#Pepijn Hendriks


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]"Nou, dan zal ik maar eens met het eten beginnen." Dikke kans dat er dit kerstweekend in al die huiskamers weer tientallen clichés weerklinken. "Wil je me soms vetmesten?"[/intro] Door Wouter van Wingerden en Pepijn Hendriks De kerstdagen zullen bij miljoenen mensen heel standaard verlopen. Je ondergaat thuis of bij familie een kersttoespraak van de koning, Home Alone en Mariah Carey komen voorbij, er is een brunch met kerststol, een gezelschapsspel of zes en een grote kruiswoordpuzzel uit de krant. In de loop van de middag is het dan eindelijk zover: een ijverige thuiskok stort zich op het diner van het jaar. En dat ritueel brengt de nodige standaardzinnen met zich mee. Na een tijdje constateer je vanuit de huiskamer, als het tenminste goed gaat: "Het ruikt nu al lekker!" En zo niet, dan uit je je bezorgdheid: "Gaat dat wel goed daar, in die keuken?" Je informeert voor alle beleefdheid in elk geval even bij de kok: "Kan ik nog iets doen?" "Ja, het opeten!", zal die mogelijk zeggen. En dan mag het hele gezelschap aanschuiven bij het chique servies op de uitgeschoven tafel met decoratief kersttafelkleed. Een amuse. "Zo, dat ziet er spannend uit!" Een bijzondere soep wordt aangekondigd. "Ik weet niet wat het is, maar het klinkt lekker." De tafel wordt volgebouwd met schalen vlees, bijzondere groenten, sauzen en bijgerechten. "Jullie hebben er wel werk van gemaakt, zeg." "Zo krijg je het niet in een restaurant!" "Het is bijna zonde om het op te eten." "Het is allemaal even lekker." "Jij mag vaker koken." "Ik kan wel blíjven eten!" Als het althans niet tegenvalt. "Hoe eet je dit netjes?" "Wat zitten we eigenlijk te eten?" "Dan moet je niet meteen zo’n vies gezicht trekken." "Ik ben toch geen konijn?" "Dan eet je er maar omheen." Of zelfs: "Als we morgen allemaal ziek zijn, weten we waar het aan ligt." Maar als het goed is, eet iedereen met smaak z’n buikje rond. "Hou je wel een plekje vrij voor het toetje?", waarschuwt iemand met vooruitziende blik. En daar komt hij of zij afgesloofd maar trots met een calorierijk slotakkoord aanzetten. "Met fruit, dus het is gezond." "Wat een verwennerij!" "Er is nog meer, voor de liefhebber." "Anders blijf je er maar mee zitten." "Ik kan geen pap meer zeggen!" [line]

Dat hoor je mij niet zeggen!

Ons kerstcadeau In het boek ‘Dat hoor je mij niet zeggen!’ staan ruim 1500 van zulke taalclichés. Op Facebook en Twitter geven Wouter van Wingerden en Pepijn Hendriks elke dag een cliché weg. Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.

923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Elke taal heeft ze: standaardzinnen die je gebruikt in alledaagse situaties. ‘Zo vind je nog eens wat’, ‘Het kan nooit ver meer zijn’ en ‘Ik zal blij zijn als het vijf uur is’. In de afgelopen dertien jaar hebben wij er vijftienhonderd verzameld. Welke van die zinnen behoren nu niet alleen tot de Nederlandse taal, maar zeggen vooral ook iets over de Nederlandse cultuur?[/intro] Door Wouter van Wingerden en Pepijn Hendriks

Zachtjes regenen

In onze streken is het vaak nat en koud. Het weer is daardoor een grote bron van clichés. Wat dacht je van deze? ‘Als de zon weg is, is het ook gelijk fris.’ ‘Ik geloof niet dat we het droog houden.’ ‘Het is wél goed voor de tuin!’ ‘Voel ik nou een druppel?’ Juist door die kou en nattigheid genieten we extra van droge en zonnige momenten: ‘Het is geen weer om binnen te blijven.’

Postzegel

De clichés die we verzamelden over geld bewijst dat de Nederlander nog lang niet van zijn stereotiepe zuinigheid af is. ‘Dat scheelt weer een postzegel’ is een klassieker als je iets mee- of afgeeft. Met ‘Zo, doe maar duur!’ laat je licht misprijzend merken dat iemand wel erg veel geld aan iets heeft uitgegeven. Zonder twijfel oer-Nederlands is: ‘Dat kostte het vroeger in guldens!’ Die krenterigheid kan knap irritant zijn: ‘Het mag zeker weer niks kosten?’ Maar ja, ‘de dure maanden komen er weer aan!’ Als je op 5 december iets van je wensenlijstje krijgt, zeg je quasilollig: ‘Hoe wist Sinterklaas dat nou?’ En een kleine maand later weet je dat iedereen ‘nee’ gaat zeggen op ‘Iemand nog een oliebol?’.

Als gekken

Ook het buitenland bekijk je door je Nederlandse ogen. Bijvoorbeeld aan tafel: ‘Ik weet niet wat het is, maar het klinkt lekker.’ ‘Kun je dat eten?’ ‘Als we morgen allemaal ziek zijn, weten we waar het aan ligt.’ Of in het verkeer: ‘Ze rijden hier als gekken!’ Maar ondertussen haal je in idyllische stadjes zelf ook rare capriolen uit: ‘Dat bepaal ik zelf wel’, want ‘er staat nergens dat het niet mag.’

Hèhè

Een misschien wat onverwacht typisch Nederlands cliché is ‘Hèhè, ik zit.’ Puur omdat het woord 'hèhè' in andere talen schijnt te ontbreken. Je vraagt je af hoe dat kan. Kennen ze over de grens het genot van de stoel na een dag rennen en vliegen (‘Ik heb de hele dag nog niet gezeten’) niet? ‘Als je er eenmaal een hebt, wil je nooit meer zonder.’ Sommige clichés sterven gelukkig uit. Ooit was ‘Jij hebt de oorlog zeker niet meegemaakt?’ een ernstige vraag. Gaandeweg is het een wat flauwe opmerking geworden. En nu zijn we ongeveer van dat nationale trauma af. ‘We leven in een vrij land, tenslotte.’  

Dat hoor je mij niet zeggen!WINACTIE

Wouter van Wingerden en Pepijn Hendriks bundelden hun verzameling clichés in het boek 'Dat hoor je mij niet zeggen!', verschenen bij uitgeverij Thomas Rap. Meer informatie: dathoorjemijnietzeggen.nl. Meer clichés krijg je dagelijks via Facebook en Twitter.

We mogen vijf exemplaren van het boek weggeven! Wat moet je daarvoor doen? Deel hieronder in een reactie jouw favoriete cliché. Onder de leukste en origineelste inzendingen verloten we de vijf exemplaren.