Column: Voor Pampus liggen
Stelt u zich de volgende scène voor: op een druilerige namiddag in 1995 bekijkt een jeugdige snaak – voor de eerste keer – wat later zijn favoriete ...
“Do you love me, Michael?”, klinkt het ineens in het badhokje naast me als ik me in mijn badpak hijs voor het aquajoggen. “Ehhh..?” “Do you love me … a little bit?”, klinkt het opnieuw. “Yes”, hoor ik dan een jongen zeggen. “Ja, ik kan wel een beetje Engels … a little bit …” Dan hoor ik haar er meteen met een extra lief stemmetje achteraan vragen: “Michael, heb jij ook een pakjesdrager?” “Neuh …”, antwoordt dezelfde knul.
Door: Hetty van der Kolk
Dan probeert ze het nog eens, nu bij een meisje: “Chantal, heb jij een pakjesdrager?” Een andere meisjesstem klinkt verbaasd. “Wat is dat nou weer … een pakjesdrager?” “Nou, gewoon een pakjesdrager voor achter op je fiets, waar iemand op kan zitten.” “O, je bedoelt een bagagedrager! Ja, die heb ik.” Het lieve stemmetje ziet haar kans: “Mag ik dan straks wel bij jou achterop je pakjesdrager?”
Het is een groep van het Carmel College dat net hun uurtje zwemmen erop heeft zitten voor ons aquajoggen begint. Ik weet niet meer of ze bij Chantal op de pakjesdrager mee terug naar school mocht, maar wel dat het om een autochtone Drentse ging. Net als “Veel wonings”, “Waar kom jij weg?”, “Ja, dat mag wel” en “Dat ’s ja mooi ja”, zijn dat de hier als Hollands bestempelde uitdrukkingen. Ik mag het graag horen. Als ze mij zouden vragen hoe het me na dertig jaar in Drenthe bevalt, kan ik rustig zeggen: “Het kon minder …”
Stelt u zich de volgende scène voor: op een druilerige namiddag in 1995 bekijkt een jeugdige snaak – voor de eerste keer – wat later zijn favoriete ...
Van hilarische taalmissers uit o.a. supermarkten, kranten en winkels tot de mooiste versprekingen van onze fans: het wordt dolle pret op het toilet!...
Taalliefhebbers zijn ook maar mensen. Dat bewijst Roos Schlikker met haar nieuwe boek Moeder van glas. Waar ze voor ons vijfde boek nog een column schreef over ...