#Hetty van der Kolk

Taalvoutje

Column: Love you

Column: Love you

923 shares

Ik snap 'm niet

“Do you love me, Michael?”, klinkt het ineens in het badhokje naast me als ik me in mijn badpak hijs voor het aquajoggen. “Ehhh..?” “Do you love me … a little bit?”, klinkt het opnieuw. “Yes”, hoor ik dan een jongen zeggen. “Ja, ik kan wel een beetje Engels … a little bit …” Dan hoor ik haar er meteen met een extra lief stemmetje achteraan vragen: “Michael, heb jij ook een pakjesdrager?” “Neuh …”, antwoordt dezelfde knul.

Door: Hetty van der Kolk

Dan probeert ze het nog eens, nu bij een meisje: “Chantal, heb jij een pakjesdrager?” Een andere meisjesstem klinkt verbaasd. “Wat is dat nou weer … een pakjesdrager?” “Nou, gewoon een pakjesdrager voor achter op je fiets, waar iemand op kan zitten.” “O, je bedoelt een bagagedrager! Ja, die heb ik.” Het lieve stemmetje ziet haar kans: “Mag ik dan straks wel bij jou achterop je pakjesdrager?” 

Het is een groep van het Carmel College dat net hun uurtje zwemmen erop heeft zitten voor ons aquajoggen begint. Ik weet niet meer of ze bij Chantal op de pakjesdrager mee terug naar school mocht, maar wel dat het om een autochtone Drentse ging. Net als “Veel wonings”, “Waar kom jij weg?”,  “Ja, dat mag wel” en “Dat ’s ja mooi ja”, zijn dat de hier als Hollands bestempelde uitdrukkingen. Ik mag het graag horen. Als ze mij zouden vragen hoe het me na dertig jaar in Drenthe bevalt, kan ik rustig zeggen: “Het kon minder ...”


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]“Waar kom jij weg?”, vroeg iemand me in keurig Nederlands. Ik snapte het wel, maar het klonk me wat vreemd in de oren. En wanneer ik iemand vroeg hoe het met hem ging, antwoordde hij: “Nou … dat kon minder.” Toen ik hem aankeek, besefte ik dat het dus goed met hem ging. Dat er mensen op Urk wonen vind ik wel logisch, op een voormalig eiland. Echter, hier wonen ze ook óp Erica en óp Klazienaveen en óp Zwartemeer, maar wel weer ín Sleen en ín Emmen. Misschien heeft het te maken met het veen, waarop die eerste drie dorpen gebouwd zijn.[/intro] Door: Hetty van der Kolk Al even geleden zag ik het interview van Paul Witteman met Herman Finkers. Witteman vroeg op een gegeven moment wat Finkers van de hemel verwachtte. Die dacht even na en antwoordde toen: “Je wordt er niet slechter op.” Nee, in het noorden en oosten van ons land is de aard van de mensen en dus ook de taal verschillend van de rest. Het Nederlands daar kun je volgens Erwin Boers in ons Dagblad van het Noorden beter het Noorderlands noemen. Je kunt wel gewoon Nederlands spreken, maar er zijn woorden die je vanuit je eigen streektaal meeneemt terwijl je in het Nederlands spreekt. Het noorden is bijvoorbeeld het land van de sleef en de neefjes. “Wet ie-j niet wat een sleef is … een sleef?” Buurvrouw wees ‘m aan: de soeplepel. “O gattegat, wat een neefjes hier”, meldde buurvrouw Geesje toen we hier net woonden. Ze bedoelde muggen. En als ze die smerige ‘muggen’ weg wil hebben, bedoelt ze de vliegen. Het was leuk om te zien hoe die Witteman echt verbaasd opkeek toen Finkers als antwoord gaf: “Dat kump zo better oet.” Bij het zien van Wittemans blik gaf hij er maar meteen de vertaling bij: “Dat komt zo beter tot zijn recht.” Het is dus niet een letterlijke vertaling; soms loopt de zin gewoon anders. Het is toch veel mooier om met het Twents te zeggen: “hee is uut de tied komm’n” dan “hij is overleden”. Voor zover je in dit geval van ‘mooi’ kunt spreken vanzelf. En waor ìk weg kom? Uut Vorden vanzelf ... eh, natuurlijk. En zoals wij zeggen: in Vodden kö’j wat wodden.

Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.