Boekrecensie: Smibanese woordenboek 2.0
Het Smibanese is een dialect van de straattalen in Nederland. Het is een versmelting van Surinaams, Engels, Papiaments, Marokkaans, Turks, Ghanees en tot slot N...
Je hebt wekenlang gezwoegd op een belangrijke presentatie, maar op de dag zelf klapt je laptop eruit, gooi je koffie over je witte overhemd én vergeet je de helft van je verhaal. Eenmaal thuis plof je op de bank en weiger je de komende 24 uur nog een voet buiten de deur te zetten. In het Nederlands zeggen we dan dat je in zak en as zit. We gebruiken het al eeuwenlang voor iemand die compleet terneergeslagen is, diep in de put zit of het even helemaal niet meer ziet zitten. Maar wat hebben een schurende jutezak en een hoopje verbrande houtskool in hemelsnaam te maken met klinkklare neerslachtigheid? Tijd om de geschiedenisboeken in te duiken en de eeuwenoude roots van dit dramatische tafereel te ontrafelen.
Wie bij zakken en as denkt aan moderne vuilnismannen of een mislukte stookpartij in de open haard, zoekt in de verkeerde eeuw. Voor de herkomst van deze uitdrukking moeten we namelijk duizenden jaren terug in de tijd, ver vóór onze jaartelling, naar de Oudheid en de Bijbel. Daar vormden ‘zak en as’ hét ultieme ritueel voor diepe rouw, boetedoening en extreem verdriet.
In de bijbelse tijd (onder andere te vinden in boeken als Esther en Matteüs) was het gebruikelijk om je emoties bij een grote ramp of intense rouw extreem fysiek te uiten. Mensen trokken hun mooie, dagelijkse kleren uit en deden een zak aan. Dat was geen zak van papier of plastic, maar een kleed gemaakt van geitenhaar of hele ruwe jutestof (sakkos in het Grieks), dat vreselijk schuurde en krap zat.
Maar daar hield het drama niet op. Om hun opperste nederigheid en verdriet aan de wereld (en God) te tonen, gingen mensen letterlijk op de grond zitten, te midden van een berg kille as uit het vuur. Soms strooiden ze die zwarte as zelfs over hun eigen hoofd en kleren. Het symboliseerde de menselijke vergankelijkheid: je stelt niets voor, je bent weer teruggebracht tot stof en as.
Toen de Bijbel in de zestiende en zeventiende eeuw in het Nederlands werd vertaald (de bekende Statenvertaling), verhuisden dit soort krachtige beelden rechtstreeks naar onze alledaagse taal. Uitdrukkingen als ‘in zak en as zitten’ of ‘in zak en as gaan’ raakten ingeburgerd als de vaste metafoor voor iemand die gehuld is in diepe rampspoed.
In de loop der eeuwen is het fysieke ritueel van de geitenharen zak en de vuile as gelukkig verdwenen (stel je voor dat je zo op kantoor zou verschijnen!), maar de zegswijze bleef ijzersterk overeind.
Dus de volgende keer dat jij je even compleet verslagen voelt en mentaal in zak en as zit, weet je dat je in een eeuwenoude, theatrale traditie stapt. Je hoeft gelukkig geen zak van geitenhaar aan te trekken, maar een fijne joggingbroek en een warme kop thee doen gelukkig precies hetzelfde!
Het Smibanese is een dialect van de straattalen in Nederland. Het is een versmelting van Surinaams, Engels, Papiaments, Marokkaans, Turks, Ghanees en tot slot N...
Je kan de pineut zijn. Maar ook de sigaar. En als je de klos bent, dan ben je ook de sjaak. En in alle gevallen ben je tevens de pisang. Waarom vijf woorden voo...
Nee, niet letterlijk met een mes op die draak af. 'De draak steken met iemand' betekent dat je iemand bespot. Maar wat doet die draak daar dan?...
In onze scheurkalender 2018 staan verspreid over het jaar een aantal eologismen. Maar wat is dat nou, een eologisme? Een eologisme is een nieuw woord dat ontsta...