#spreekwoorden en uitdrukkingen


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Soms krijgt iemand nieuws te horen waar hij totaal niet van onder de indruk is. Waar de een moord en brand schreeuwt, haalt de ander stoïcijns zijn schouders op. In het Nederlands hebben we daar een heerlijk platte, plastische uitdrukking voor: 'dat maakt me de pis niet lauw'. We gebruiken het om aan te geven dat iets ons echt he-le-maal niks doet, of dat we ons er in elk geval niet druk om gaan maken. Maar wat heeft je lichaamstemperatuur – en dan specifiek die van je urine – in hemelsnaam te maken met totale onverschilligheid? Tijd om de biologie en de oude volkstaal in te duiken om dit warme mysterie te ontrafelen.[/intro]

Wie denkt aan een koelbloedige reactie, denkt al snel aan de temperatuur van ons lichaam. Biologisch gezien heeft urine bij het verlaten van ons lichaam altijd een vrij constante temperatuur: het is zo'n 37 graden, oftewel behaaglijk lauw tot warm.

Wanneer mensen zich enorm opwinden, kwaad worden of stress ervaren, schiet de hartslag omhoog, stijgt de bloeddruk en gaat de 'interne kachel' harder branden. In de oude volkswijsheid geloofde men dat heftige emoties je hele lichaam letterlijk deden opwarmen, tot aan je lichaamssappen toe.

Als je ergens niet van onder de indruk bent, gebeurt er in je lijf het tegenovergestelde: helemáál niets. Je hartslag blijft rustig, je spieren ontspannen en je interne thermostaat verschuift geen millimeter. De gedachte achter de uitdrukking is dus simpel: deze situatie wekt zó weinig emotie, opwinding of stress bij me op dat zelfs mijn urine er niet eens een fractie van een graad warmer (of lauwer) van wordt.

In de loop van de negentiende en twintigste eeuw werd deze medische volkslogica omgezet in een platte volksuitdrukking. Het was de ultieme, ietwat ruwe manier om te laten zien dat je je door niets of niemand van je stuk liet brengen.

Inmiddels is het een klassieker in ons vocabulaire voor de betere portie onverschilligheid, al kun je hem op kantoor wellicht beter inruilen voor 'dat laat me koud'.

Dus de volgende keer dat je collega op hoge poten vertelt dat de koffiemelk op is of dat het buiten zachtjes regent, weet je precies welke biologische knop er uit blijft staan. Je interne kacheltje blijft op de waakvlam, je blaast niet hoog van de toren én je houdt de temperatuur onder controle. Al kun je deze medische onderbouwing tijdens een sollicitatiegesprek wellicht beter vóór je houden!

Lees nog meer interessante woordweetjes.


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Je staat op het punt om stiekem de laatste doos chocolade uit de kantine te jatten, maar precies als je de kast opendoet loopt je baas de ruimte binnen. Of de leraar zoekt een vrijwilliger voor het schoonmaken van het scheikundelokaal en zijn oog valt nét op jou. In het Nederlands zeggen we dan met een diepe zucht dat je 'de sigaar bent'. We gebruiken het al meer dan een eeuw wanneer iemand de dupe is, pech heeft of een vervelende klus in zijn maag gesplitst krijgt. Maar wat heeft een bruine rol opgerolde tabak in hemelsnaam misdaan om symbool te staan voor pure pech? Tijd om de rookgordijnen op te trekken en te kijken waar deze uitdrukking écht vandaan komt.[/intro]

Wie denkt dat de uitdrukking te maken heeft met de bekende 'sigaar uit eigen doos' of met rijke industriëlen die genietend een dikke bolknak opstaken, moeten we helaas teleurstellen. De herkomst is een stuk minder chic, maar wel heel menselijk.

De uitdrukking duikt rond de eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw voor het eerst op in het Nederlandse taalgebied, onder andere in de leger- en studententaal. Taalkundigen zijn er heel duidelijk over: het woord 'sigaar' was in de volksmond simpelweg een eufemisme voor het mannelijk geslachtsdeel.

Maar waarom ben je 'de lul' of 'de sigaar' als je pech hebt?

Dat heeft alles te maken met de vrij brute logica uit de vroege volkstaal. In de platte spreektaal en het zeventiende-eeuwse Bargoens (de geheimtaal van dieven en bedelaars) werd de daad van het penetreren al eeuwenlang gebruikt als metafoor voor iemand bedriegen, vernederen of overmeesteren. Zo betekende ons huidige, onschuldige woord 'foppen' vroeger simpelweg 'neuken' of 'beroven'. Iemand 'foppen' of 'naaien' betekende dus letterlijk: iemand te grazen nemen.

Degene die het incasseert, is de 'onderliggende' partij: het slachtoffer dat de klap opvangt. Als je pech had of de dupe was, was jij figuurlijk degene die de 'lul' of 'pik' van de situatie toegewezen kreeg. Omdat zulke termen in nettere kringen nogal rauw op het dak vielen, bedacht men een schertsende, wat beschaafdere 'dekmantel'. Aangezien een sigaar qua vorm, nou ja, vrij makkelijk aan dat specifieke lichaamsdeel deed denken, werd 'de sigaar zijn' de perfecte, nette vervanger.

Interessant genoeg is de sigaar niet het enige langwerpige voorwerp dat voor dit taalkundige trucje is gebruikt. Zo kennen we in ons land ook de uitdrukking 'de pisang zijn'. 'Pisang' is het Indische woord voor banaan, die waarschijnlijk om dezelfde reden als eufemisme diende.

De grote doorbraak via De Jantjes

Dat deze straattaal uitgroeide tot een alledaagse klassieker, hebben we mede te danken aan de gigantisch populaire Jordaan-operette De Jantjes van producent Herman Bouber uit 1922. Daarin zat een iconisch liedje met de tekst: “Als je verliefd wordt, dan ben je de sigaar" (kijk vanaf 0.15). Het toneelstuk werd zo’n immense hit dat heel Nederland het liedje ging meezingen. Vanaf dat moment is 'de sigaar zijn' voorgoed geaccepteerd én verankerd in onze taal.

In de loop van de twintigste eeuw raakte de oorspronkelijke, schunnige betekenis van het woord 'sigaar' bij het grote publiek op de achtergrond. Daardoor klinkt 'de sigaar zijn' tegenwoordig als een heel keurige, bijna nostalgische uitspraak die je prima op de werkvloer of bij je schoonouders aan tafel kunt gebruiken.

Dus de volgende keer dat jij de klos bent en het keukentje moet opruimen, weet je precies in welke schaduw je staat. Je bent niet het slachtoffer van een tabaksbedrijf, maar van een stokoude, creatieve taalkundige dekmantel die via het theater onze huiskamers binnenrolde. Dat maakt de schoonmaakbeurt niet leuker, maar je weet in elk geval wel hoe de vlag erbij hangt!

Lees nog meer interessante woordweetjes.


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Als je letterlijk de draak zou steken met iemand, zou je die persoon gebruiken als steekwapen in de strijd tegen een enorm vuurspuwend monster. Hoewel het niet altijd erg aardig is om de draak met iemand te steken, valt de eigenlijke betekenis gelukkig mee: de spot met iemand drijven. Maar hoe is die draak dan in deze uitdrukking terechtgekomen? [/intro]

Hij is afkomstig uit de legende van Sint-Joris. Het verhaal luidt dat er in de derde eeuw een draak leefde in het huidige Turkije. Het monster had het op de dochter van de koning gemunt, maar gelukkig was daar ridder Joris die de draak doodde en daarmee de prinses redde. 

Later kreeg dit verhaal een christelijke uitleg en werd dit gevecht tijdens processies nagespeeld. Met de jaren veranderde dit toneelspel in een komisch optreden. En zo kreeg de uitdrukking door het bespotten van de legende haar huidige betekenis.

Gelukkig wordt er met Sint-Joris niet de draak gestoken. Hij stierf op 23 april en kreeg een eigen naamdag op deze datum. In sommige landen is dit een feestdag geworden. 


Wij zoeken leuke wetenswaardigheden over taal! Dus ken jij ook het verhaal achter een woord, heb je een leuke taalanekdote te vertellen of verbaas je je over de taal om je heen? Schrijf het op en stuur je woordweetje of column in!