Column: Dien Ollander
(beeld: Neder-L) Het heeft wel even geduurd voor ik me aan dit schrijfsel zou wagen. Echter, omdat ik toch niets anders te doen heb – ik ben huisman, ofte...
We zitten in de kring. “Wat zou je toveren, als je voor één dag een tovenaar was?”, is de vraag. Ik hoor de mooiste dromen, die vooral te maken hebben met een zwembad in de achtertuin, prinsessen, draken en babydiertjes.

Door: Sherita Jager
Het duurt even voor Denzels fantasie gaat werken, want nuchter als hij is, spreekt zijn Nederlandse kant: “Maar toveren kan helemaal niet.” Als ik even aandring en Denzel dan eenmaal toch begint te fantaseren, is hij niet meer te stoppen. Zijn droom is erg spannend. “Ik wil een kokodril in de tuin!”, roept hij met een stralend gezicht. Leuk, denk ik eerst. Maar dan ben ik even van slag. Hier klopt iets niet …
Paul, een van de leerlingen met een grote Nederlandse woordenschat, kijkt me met grote ogen aan. Wat zegt hij nu verkeerd? Het klinkt zo gek. Kokodril … Kokodril …
Ik kijk naar Denzel, die met een heel blij gezicht aan zijn kokodril in de achtertuin denkt. Ik kijk nog een keer naar Paul, herhaal Denzels zin en dan hoor ik het. “Kokodril!”
Ik onderbreek Denzel even in zijn fantasie en vertel hem dat het juiste woord ‘krokodil’ is. Ook goed, zie ik hem denken. Als ik hem maar in mijn tuin mag houden.
Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.
(beeld: Neder-L) Het heeft wel even geduurd voor ik me aan dit schrijfsel zou wagen. Echter, omdat ik toch niets anders te doen heb – ik ben huisman, ofte...
Er was een tijd dat ik een tik op m’n achterhoofd kreeg van mijn pa als ik weer eens zat te dabben aan tafel. Tegenwoordig juichen mijn leerlingen als ik dab, o...
Vervoegingen zijn maar lastig. Van bijvoeglijk naamwoord tot bijwoord en voltooid deelwoord; pas jij het wel goed toe? Dr. E.I. Kipping helpt....