Column: Dien Ollander
(beeld: Neder-L) Het heeft wel even geduurd voor ik me aan dit schrijfsel zou wagen. Echter, omdat ik toch niets anders te doen heb – ik ben huisman, ofte...
Wie weleens ongegeneerd door de spleetjes van de luxaflex de nieuwe auto van de buren heeft bewonderd, is een rasechte koekeloerder. Het woord klinkt als een gezellige zondagmiddagactiviteit met thee en biscuits, maar niets is minder waar. Je hoeft er namelijk geen trommel marietjes voor open te trekken. Maar waarom ‘koekeloeren’ we eigenlijk als we stiekem staan te spieden? Tijd om het slakkenhuisje te verlaten en te kijken wie er nu echt zit te loeren.
Hoewel we bij koekeloeren tegenwoordig direct denken aan intensief spiedgedrag, ligt de oorsprong bij een dier dat niet bepaald bekendstaat om zijn snelle blik: de slak. Volgens de taalgeleerden is het woord namelijk een afleiding van kokeloer of kokerol, oude Nederduitse woorden voor een slakkenhuisje. Die termen vonden hun oorsprong weer in het Oudfranse coque (grote holle schelp).
Als je in de middeleeuwen zat te kokeloeren, kockeloeren of coeckeloeren, leidde je letterlijk het leven van een slak in zijn eigen huisje. Je trok je lekker terug, deed helemaal niets nuttigs en zat een beetje relaxed voor je uit te staren. In 1599 schreef de beroemde Nederlandse taalgeleerde Kiliaan hier al over in het Etymologium Teutonicae Linguae, het allereerste etymologische woordenboek van onze taal. Het was destijds de ultieme omschrijving voor doelloos niksen en een beetje dromerig om je heen kijken.
Er was destijds overigens nóg een betekenis in omloop. In de middeleeuwen werd ‘koekeloeren’ ook gebruikt als klanknabootsing voor het kraaien van een haan of het roepen van een koekoek. Maar naarmate de eeuwen verstreken, raakte die vogelvariant in de vergetelheid en smolt het woord ‘loeren’ (scherp kijken) definitief samen met dat trage slakkenbestaan.
Tegenwoordig heeft het woord een veel actievere en soms een tikje bemoeizuchtige bijsmaak gekregen. We zitten niet meer passief in ons eigen huisje te dromen; we komen juist met onze nek naar buiten – als een slak uit zijn schelp – om te kijken wat de buurman aan de overkant allemaal aan het uitspoken is.
Dus de volgende keer dat je betrapt wordt terwijl je over de schutting gluurt, hoef je niet beschaamd weg te duiken. Roep gewoon dat je bezig bent met een historisch verantwoorde onthaastingscursus. Niemand die je dan nog durft te beschuldigen van ordinair spioneren.
(beeld: Neder-L) Het heeft wel even geduurd voor ik me aan dit schrijfsel zou wagen. Echter, omdat ik toch niets anders te doen heb – ik ben huisman, ofte...
De schrijfsters van De hond in de pot slaan spijkers met koppen in hun nieuwe boek. In dit boek worden vijftig spreekwoorden en gezegden voorzien van achtergron...
In het noorden en oosten van ons land is de aard van de mensen en dus ook de taal verschillend van de rest. Het Nederlands daar kun je volgens Erwin Boers in on...
Cabaretier Herman Finkers kan zelf al goed goochelen met taal. In zijn voorstelling ‘Na de pauze’ gaat hij nog een stapje verder....