#columns


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Waarom zijn de woorden ‘papa’ en ‘mama’ in zo veel uiteenlopende talen zo vergelijkbaar? Is je schoonfamilie echt schoon, of misschien toch mooi? Hoezo is schelden in een andere taal zoveel minder erg? Of lijkt dat maar zo? [/intro]

Het uitgangspunt van Liesbeth Koenen in ‘Wat je zegt gaat vanzelf’ is haar verbazing over wat we weten over taal zonder het te weten. En die kennis is inderdaad indrukwekkend. Dagelijks gebruiken we duizenden woorden zonder daar noemenswaardig over na te denken. En zelden gaat het fout. Daar kun je – inderdaad – een boek over vol schrijven!

Want wat is het verschil tussen ‘opkijken’, ‘opzien’, ‘afkijken’ en ’afzien’? En tussen ‘Clara verkoopt Kees vlees’ en ‘Clara verkoopt ‘t ‘m’? En tussen ‘hen’ en ‘hun’? Voor de eerste twee vragen laat ik je zelf puzzelen. Wat betreft 'hen' en 'hun': deze eeuwige strijd is de schuld van een zeventiende-eeuwse grammaticaboekenschrijver die graag mensen pestte.

Liesbeth Koenen heeft duidelijk extra aandacht voor gebarentalen, wat heel fijn is; er zijn namelijk nog zoveel mensen die niet weten dat een gebarentaal een volwaardige taal is met een eigen grammatica. En ja, hoe handig zou het zijn als iedereen gebarentaal kent? Dan kun je inderdaad op feestjes waar de muziek te hard staat tóch gewoon met elkaar praten!

Is dit boek geschikt voor jou?

JA: Begin je net met een studie taalwetenschap of is taal je nieuw ontdekte hobby? Of heb je een nieuwe vriend/vriendin die jouw liefde voor taal niet snapt? Dan is ‘Wat je zegt gaat vanzelf’ verplichte literatuur.

NEE: Ben je fan van Paulien Cornelisse, Marc van Oostendorp en de blog ‘de Taalpassie van Milfje’? Dan biedt ‘Wat je zegt gaat vanzelf’ misschien weinig nieuws meer. Maar dat betekent niet dat het geen superfijn boekje is voor in de trein of op de wc.

Auteur: Liesbeth Koenen
Uitgever: De Kring
Jaar: 2019
Aantal pagina’s: 144
Prijs: €14,99


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Het was 17 december 2016. Mijn pen en papier lagen klaar, want ik doe elk jaar mee. Maar de laatste jaren begon ik me steeds meer te ergeren. Er kwamen veel te veel woorden in voor waar ik nog nooit van had gehoord. Na de derde zin haakte ik boos af en schakelde over naar een andere tv-zender. Daar speelde Jochem Myer, dus had ik toch nog een leuke avond. [/intro]

Door Paul Asselbergs

Onlangs werd besloten, dat dit het allerlaatste dictee was. Reden: de jaarlijks teruglopende kijkcijfers. Wim Daniels vertelde dat hij dit had verwacht. “Idiote moeilijke woorden, dus kijkers haken af.”

Het zou volgens mij veel beter geweest zijn om meer gangbare woorden - die vaak fout geschreven worden - in het dictee op te nemen. Want veel mensen vinden goed taalgebruik helemaal niet belangrijk. “Ach, als ze maar begrijpen wat er staat”, hoor ik wel eens zeggen.  

De Nederlandse taal is en blijft moeilijk. Ik raadpleeg regelmatig het woordenboek of Google want ik probeer foutloos te schrijven. Soms glipt er toch nog een taalfout doorheen en word ik daar onmiddellijk op aangesproken. Ik kannibalen, maar ik baal dan toch, zeker als er een fout in een boekje van mij staat. 

Zo zal ik nooit meer vergeten dat je Ajacied schrijft in plaats van Ajaxiet. Ook weet ik nu, dat een prostitué een man is, en een prostituee een vrouw. Dat had ik moeten weten.

Ik kom op 9 van de 10 trouwkaarten nog steeds ja-woord tegen, terwijl het jawoord moet zijn. Hoe vaak zie ik niet rhododendron staan, terwijl die h er niet in thuishoort. 

In een eerdere column had ik het ook al eens over het woord barbecue, dat door heel veel mensen met een q wordt geschreven. Een kennis van me had daar zijn eigen verklaring voor en die vond ik wel interessant: barbecue wordt afgekort met BBQ, want als het afgekort zou worden met BBC dan raken mensen ook weer in de war. En als de BBC het over in the war heeft dan krijgen we oorlog en dat is nou ook weer niet de bedoeling. Dat het Groot Dictee verdwijnt is al erg genoeg. 



923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]'Columns schrijven is een kunst, een kunde', zegt Wim Daniëls treffend in de inleiding van het boek Er staat een mug op tafel. Sterker nog, Daniëls meent dat de inhoud van een column er in feite niet toe doet; het gaat om de stijl. Volgens hem is een goed geschreven column een stilistisch hoogstandje dat tevens een lach uitlokt. In Er staat een mug op tafel vind je 52 van die hoogstandjes, en dubbel zoveel humor.[/intro] Door Bastiaan Weldring Dat taal en humor goed samengaan, blijkt eens te meer in deze bundel. De columns - één per hoofdstuk - lezen lekker vlot weg en variëren onderling in stijl dankzij de elf verschillende columnisten die aan het boek meewerkten. Die afwisseling is prettig. Tegelijkertijd is het niet alleen de stijl die de columns aantrekkelijk maakt: ze zijn ook inhoudelijk een feest om te lezen. Elke hoofdstukje, nooit meer dan twee pagina's lang, laat je steeds eventjes stilstaan bij een nieuw taalkundig inzicht. Je valt van pure verwondering het ene moment in ongegeneerd gegrinnik het andere. Een leuke wetenswaardigheid uit het boek is dat het kortste Nederlandse gedicht, van de hand Joost van den Vondel, tevens een palindroom is, oftewel een keerwoord (denk aan 'lepel' en 'parterretrap'). Het gaat als volgt: 'U, nu!' Een verrijking van je taalkennis, nietwaar? Een ander mooi voorbeeld is de column van André van der Lugt, die de betekenis van het woord 'draalven' in het gelijknamige hoofdstuk uitlegt. De betekenis volgens Van der Lugt: 'Het hinderlijk achterblijven ten opzichte van de groep tijdens een rondleiding in de mergelgrotten van Limburg.' Later blijkt dat hij het woord ooit zelf heeft bedacht uit irritatie dat er op het woord 'twaalf ' niets rijmt! En warempel, hij heeft gelijk! Probeer maar een rijmend woord te vinden ... (als het lukt, horen we het graag in de reacties.) In de inleiding geeft Daniëls het al aan: het column-genre behoort eerder tot de fictie dan non-fictie. Die gedachte bekruipt je ook tijdens het lezen van deze verhalen, zo wonderlijk zijn sommige. Maar waar de grens tussen waarheid en fantasie soms onduidelijk is, blijft de boodschap van de columnisten helder: taal is veelzijdig, veranderlijk en verrassend. Er staat een mug op tafel nodigt de lezer zo toegankelijk uit om zich over de Nederlandse taal te verwonderen. Is dit boek geschikt voor jou? JA: Zin om te grinniken over taal? Dit boek biedt je ruim de gelegenheid! NEE: Taal of humor zijn niet jouw ding? Dan is dit boek dat ook niet. Auteur: Kees van der Vloed (red.) Uitgeverij: Aspekt Jaar: 2018 Aantal pagina’s: 111