Woordweetje: Carnavalsnamen

N’n Tullepetaon.

Wat is dit nu? Wordt er hier geen Algemeen Beschaafd Nederlands meer geschreven? Over het algemeen wel, maar er is een tijd in het jaar dat delen van ons land het nét even anders doen. Dialecten worden weer volop geschreven en gesproken, huis-aan-huiskranten moet je hardop lezen om iets van de artikelen te kunnen begrijpen. Als dat al lukt.

Door Koen van Haaren

Het is weer carnavalstijd. De leutigste tijd van ’t jaar als je het aan een willekeurige zuiderling vraagt. Leut? Ja, dat betekent ‘gezelligheid, lol, plezier’, eigenlijk al het goede in het leven. En waar vindt men al dat goede dan? Dat kan in Lampegat, Oeteldonk, Kruikenstad of Tullepetaonestad. Sorry, uw Bosatlas laat u in de steek? Geen nood, zoek dan maar op Eindhoven, Den Bosch, Tilburg of Roosendaal.

Waar de traditie van carnavalsnamen precies vandaan komt, is niet helemaal bekend. De plaatsnamen verwijzen vaak naar oude ambachten of industrieën die vroeger in die plaatsen veelvuldig voorkwamen.
Kruikenstad Tilburg komt voort uit de textielindustrie. Werknemers van de textielfabriek namen hun urine in kruiken mee naar de fabriek, waar die werd gebruikt om de wol mee te wassen. Tilburgers worden dan ook toepasselijk “Kruikenzeikers” genoemd tijdens carnaval.
In Bergen op Zoom werd vroeger veel meekrap geteeld, een plantje dat als grondstof diende voor een rode kleurstof. De krab werd een symbool voor de Bergenaren en de plaatsnaam werd ’t Krabbegat.

Soms ligt ook een oud verhaal of een oude anekdote aan de naam ten grondslag. Nuenen noemt men Dwèrsklippelgat en de inwoners zijn Dwèrsklippels. Het verhaal gaat dat men ooit een balk overdwars door de deur van de kerk probeerde te krijgen. Blijkbaar heeft men dat lang genoeg geprobeerd om er een carnavalsnaam aan over te houden.
Het verhaal gaat dat dat de kerktoren in Schijf zo klein was dat men deze ’s nachts binnen zette. Zo hebben de inwoners de naam Torensjouwers gekregen.

Veel gemeenten in Noord-Brabant en Limburg voeren hun carnavalsnaam met trots en vervangen in de carnavalsperiode zelfs de officiële bebording aan de rand van de bebouwde kom door de carnavalsnaam.

Als buitenstaander zul je dan toch even twee keer moeten kijken en misschien een voorbijganger raadplegen om te weten hoe je van Put en Buntland het best naar Tullepetaonestad kunt komen. Hopelijk begrijp je dan de aanwijzing dat via ’t Sanegat het rapst is en dat je bij Kraaierijk te wijd bent.


Heb jij altijd al de herkomst van jouw favoriete woord willen weten? Laat het ons weten!

Boekrecensie

Boekrecensie: Kwetsbare talen

Boekrecensie: Kwetsbare talen

In een wereld waarin talen als Engels en Spaans wereldwijd gesproken worden, dreigen talen die minder sprekers kennen uit te sterven. Dit boek vestigt de aandac...


Column

Buitenlandse spreekwoorden – stuur in!

Buitenlandse spreekwoorden – stuur in!

Van apen die uit mouwen komen tot honden in potten: het Nederlands zit vol rijke spreekwoorden die tot de verbeelding spreken. Maar over de grens kunnen ze er o...


Woordweetje

Woordweetje: Dom blondje

Woordweetje: Dom blondje

Met mijn haar heb ik echt niets te klagen. Ik mag het dan altijd in een knot hebben, maar eigenlijk heb ik een goede bos lang, dik haar met wat slag. Als ik mij...