Column: Zou het genetisch zijn?

gebeurd
In 1999 werd mijn eerste kleinzoon Sam geboren, een heerlijk kind. Ik propte mijn fulltime baan in vier dagen om één dag per week op hem te kunnen passen. Hij was een modelkind en ongelofelijk ‘talig’. Zonder haperen sprak hij ingewikkelde zinnen uit en zijn woordenschat was heel groot. Nu zeggen alle oma’s dat natuurlijk over hun kleinkind, maar vier kleinkinderen verder vind ik nog steeds dat Sam opmerkelijk was. Hoewel …

  Door Tonny Bosma

Als tweejarige was Sam een heerlijke kletskous en kwebbelde er de hele dag op los. Hij was (en is) een kind met veel interesse in hoe dingen gebeuren en wat er allemaal mogelijk is. Hij begon al heel vroeg met praten en verbaasde mensen om hem heen met zijn woordenschat. Nieuwe woorden voegde hij moeiteloos toe en we hoorden onszelf vaak terug, wat nogal vreemd was uit de mond van een tweejarige. Dat ging natuurlijk niet altijd goed.

Sam was veel buiten en vond alles even interessant. Hij hielp zijn opa altijd met klussen en draaide zijn hand niet om voor cement maken, timmeren en schilderen – op zijn eigen leeftijdsniveau, natuurlijk. Naast de speciekuip van opa stond zijn eigen emmertje. Elke week maaide opa het gras in onze tuin. Sam kwam altijd direct aanrennen als opa in zijn schuurtje verdween. Daar kwam op een gegeven moment, in het voorjaar de grasmaaier uit en Sam mocht meelopen achter de stang. Hij vond het geweldig.

De week erop was hij er weer en hij zag opa naar het schuurtje lopen. “Gaan we masgraaien opa?”, vroeg hij zakelijk. “Jazeker”, zei opa, “wij gaan masgraaien, ben je er klaar voor?” Sam begreep niet waarom wij zo hard moesten lachen en voortdurend riepen dat masgraaien het leukste was om te doen.

Er kwamen tussen 1999 en 2005 nog twee kleindochters en een kleinzoon in onze familie; in totaal vier heerlijke kleinkinderen op wie ik twee dagen in de week pas en aan wie ik heel veel plezier beleef. In 2012 kwam mijn laatste kleinzoon Marnix ter wereld, een onverwacht cadeautje en weer een heerlijk kind. Hoewel hij ruim anderhalf uur reizen bij mij vandaan woont, pas ik ook één dag per week op hem.

Marnix is nu twee en hij is gek op zijn twee neven en twee nichten. Vooral zijn inmiddels vijftienjarige grote neef Sam vindt hij heel interessant. Bij Marnix thuis ben ik vaak samen met hem bezig in de grote tuin, want er is altijd wel iets te doen. Onlangs barstte er in de buurtuin ineens geronk los. Marnix legde een klein vingertje over zijn mond. “Ssst oma,” zei hij. Zijn vingertje ging triomfantelijk de lucht in: “Masgraaien!”

Zou het genetisch zijn?

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Column

Column: De Kroon op mijn Nerk

Column: De Kroon op mijn Nerk

In mijn jeugd ben ik eens in een onbesuisd en onbewaakt ogenblik met een Fransman getrouwd. Aan de Sorbonne had hij een jaar lang Nederlands gestudeerd, met beh...


Woordweetje

Woordweetje: Stelletje rakkers

Woordweetje: Stelletje rakkers

Een paar honderd jaar geleden waren ‘rakkers’ nog wetshandhavers die in de nacht de wacht over de stad moesten houden. De woordencombinatie ‘nacht’ en â...