachten. Maar dat duurt Aagje te lang en uit nieuwsgierigheid besluit ze zelf op verkenning te gaan in de stad. Waarna ze dronken wordt gevoerd en van al haar geld wordt ontdaan.

Praten als Brugman

In de uitdrukking ‘Praten als Brugman’ (veel en met grote overtuigingskracht praten) is de hoofdletter van de eigennaam Brugman behouden gebleven omdat een rechtstreekse als-vergelijking met Brugman zelf wordt gemaakt. En wel met Johannes Brugman (1400-1473), een pater die tot de franciscaanse kloosterorde behoorde. De beste man stond bekend om zijn vurige preken. ‘Praten als Brugman’ is al sinds de zestiende eeuw een vaste zegswijze.

Joost mag het weten

Intrigerend is de uitdrukking ‘Joost mag het weten’, waarin Joost geen eigennaam is, maar een benaming voor de duivel – en de naam toch een hoofdletter krijgt. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt dat de benaming teruggaat op het Javaanse woord ‘joos’, waarmee op het eiland een Chinese godheid werd aangeduid. Dat woord is op zijn beurt weer ontleend aan het Portugese ‘deus’, god. De Hollanders maakten daar ‘Joost’ van. Hoe een Chinese god de betekenis ‘duivel’ heeft gekregen? Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek mag het weten: “De god van de ene religie is vaak de duivel van de andere, en zo kreeg Joost bij ons de betekenis ‘duivel’.”

Heb jij nog mooie voorbeelden van eponiemen en hun afkomst? Dan ben jij de ware jakob(a)! Deel ze hieronder!


Bronnen:

F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925, vierde druk);
Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006);
Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel VIII, 1926).


Mark MackintoshOver Mark Mackintosh
Werken als adjunct-hoofdredacteur bij reismagazine Columbus betekent in het geval van
Mark de hele wereld over reizen. Dat doet hij dan ook graag en veel. Op zijn reizen trekt hij ze aan als een magneet: hilarische situaties. Als die dan ook nog met taal te maken hebben, dan kun je ons oprapen. Van ons mag Mark nog veel en vaak de wereld rond. 

Column

René Dings

René Dings

Taalparafernalia Van sommige woorden weet ik nog precies wanneer ik ze voor het eerst las of hoorde. Ik herinner me bijvoorbeeld dat een vriendje op de lagere s...


Column

Column: Ssst

Column: Ssst

Door Dion van Meel Ik kijk de klas in. Rechts zie ik opscheer op een puisterig gezichtje. Links skinny jeans om smalle beentjes. Op de eerste rij zit een jongen...


Column

Column: Haberdashery

Column: Haberdashery

Door Jannet Kuipers Laatst had ik een tweedaagse. Een snelle, hippe psycholoog moest ons wegwijs maken in een digitale competentiemeter. Ja ja, een digitale com...


Woordweetje

Woordweetje: Van lichte zeden

Woordweetje: Van lichte zeden

  Door Mark Mackintosh   “Wist je dat de term ‘red light district’ voor het eerst in 1894 werd opgetekend door The Sandusky Register, een krant in wat...