Column – De troebele whisky van de notaris

geestelijke dranken

Zit u neer? Perfect. Daar gaan we dan:

Het gebeuren zowel tijdig, voortijdig als laattijdig en ongeacht de toegepaste techniek waarbij een vrouw zich bevrijdt of wordt bevrijd van het product der conceptie (foetus en aanhangsels) op een ogenblik waarop de foetus levensvatbaar is.

 

 

Door Ann de Craemer

 

Zouden je vliezen niet spontaan breken van deze omschrijving van een bevalling door de Vlaamse ziekteverzekeraar DKV? Als het bericht anatomisch íets met mij doet, dan is het vooral mijn lachspieren kietelen.

Van het volgende staaltje notariële poëzie krijg ik het dan weer op mijn heupen – en op mijn zenuwen:

De aanwezigheid van zij die niet zullen kunnen aanwezig zijn bij het verlijden van de authentieke akte van verkoop dienen aanwezig te zijn om deze volmacht te ondertekenen.

Graag wil ik merk en jaar van de fles whisky van deze notaris kennen, zodat ook ik de roes kan ervaren waarin hij/zij deze woordenbrij neerpende.

Je kunt je haast niet voorstellen dat sommigen zulke zinnen schrijven zonder dat ze van hun stoel tuimelen van het lachen. Maar hoe vaak krijgen we dit soort krommunicatie niet onder ogen – van beleidsteksten van politici, tot brieven van overheidsinstellingen, banken en verzekeringen, tot bijsluiters bij medicijnen?

Waarom, oh waarom, schrijven mensen voor wie taal nochtans hun belangrijkste materiaal is – denk maar aan advocaten – vaak zo nodeloos ingewikkeld? Daar zijn verschillende redenen voor. Soms heeft het met prestige te maken: er zijn mensen die denken dat ze ontzettend intelligent overkomen wanneer ze dikdoenerige taal gebruiken. Mis, poes: uit een onderzoek uit 2005 van Daniel D. Oppenheimer van Princeton University bleek dat mensen de eenvoudigste teksten aanwijzen als de intelligentste. Dikwijls ook is onzekerheid de oorzaak van wollige taal, of zoals Albert Einstein zei: ‘Als je iets niet eenvoudig kan uitleggen, heb je het zelf niet begrepen.’ De wereldberoemde taalkundige Steven Pinker wijt onhelder taalgebruik ook aan de ‘the curse of knowledge’ of ‘de kennisvloek’: omdat mensen zich moeilijk kunnen inbeelden dat anderen niet weten wat zij weten, gebruiken ze te veel jargon en leggen ze niet voldoende uit wat voor henzelf vanzelfsprekend is geworden.

Toen ik vroeger op school en zelfs aan de universiteit over slecht taalgebruik leerde, ging het vaak over spelling, of over een resem vermaledijde Vlaamse woorden (confituur! autosnelweg! zetel!) die we moesten vervangen door Noord-Nederlandse tegenhangers. Veel erger vind ik wollig taalgebruik, omdat het mensen verward kan achterlaten of zelfs op het verkeerde been zetten. Uit een onderzoek aan Stanford University, waarvan de resultaten deze week verschenen, blijkt dat jargon ‘sjoemelwetenschap’ kan versluimeren: wanneer wetenschappers de gegevens in hun onderzoek vervalsen, proberen ze dat te verbergen door op een andere manier te schrijven. De onderzoekers doorzochten een gegevensbank met wetenschappelijke artikelen die tussen 1973 en 2013 gepubliceerd werden. Met een ‘versluierindex’ ontdekten ze dat frauduleuze onderzoeksartikelen gemiddeld 60 jargonwoorden meer bevatten dan artikelen die berusten op deugdelijk onderzoek.

Als je dus respect hebt voor je lezer en zelf betrouwbaar wilt overkomen, kun je maar beter helder schrijven. Je bewijst er ook de taal een dienst mee – én de waarheid – of om het met Arthur Schopenhauer te zeggen: “De waarheid is naakt het mooist, en de indruk die ze maakt is des te dieper naarmate haar uitdrukking eenvoudiger is.”



Heerlijk helder
Begin 2015 startte het Vlaamse Radio 1-programma Hautekiet met de Heerlijk Helder-campagne. Doel: recht maken wat krom is, namelijk de vaak nodeloos onbegrijpelijke taal van politici, juristen, overheidsdiensten, banken, dokters en musea.

#HeerlijkHelder werd een begrip op sociale media. Luisteraars stuurden massaal voorbeelden van onheldere taal in. 

Jan Hautekiet en Ann de Craemer, voorzitster van het Heerlijk Helder-panel, geven in dit boek tal van voorbeelden van krommunicatie die ook voor de lachspieren bevordelijk zijn – maar Heerlijk Helder is geen stijlgids. Het vertelt wel waarom mensen wollige taal gebruiken, en waarom het voor henzelf en hun publiek beter is dat ze niet doen.

Voor hun campagne wonnen De Craemer en Hautekiet Wablieft-prijs voor duidelijke taal. 

(ISBN:978-94-6310-005-2, €17,50, Uitgeverij Polis)

WINACTIE

We mogen vijf exemplaren van het boek weggeven! Wat moet je daarvoor doen? Deel hieronder in een reactie jouw favoriete krommunicatie. Onder de leukste en origineelste inzendingen verloten we de vijf exemplaren.

Jouw column terugzien op onze website? Stuur deze in.

Woordweetje

Woordweetje: Een kletsnatte column

Woordweetje: Een kletsnatte column

Waarschuwing vooraf: de kans bestaat dat dit nogal een oeverloos verhaal gaat worden. Twee kapiteins op één schip maakt de kans op een behouden vaart vrij klein...


Woordweetje

Woordweetje: Oelewapper

Woordweetje: Oelewapper

“Pfff, oelewapper!” Zei jouw vader dat vroeger ook wel eens tegen je wanneer je met je mouw in een bord spaghetti hing? Het woord ‘oelewapper’ wordt...