Column: Indentiteit

Indentiteit

De afgelopen jaren werd er op mijn werk flink gereorganiseerd. Het specialistische, op woordenboeken gerichte Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) veranderde in een breder Instituut voor de Nederlandse Taal. Het oude logo voldeed niet meer en er moest een nieuwe huisstijl komen. Of, zoals de ontwerpers het zelf omschreven, het instituut was toe aan een nieuwe ‘indentiteit’.

Door Laura van Eerten

Al mijn alarmbellen gingen af tijdens de presentatie van het huisstijlontwerp. Vormgevers die het voortdurend over ‘indentiteit’ hebben, past dat wel bij een taalinstituut? Maar het voorstel was heel goed – ze wonnen er uiteindelijk zelfs een prijs mee – en we besloten met ze in zee te gaan. En zolang het woord niet op een flyer of website terechtkwam, besloot ik er niets van te zeggen. Taal is tenslotte ons vak, niet het hunne.

Het is een veelgemaakte fout. Sterker nog, toen ik klein was deed ik het zelf ook. Lang geleden speelde ik met mijn zus het bordspel Incognito: een spel waarbij je een personage toegewezen krijgt, de rol van je medespelers moet proberen te ontdekken en uit moet zien te vogelen wie je samenwerkingspartner is. Ik vroeg naar de ‘indentiteit’ van mijn zus en werd vervolgens vierkant uitgelachen. Indentiteit? Hoe kon ik zoiets doms zeggen! Sindsdien zeg ik het nooit meer verkeerd. En van schrik besloot ik taalwetenschap te gaan studeren.

Maar waarom wordt ‘identiteit’ dan zo vaak verkeerd gezegd en geschreven? Een collega denkt dat het te maken heeft met de onbekendheid van ‘iden-‘ als begin van een Nederlands woord, ‘in-‘  klinkt een stuk vertrouwder. Ik denk ook dat die extra ‘n’ getriggerd wordt omdat de klank al verderop in het woord zit. Net zoals bij ‘advocado’ en ‘rontonde’, bijvoorbeeld.

Zo’n verklaring is natuurlijk leuk en aardig, maar ondertussen is ‘indentiteit’ wel gewoon fout en rete-irritant. Om argressief van te worden.


Over Laura van Eerten

lauraTaalkundige bij het Instituut voor de Nederlandse Taal (IvdNT, voorheen INL) en blogger voor de rubriek Woordbaak: we mogen wel stellen dat Laura van Eerten net zo verzot is op onze taal als wij. Of misschien moeten we zeggen: verzot op woorden. Ze was zelf initiatiefnemer en auteur van het boek Waar komt pindakaas vandaan? en de opvolger Waar komt hagelslag vandaan?, waarover ze al eerder de column Woordbeleg voor ons schreef. Ook zit ze achter de jaarlijkse Weg met dat woord!-verkiezing.


Meer van Laura van Eerten:


Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.

Column

Column: Hij wilt

Column: Hij wilt

“Hoe vaak moet hij drinken?”, vroeg ik. “Zo vaak als hij wilt”, was het antwoord. Toen mijn zoontje net geboren was, kreeg ik een schat van een kraamverzorgster...


Woordweetje

Woordweetje: de pijp uitgaan

Woordweetje: de pijp uitgaan

Denk jij bij ‘de pijp uitgaan’ ook aan je opaatje, die gemoedelijk in zijn stoel aan z’n pijp zat te lurken voordat hij ‘de pijp aan Maarten gaf’? En dacht je d...


Woordweetje

Woordweetje: van lotje getikt

Woordweetje: van lotje getikt

Ben jij even van lotje getikt?! Het is een van die uitdrukkingen die je wellicht vaker gebruikt, maar waarbij je zelden stilstaat bij de betekenis. Want wie is ...