Column: kun je in dialect ook voutjes maken?

Zeg je Brabant, dan zeg je worstenbroodjes, carnaval en natuurlijk de zachte G. Maar de Brabantse taal blijkt een mijnenveld van ongeschreven regels. Wat voor de één een trotse uiting is van identiteit, is voor de ander een ‘belediging’ van het echte dialect. Taalwetenschapper Kristel Doreleijers dook voor haar onderzoek in de wereld van de Brabantse internetmemes en ontdekte dat je zelfs in een taal zonder officieel woordenboek flinke ‘voutjes’ kunt maken. Vandaag neemt ze ons mee naar een knusse huiskamer in Valkenswaard, waar de discussie over het ‘Superbrabants’ hoog opliep.

Ik heb er levendige herinneringen aan. Op een regenachtige avond stapte ik een knusse huiskamer binnen in het Noord-Brabantse plaatsje Valkenswaard, op een kwartiertje rijden van Eindhoven. Terwijl de hond des huizes door de kamer dartelde, werd er Zwitserse roomvlaai geserveerd. Gezellig en gastvrij, precies zoals je het in Brabant verwacht. Ik kwam die avond opnames maken van een gesprek met lokale dialectsprekers. Voor mijn onderzoek naar Brabants dialect wilde ik graag weten hoe zij aankijken tegen modern dialectgebruik.

Hun kritiek bleek niet mals. Aan tafel zaten échte dialectliefhebbers. Twee van hen hielden zich in hun vrije tijd bezig met het ontwikkelen van een plaatselijk dialectwoordenboek en een dialectspelling. Ze hadden drie dorpsgenoten opgetrommeld om ook aan te sluiten bij het gesprek.

Dialect in memes

Om het gesprek te structureren had ik afbeeldingen meegenomen van internetmemes. Daar mochten de deelnemers, tussen de 52 en 70 jaar oud, op reageren. ‘Het bulkt van de fouten!’ klonk het al snel. In de memes werd het Brabants in een nieuw jasje gestoken. Zo stond er bijvoorbeeld unne dame, wat gek klinkt in oorspronkelijk Brabants. Daar wordt het verbogen lidwoord unne alleen gebruikt bij mannelijke woorden, unne vent bijvoorbeeld. ‘Het is een belediging van Brabant!’, riepen ze in Valkenswaard.

Als taalwetenschapper ben ik geïntrigeerd door taalvariatie en hoe mensen daarop reageren. Niemand spreekt precies hetzelfde, en dat is juist ook een van de krachten van taal. Hoe je praat, zegt iets over wie je bent. Oudere dialectsprekers zouden nooit unne dame over hun lippen krijgen, maar voor jonge Brabanders die zijn opgegroeid met sociale media klinkt het heel normaal. Dialect beweegt mee met generaties.

Taalverloedering

Dat elke levende taal verandert, is niets nieuws. En dat mensen daar sterke emoties bij kunnen ervaren ook niet. Niet voor niets wordt taalverandering in de volksmond vaak gelijkgesteld aan taalverloedering. Elke verandering is een verslechtering, een teken dat de taalvaardigheid van nieuwe generaties achteruitgaat. Wel gaat het dan meestal over de standaardtaal. Jongeren die dingen zeggen als ‘hij wilt’ en ‘me fiets’ volgen de regels van de standaardtaal niet, en dat irriteert sommige mensen. Voor de standaardtaal zijn immers duidelijke afspraken gemaakt, die je eenvoudig kunt terugvinden in schoolboeken en (online) taaladviezen. Wie fouten maakt, zou daarom lui, slordig of zelfs dom zijn.

Achter dit soort taalontwikkelingen en opvattingen gaat een heel universum schuil, maar wat ik in mijn onderzoek nóg interessanter vond, is dat mensen ook bij dialectgebruik sterke emoties kunnen ervaren. Dat je in dialect blijkbaar ook fouten kunt maken. Dialecten zoals het Brabants zijn niet gestandaardiseerd. Er zijn veel lokale verschillen in uitspraak, woordenschat en grammatica. Er is geen uniforme spelling. Er wordt geen onderwijs in gegeven. En toch voelen mensen bepaalde uitingen in het dialect aan als ‘fout’, ‘nep’, ‘ongeloofwaardig’ of zelfs ‘beledigend’. Ze kunnen elkaar wijzen op ‘dialectvoutjes’.

Dialect op retour

Dat heeft alles te maken met overlevering. Veel oudere Brabanders hebben het dialect op jonge leeftijd van huis uit meegekregen. Het dialect van hun jeugd is voor hen het traditionele en ‘juiste’ dialect. Jonge Brabanders hebben het dialect minder vaak met de paplepel ingegoten gekregen. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw zijn de dialecten in Nederland op hun retour. De sterke lobby voor een goede beheersing van het ‘ABN’, tegenwoordig Standaardnederlands, heeft ze in de verdrukking gebracht. De overtuiging dat dialecten schadelijk kunnen zijn voor schoolprestaties en carrièrekansen heeft veel ouders doen besluiten om hun kinderen op te voeden in het Nederlands (soms met een lokaal tintje).

Dat geldt ook voor sommige deelnemers aan mijn onderzoek. Hoewel ze in gesprek met mij hun zorgen uitten over de teloorgang van het Brabants, hebben ze zelf eveneens de keuze gemaakt om het dialect niet door te geven aan hun kinderen. Uiteindelijk zijn de gevolgen daarvan desastreus. Een taal die niet wordt doorgegeven van de ene op de andere generatie is ten dode opgeschreven.

Het gevoel van thuis

Toch is er in Brabant iets bijzonders aan de hand. Hoewel jonge Brabanders het dialect niet meer zo goed beheersen als hun opa’s en oma’s, gebruiken ze het wel met een eigen twist. Het dialect keert terug in nieuwe gedaanten, in series en films, in memes, in TikTok-filmpjes, en in de nog altijd populaire sketches van New Kids. De behoefte blijft bestaan om Brabants te klinken. Daarmee kun je laten merken dat je je verbonden voelt met de regio, dat je een trotse Brabander bent.

Dat is voor mij als geboren en getogen Eindhovense erg herkenbaar. Ik spreek van huis uit geen dialect, maar ik ben wel vertrouwd met de klanken van de streek. Ik voel me thuis als ik een zachte ‘g’ hoor. Maar hoe werkt dat precies: je ergens thuis voelen via taal? Daar kun je alles over lezen in mijn boek Superbrabants: Over jongerentaal, New Kids en je thuis voelen in je dialect (Ambo|Anthos, 2026).

Houdoe hè!


Over Kristel Doreleijers

Kristel Doreleijers

Kristel Doreleijers (1993) is taalwetenschapper bij het Meertens Instituut (KNAW) in Amsterdam. Daar doet ze vooral onderzoek naar jongerentaal en taaltrends op sociale media. In 2024 promoveerde ze aan de Tilburg University op haar onderzoek naar modern dialectgebruik in Noord-Brabant. De resultaten van dat onderzoek heeft ze nu vertaald naar haar publieksboek Superbrabants, een boek vol nieuwe inzichten, anekdotes en wetenswaardigheden over een van de gezelligste dialecten van Nederland! 


Win het boek Superbrabants!

Ben je na het lezen van deze column ook gefascineerd door de kracht van dialect? In haar splinternieuwe boek Superbrabants laat Kristel zien hoe belangrijk taal is voor wie we zijn. Van de sketches van New Kids en de hits van Guus Meeuwis tot de marketing van PSV: het Brabants is hipper dan ooit, maar wel in een heel nieuw jasje. Een must-read voor iedereen die houdt van taal, identiteit en een flinke dosis zuidelijke trots. En die kun jij nu winnen! We geven drie exemplaren weg. Wat je daarvoor moet doen? Laten zien hoe kei-goed jouw Brabants is in onze Grote Superbrabants Quiz!!

Column

Column: Slechte slogans

Column: Slechte slogans

Inmiddels kunnen we niet meer over straat zonder ze te zien: bedenkelijke slogans. Vaak zijn die slogans dan ingezonden voor onze site slechteslogans.nl. Ze sta...


Column

Column: Spreek je moerstaal

Column: Spreek je moerstaal

Al bijna driekwart van mijn leven woon ik in wat mijn destijds in Zwitserland woonachtige broer zo treffend das Baussenland noemde. Met mijn eerste (Franse) ech...