923 shares
Ik snap 'm niet
[intro]Politici, juristen, academici, managers, medici en de rest van Nederland: de aandacht erbij. Het is tijd – de hoogste tijd – om het probleem waar je elke dag tegenaan loopt scherp onder de loep te nemen. Het is tijd voor een boek over datgene waardoor onze tenen elke dag weer krom gaan staan: onhelder taalgebruik. Dat boek is er nu: 'Heerlijk Helder'.[/intro]
Door Linda Schemmekes
Jan Hautekiet en Ann de Craemer beschrijven in hun boek ‘Heerlijk Helder’ op humoristische wijze het onheldere taalgebruik in verschillende maatschappelijke domeinen. Zo citeren ze in hun inleiding de Belgische ziekteverzekeraar DKV, die een bevalling op de volgende manier omschrijft: “Het gebeuren zowel tijdig, voortijdig als laattijdig en ongeacht de toegepaste techniek waarbij een vrouw zich bevrijdt of wordt bevrijd van het product der conceptie (foetus en aanhangels) op een ogenblik waarop de foetus levensvatbaar is.” Snap jij het nog?
Het boek van Hautekiet en De Craemer staat niet op zichzelf. Begin 2015 startte het Vlaamse Radio 1-programma Hautekiet (je raadt het al: van Jan Hautekiet) de Heerlijk Helder-campagne. Dat had als doel om 'recht te maken wat krom is, namelijk de vaak nodeloos onbegrijpelijke communicatie van politici, juristen, overheidsdiensten, banken, dokters en musea.' Ze riepen luisteraars daarbij op om voorbeelden in te sturen, waar massaal gehoor aan gegeven werd. En dit resulteerde onder andere in hun boek, waarin de schrijvers vertellen waarom mensen wollige taal gebruiken en waarom het voor henzelf en hun publiek beter is om dat niet te doen.
Als academica in opleiding voelde ik geruststelling bij het hoofdstuk over academisch taalgebruik – ik ben blijkbaar niet de enige die zich hieraan ergert. Als dochter van een ambtenaar begreep ik na het lezen van het hoofdstuk over managementtaal ineens waar mijn moeder tijdens het avondeten haar neologismen vandaan haalt. Als ‘Ik-accepteer-de-voorwaarden’-klikker werd ik overvallen door begrip bij het hoofdstuk gerechtelijke taal en bij de hoofdstukken over medische en politieke taal kreeg ik een opstandig gevoel. Dat laatste is precies het doel van de auteurs: in opstand komen tegen onhelder taalgebruik. Hun boek leest lekker makkelijk, waarbij er in de 160 bladzijden genoeg ruimte is overgelaten voor humor.
Lees ook de column 'De troebele whisky van de notaris' van Ann de Craemer over krommunicatie!
Is dit boek geschikt voor jou? JA: Als je je meer dan eens ergert aan wollig taalgebruik en je hierover een humoristisch boek wil lezen. NEE: Als je ervan houdt je eigen betogen in te kleden als een onbegrijpelijke brij en je daar geen problemen in ziet.Auteurs: Jan Hautekiet en Ann de Craemer Uitgeverij: Polis Jaar: 2015 Aantal pagina's: 160
Door Ann de Craemer
Zouden je vliezen niet spontaan breken van deze omschrijving van een bevalling door de Vlaamse ziekteverzekeraar DKV? Als het bericht anatomisch íets met mij doet, dan is het vooral mijn lachspieren kietelen.
Van het volgende staaltje notariële poëzie krijg ik het dan weer op mijn heupen – en op mijn zenuwen:
De aanwezigheid van zij die niet zullen kunnen aanwezig zijn bij het verlijden van de authentieke akte van verkoop dienen aanwezig te zijn om deze volmacht te ondertekenen.
Graag wil ik merk en jaar van de fles whisky van deze notaris kennen, zodat ook ik de roes kan ervaren waarin hij/zij deze woordenbrij neerpende.
Je kunt je haast niet voorstellen dat sommigen zulke zinnen schrijven zonder dat ze van hun stoel tuimelen van het lachen. Maar hoe vaak krijgen we dit soort krommunicatie niet onder ogen – van beleidsteksten van politici, tot brieven van overheidsinstellingen, banken en verzekeringen, tot bijsluiters bij medicijnen?
Waarom, oh waarom, schrijven mensen voor wie taal nochtans hun belangrijkste materiaal is – denk maar aan advocaten – vaak zo nodeloos ingewikkeld? Daar zijn verschillende redenen voor. Soms heeft het met prestige te maken: er zijn mensen die denken dat ze ontzettend intelligent overkomen wanneer ze dikdoenerige taal gebruiken. Mis, poes: uit een onderzoek uit 2005 van Daniel D. Oppenheimer van Princeton University bleek dat mensen de eenvoudigste teksten aanwijzen als de intelligentste. Dikwijls ook is onzekerheid de oorzaak van wollige taal, of zoals Albert Einstein zei: ‘Als je iets niet eenvoudig kan uitleggen, heb je het zelf niet begrepen.’ De wereldberoemde taalkundige Steven Pinker wijt onhelder taalgebruik ook aan de ‘the curse of knowledge’ of ‘de kennisvloek’: omdat mensen zich moeilijk kunnen inbeelden dat anderen niet weten wat zij weten, gebruiken ze te veel jargon en leggen ze niet voldoende uit wat voor henzelf vanzelfsprekend is geworden.
Toen ik vroeger op school en zelfs aan de universiteit over slecht taalgebruik leerde, ging het vaak over spelling, of over een resem vermaledijde Vlaamse woorden (confituur! autosnelweg! zetel!) die we moesten vervangen door Noord-Nederlandse tegenhangers. Veel erger vind ik wollig taalgebruik, omdat het mensen verward kan achterlaten of zelfs op het verkeerde been zetten. Uit een onderzoek aan Stanford University, waarvan de resultaten deze week verschenen, blijkt dat jargon ‘sjoemelwetenschap’ kan versluimeren: wanneer wetenschappers de gegevens in hun onderzoek vervalsen, proberen ze dat te verbergen door op een andere manier te schrijven. De onderzoekers doorzochten een gegevensbank met wetenschappelijke artikelen die tussen 1973 en 2013 gepubliceerd werden. Met een 'versluierindex' ontdekten ze dat frauduleuze onderzoeksartikelen gemiddeld 60 jargonwoorden meer bevatten dan artikelen die berusten op deugdelijk onderzoek.
Als je dus respect hebt voor je lezer en zelf betrouwbaar wilt overkomen, kun je maar beter helder schrijven. Je bewijst er ook de taal een dienst mee – én de waarheid – of om het met Arthur Schopenhauer te zeggen: "De waarheid is naakt het mooist, en de indruk die ze maakt is des te dieper naarmate haar uitdrukking eenvoudiger is."
[line]