Column: Ik zweer

“Meneer, man! Dit kunt u niet maken. Ik heb u écht gemaild. Ah, kom op, meneertje. Ik wil echt over naar de derde. Dit punt kan me een jaar kosten. Dat wilt u toch niet?”

Naast mijn bureau staat de klassieke laatste-minuut-smeker. De leerling van alle tijden die altijd alles op het laatste moment aan laat komen. De leerling die de deadline bij iedere in te leveren opdracht even laat wankelen. Die populaire jongen die altijd achterin zit en maar eens naar voren is gelopen, smeekt nu dat ik hem niet dat punt aftrek geef, omdat hij de opdracht een dag te laat heeft ingeleverd.

“Het kan écht niet dat u ‘m niet ontvangen heeft, meneer. Ik heb ‘m gisteren verstuurd! Moet u bewijs hebben? Ej, Jordan! Jij was er toch bij toen ik ‘m verstuurde?” Achterin hangt eenzelfde soort leerling achterover. “Zeker!”, schreeuwt-ie door de klas. Ik vraag de laatste-minuut-smeker of hij de e-mail op zijn telefoon kan opzoeken. “Kan niet, man. M’n tellie is net afgepakt bij meneer Hansen, maar ik heb ‘m verstuurd, echt waar! Ik zweer!”

De leerling zweert. Zweren. Het betekent zoiets als plechtig beloven. Tenzij de vinger ontstoken is, want dat belooft pijn. Maar deze leerling zweert. Niet iets of iemand. Maar ze zweren, steeds vaker.

“Ik pak ‘m terug, ik zweer.”
“Dat broodje is zo lekker, ik zweer.”
“Dat was echt vet, ik zweer.”

Nog iets valt me op: jongeren zweren altijd in de tegenwoordige tijd. Waarschijnlijk omdat het werkwoord ‘zweren’ iets ingewikkelds krijgt in de verleden tijd. Er is gewoon te veel keuze. Want een wond zwoor of zweerde gisteren en hij zwoer of zweerde dat hij iets had ingeleverd. Dus zweren ze zonder lidwoord. Wát ze zweren hebben ze namelijk ervóór gezegd. Dus ‘het’ hoeft niet gezegd te worden. Inkorten en afkorten is het motto vandaag de dag.

Ik laat de leerling de e-mail met zijn opdracht op mijn computer zoeken. “Ziet u wel, meneertje? Ik lieg niet!” Voor me staat inderdaad zijn mail, met opdracht. Ik kijk naar het e-mailadres waarnaar de leerling de mail heeft verstuurd. In de adresbalk zie ik de fout: er staat ‘meneervanmail’ in plaats van ‘meneervanmeel’.

“Meneertje, kan toch gebeuren? Ik heb dyslexie. Uw naam is moeilijk, man!” Twijfelachtig kijk ik ‘m aan. “Dat is écht waar! ik zweer!”

Hij gaat over. Maar dit flikt-ie niet nog een keer. Anders heeft het gevolgen. Ik zweer.


Dion van Meel
Dion van ‘Mail’ is 32 jaar oud, docent Nederlands op een middelbare school in Tilburg en keeper bij Willem II amateurs. Hij schrijft graag columns en korte verhalen over dingen die hem opvallen in de wereld van het voetbal, het onderwijs en de Nederlandse taal. 


Heb jij ook zo’n omgeving die je inspireert tot het schrijven van columns? Of heb je last van een tergende taalergernis of wil je juist jouw favoriete woord eens in het zonnetje zetten? Stuur je column in en wie weet lees je deze terug op onze website. Geplaatste columns worden beloond met een supertof, te gek Taalvoutjes-pakket!

Bewaren

Bewaren


Lees ook »

12 reacties op Column: Ik zweer

  1. Pingback: Zweer | dionvanmeel.nl

  2. Paul
    / Antwoord

    “Meneertje”, “kom op man”, “kan niet man”. Normaal taalgebruik tegen je docent.

  3. Rick
    / Antwoord

    Ik weet niet wat ik erger vind: een leerling die zweert of een docent die een punt aftrekt voor het te laat inleveren van een opdracht. Alsof in de eindtermen staat: de leerling kan zijn opdrachtjes op tijd inleveren.

    • Bas
      / Antwoord

      Zoiets als afspraak is afspraak? Iets met consequenties? Zoiets als 5 cent boete voor het te laat inleveren van een biebboek. Of mag dat ook niet?

  4. jan hendrik grunse
    / Antwoord

    Niet heel best verzonnen. Ik zweer.
    Als een e-mail verkeerd is geadresseerd, dan komt hij namelijk echt niet aan. Ik zweer.
    Dan vind je hem dus ook echt niet teug op je computer. Ik zweer.
    Ook niet in een rare uithoek of exotische map of zo. Ik zweer.
    En als je een e-mail stuurt naar een adres dat niet bestaat, dan krijg je hem gewoon terug. Ik zweer.
    Dan kun je kijken wat er mis is, hem even verbeteren, en dan nogmaals opsturen. Ik zweer als een kloppende vinger.

  5. jeeskansma
    / Antwoord

    Verschrikkelijk dat gebruik van het werkwoord zweren. Ik moet wel zeggen dat in deze column het woord ‘mits’ verkeerd gebruikt wordt, hier hoort ‘tenzij’ te staan.

  6. Lous Abbestee
    / Antwoord

    Aardig verhaal, maar wat bedoelt de schrijver met:”mits de vinger ontstoken is”. Begrijp ik niet.

  7. Mi
    / Antwoord

    Goed geschreven!
    Ook leuk: foutjes met mits en tenzij 😛 (tenzij de vinger…toch?)

  8. Jan
    / Antwoord

    Mits de vinger ontstoken is of tenzij de vinger ontstoken is?

  9. Raymond
    / Antwoord

    Heel goed neergezet. Goede tekst, dank.

  10. Regrublit
    / Antwoord

    Klopt het dat “ik zweer” voornamelijk door allochtone leerlingen wordt gebruikt?

    • Jolly
      / Antwoord

      Ik herinner het mij nog van mijn Marokkaanse collega’s.
      Géén idee hoe je dit woord schrijft, maar het klinkt als:”Wallah”.
      En dat betekent zoiets als:”Ik zweer het”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De leukste voutjes: »