Boekrecensie: Huppelnederlands
De Nederlandse taal is prachtig, dat weet ook Wim Daniëls. Met zijn spiksplinternieuwe boek ‘Huppelnederlands’ schreef hij een ode aan de vrolijkste woorden van...
De afgelopen jaren werd er op mijn werk flink gereorganiseerd. Het specialistische, op woordenboeken gerichte Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) veranderde in een breder Instituut voor de Nederlandse Taal. Het oude logo voldeed niet meer en er moest een nieuwe huisstijl komen. Of, zoals de ontwerpers het zelf omschreven, het instituut was toe aan een nieuwe ‘indentiteit’.
Door Laura van Eerten
Al mijn alarmbellen gingen af tijdens de presentatie van het huisstijlontwerp. Vormgevers die het voortdurend over ‘indentiteit’ hebben, past dat wel bij een taalinstituut? Maar het voorstel was heel goed – ze wonnen er uiteindelijk zelfs een prijs mee – en we besloten met ze in zee te gaan. En zolang het woord niet op een flyer of website terechtkwam, besloot ik er niets van te zeggen. Taal is tenslotte ons vak, niet het hunne.
Het is een veelgemaakte fout. Sterker nog, toen ik klein was deed ik het zelf ook. Lang geleden speelde ik met mijn zus het bordspel Incognito: een spel waarbij je een personage toegewezen krijgt, de rol van je medespelers moet proberen te ontdekken en uit moet zien te vogelen wie je samenwerkingspartner is. Ik vroeg naar de ‘indentiteit’ van mijn zus en werd vervolgens vierkant uitgelachen. Indentiteit? Hoe kon ik zoiets doms zeggen! Sindsdien zeg ik het nooit meer verkeerd. En van schrik besloot ik taalwetenschap te gaan studeren.
Maar waarom wordt ‘identiteit’ dan zo vaak verkeerd gezegd en geschreven? Een collega denkt dat het te maken heeft met de onbekendheid van ‘iden-‘ als begin van een Nederlands woord, ‘in-‘ klinkt een stuk vertrouwder. Ik denk ook dat die extra ‘n’ getriggerd wordt omdat de klank al verderop in het woord zit. Net zoals bij ‘advocado’ en ‘rontonde’, bijvoorbeeld.
Zo’n verklaring is natuurlijk leuk en aardig, maar ondertussen is ‘indentiteit’ wel gewoon fout en rete-irritant. Om argressief van te worden.
Over Laura van Eerten
Taalkundige bij het Instituut voor de Nederlandse Taal (IvdNT, voorheen INL) en blogger voor de rubriek Woordbaak: we mogen wel stellen dat Laura van Eerten net zo verzot is op onze taal als wij. Of misschien moeten we zeggen: verzot op woorden. Ze was zelf initiatiefnemer en auteur van het boek Waar komt pindakaas vandaan? en de opvolger Waar komt hagelslag vandaan?, waarover ze al eerder de column Woordbeleg voor ons schreef. Ook zit ze achter de jaarlijkse Weg met dat woord!-verkiezing.
Meer van Laura van Eerten:
Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.
De Nederlandse taal is prachtig, dat weet ook Wim Daniëls. Met zijn spiksplinternieuwe boek ‘Huppelnederlands’ schreef hij een ode aan de vrolijkste woorden van...
Met lange tanden aan tafel zitten. Uren naar je bord staren. Wie heeft het vroeger niet gedaan? Wat zei je moeder/vader/tante/opa dan? “Wat je niet lust, slik j...
Gaston Dorren schreef een boek over de 20 reuzentalen van de wereld. Engels, Frans, Duits … met die talen kunnen we in Nederland vrij redelijk uit de voeten. Ma...
Karin was een leuke vlotte meid. Ze was 18 jaar en had met goed gevolg de havo doorlopen. Zin om verder te studeren had ze niet. Ze had avonturiersbloed en wild...