Column: Waar ik weg kom?

“Waar kom jij weg?”, vroeg iemand me in keurig Nederlands. Ik snapte het wel, maar het klonk me wat vreemd in de oren. En wanneer ik iemand vroeg hoe het met hem ging, antwoordde hij: “Nou … dat kon minder.” Toen ik hem aankeek, besefte ik dat het dus goed met hem ging. Dat er mensen op Urk wonen vind ik wel logisch, op een voormalig eiland. Echter, hier wonen ze ook óp Erica en óp Klazienaveen en óp Zwartemeer, maar wel weer ín Sleen en ín Emmen. Misschien heeft het te maken met het veen, waarop die eerste drie dorpen gebouwd zijn.

Door: Hetty van der Kolk

Al even geleden zag ik het interview van Paul Witteman met Herman Finkers. Witteman vroeg op een gegeven moment wat Finkers van de hemel verwachtte. Die dacht even na en antwoordde toen: “Je wordt er niet slechter op.”

Nee, in het noorden en oosten van ons land is de aard van de mensen en dus ook de taal verschillend van de rest. Het Nederlands daar kun je volgens Erwin Boers in ons Dagblad van het Noorden beter het Noorderlands noemen. Je kunt wel gewoon Nederlands spreken, maar er zijn woorden die je vanuit je eigen streektaal meeneemt terwijl je in het Nederlands spreekt. Het noorden is bijvoorbeeld het land van de sleef en de neefjes.

“Wet ie-j niet wat een sleef is … een sleef?” Buurvrouw wees ‘m aan: de soeplepel.

“O gattegat, wat een neefjes hier”, meldde buurvrouw Geesje toen we hier net woonden. Ze bedoelde muggen. En als ze die smerige ‘muggen’ weg wil hebben, bedoelt ze de vliegen.

Het was leuk om te zien hoe die Witteman echt verbaasd opkeek toen Finkers als antwoord gaf: “Dat kump zo better oet.” Bij het zien van Wittemans blik gaf hij er maar meteen de vertaling bij: “Dat komt zo beter tot zijn recht.” Het is dus niet een letterlijke vertaling; soms loopt de zin gewoon anders. Het is toch veel mooier om met het Twents te zeggen: “hee is uut de tied komm’n” dan “hij is overleden”. Voor zover je in dit geval van ‘mooi’ kunt spreken vanzelf.

En waor ìk weg kom? Uut Vorden vanzelf … eh, natuurlijk. En zoals wij zeggen: in Vodden kö’j wat wodden.

Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.

Woordweetje

Woordweetje: de Nobelprijs

Woordweetje: de Nobelprijs

De datum is 13 april 1888. In een lokale Parijse krant leest Alfred Nobel dat ‘ie dood is. Hij controleert zijn hartslag en kijkt in de spiegel. Volgens d...


Woordweetje

Woordweetje: Robot

Woordweetje: Robot

Talen verschillen van elkaar en nemen soms dingen van elkaar over, maar er zijn maar weinig woorden die in alle talen ongeveer hetzelfde betekenen....