Column: Zakenreis

Zittend in de tuin staar ik voor de zoveelste keer in mijn boek. Het is bijna uit en ik kijk uit naar de ontknoping. Mijn koffie is nog te heet om op te drinken en ik besluit het maar op de tuintafel te zetten. Mijn gedachten keren terug naar mijn boek. Ik lees het woordenboek en na een paar weken plezierig bladeren, heb ik het laatste hoofdstuk bereikt. De letter ‘z’ is deze zaterdagochtend mijn studieobject.

Door Taallent

Mijn oog blijft steken bij het woord ‘zakenreis’. Mijn gedachten nemen me echter mee, op reis. Wanneer ik aan een zakenreis denk, vormt zich het beeld van een veel te gladde jongeman. Van zijn net ontvangen bonus heeft hij een mooi pak gekocht. Zelfgenoegzaam kijkt hij in de spiegel om te zien hoe het pak hem staat. Met speels gemak draait hij een stropdas om zijn nek om vervolgens de leaseauto eens flink op de staart te trappen.

Op weg naar het vliegveld, waar een beetje zakenreis pas echt begint, gaat het fout. Onvermijdelijk, maar onverwacht als altijd is daar de file. Geërgerd gaat het raampje van de leaseauto dicht. De lucht van warm asfalt is nou niet de geur die hij in zijn auto wil toelaten.

Hardop vraagt deze zakenman zich af of de werklui wel beseffen dat hij op zakenreis moet. Zullen ze het woord ‘zakenreis’ wel snappen? Hij durft te wedden dat deze mannen met gebruinde huid en knaloranje overall nooit een zakenreis zullen ondernemen. En juist daar komt het punt waarop mijn fantasie mij prikkelt.

Rustig neem ik een slokje koffie, het is ondertussen wat afgekoeld en lekker genoeg om te drinken. Het woordenboek vertelt mij over een zakenreis: ‘Een reis die je voor je werk doet’.

Leuk, een duur driedelig pak, passend bij je auto. Maar wanneer je de tekst uit het woordenboek letterlijk neemt, heeft de vrachtwagenchauffeur of wegwerker misschien wel meer zakenreizen gemaakt dan de zakenman die op hem aan het mopperen is. Elke dag op reis, elke dag voor de baas. Het is maar net hoe je het leest …

Beeld: met dank aan Sara Dirix

Woordweetje

Woordweetje: Bekokstoven

Woordweetje: Bekokstoven

Toen ik laatst in een – enigszins jonger – gezelschap vroeg wat ze aan het bekokstoven waren, was de enige respons: “Be-wat?” Na een korte stilte en een heleboe...


Column

Column: Eigenwijs, hoezo?

Column: Eigenwijs, hoezo?

De Nederlandse taal is en blijft een moeilijke taal. Ik moet geregeld het woordenboek raadplegen omdat ik soms twijfel hoe je een woord spelt, of hoe je het ‘üb...


Column

Column: Van de herfsthoed en de rand

Column: Van de herfsthoed en de rand

Taalverschijnselen roepen soms zoveel vragen op dat je je erin kunt verliezen. Dat leverde Gertie Schouwenberg veel informatie over de paddenstoel op....