Column: Moenie gekker word nie
Onlangs kreeg ik in Zuid-Afrika een plaatselijke krant te pakken. Geschreven in het Afrikaans. Dat is door de gelijkenis met het Nederlands voor ons een makkeli...
Je hebt een heerlijk weekendje weg gepland, de koffers staan klaar en het zonnetje schijnt … totdat je auto opeens weigert te starten. Of je staat op het punt een belangrijk project op je werk af te ronden en precies op dat moment valt de stroom uit. In het Nederlands zeggen we dan dat er ‘roet in het eten is gegooid’. We gebruiken deze uitdrukking dagelijks wanneer een prachtig plan op het allerlaatste moment wreed wordt verstoord. Maar waarom roet? En wie was er vroeger zo flauw om dat zomaar in iemands maaltijd te kieperen? Tijd om de pan op het vuur te zetten en de keuken van onze voorouders in te duiken.
Voor de herkomst van deze uitdrukking moeten we terug naar de tijd waarin we nog niet kookten op strakke inductieplaten of een smetteloos gasfornuis. Vroeger kookten mensen boven een open vuur in de schouw. Boven die dampende vuurplaats hing een grote, gietijzeren pot waarin de maaltijd urenlang stond te pruttelen.
Die schouwen en schoorstenen waren verre van brandschoon. Aan de binnenkant verzamelde zich in de loop der tijd een dikke, zwarte laag taai roet en vette roetvlokken. Als de schoorsteen niet goed geveegd was, of als de wind ineens verkeerd op de schoorsteen sloeg, kon het zomaar gebeuren: een flinke klomp smerig, zwart roet kwam uit de pijp naar beneden zeilen en belandde rechtstreeks in de open kookpot.
Roet is niet alleen gortdroog en pikzwart, het smaakt ook nog eens ontzettend bitter en vies. Zelfs een heel klein vlokje roet was al genoeg om een complete pot kervelsoep of stoofvlees oneetbaar te maken. Je kon de hele maaltijd in één klap weggooien; het feestmaal was in één seconde over en uit.
In de zeventiende en achttiende eeuw verhuisde dit alledaagse keukendrama langzaam naar onze taal. ‘Roet in het eten gooien’ werd de vaste metafoor voor het verpesten van de pret of het bederven van een mooi vooruitzicht.
Inmiddels zijn de open vuurplaatsen uit onze keukens verdwenen, maar de uitdrukking blijft als een paal boven water staan. We gebruiken hem nu niet meer voor mislukte avondmaaltijden, maar voor elk onverwacht obstakel dat een streep door onze plannen zet.
Dus de volgende keer dat de regen je barbecue overvalt of een lekke band je dag verpest, weet je precies in welke keukensituatie je zit. Er is geen kok aan te pas gekomen, maar het resultaat is helaas net zo bitter. Smakelijk eten is er even niet meer bij!
Onlangs kreeg ik in Zuid-Afrika een plaatselijke krant te pakken. Geschreven in het Afrikaans. Dat is door de gelijkenis met het Nederlands voor ons een makkeli...
Laatst vroeg iemand hoe het met me ging. “Goed! En met jou?”, antwoordde ik. Later bedacht ik me dat ik misschien beter ‘u’ had kunnen zeggen. De pe...
Het is altijd een gevoelig onderwerp: je salaris. Je verdient meer, maar krijgt altijd te weinig. Toch mag je blij zijn dat je tegenwoordig in euro’s wordt uitb...
De dikke duim. Dat is verreweg mijn favoriet. Elke keer als ik die gebruik, hoor ik mezelf stilletjes “Prima, joh” fluisteren. Want dat is wat die dikke duim vo...