Boekrecensie: Korterlands. Anarchie in de schrijftaal

Korterlands

Korterlands

Hans Bennis beschrijft in zijn boek ‘Korterlands’ zijn studie naar de manier waarop Nederlanders hun taal afkorten. Het resultaat is een verzameling interessante weetjes, taalkundige verklaringen en heel veel voorbeelden.

Door Berith van Pelt

Bennis behandelt in zijn boek acht verschillende soorten Korterlands: Middelnederlands, telegrafistentaal, dagboek, telegram, mop, advertentie, krantenkop en whatsapp. Een soort van chronologische volgorde dus. Het is leuk om te zien hoeveel afkortingen er eigenlijk bestaan (hebben) in de Nederlandse taal. Ik ben opgegroeid tijdens de opkomst van het digitale tijdperk en zou mezelf daarom best een kenner op dat gebied durven noemen, maar bij het lezen van het hoofdstuk over whatsapptaal moest ook ik me even achter de oren krabben bij sommige afkortingen. Zo heb ik geleerd dat het woord ‘fish’ ook in Nederland gebruikt wordt als afkorting van ‘fuck it, shit happens’. Je moet het maar weten.

Mobiele telefoon

Het hoofdstuk over whatsapptaal is op zich al iets bijzonders. Op de achterflap van het boek prijkt een foto van een man die niet uitstraalt dat hij zijn vrouw via whatsapp berichtjes stuurt die wemelen van de afkortingen. En dat klinkt ook enigszins door in het hoofdstuk. Later verklaart Bennis in zijn dankwoord dat hij niet eens een mobiele telefoon heeft.

Eigen interpretatie

In dat geval heeft hij het er toch goed vanaf gebracht in dat laatste hoofdstuk. Bennis geeft in zijn dankwoord ook aan dat er weinig tot geen literatuur was waar hij uit kon putten tijdens het schrijven van Korterlands. Veel van wat hij in zijn boek beweert, berust dan ook op zijn eigen interpretatie, die hij weliswaar met genoeg voorbeelden ondersteunt maar waar ik het niet altijd mee eens ben. In het hoofdstuk over afkortingen van straatnamen geeft Bennis bijvoorbeeld aan dat in straatnamen vaak de voornaam van degene naar wie de straat vernoemd is, weggelaten kan worden. Mee eens, ik heb het ook over de Lelylaan, en niet over de Cornelis Lelylaan. Maar volgens Bennis kunnen, naast straten, ook andere openbare gelegenheden worden afgekort. Zo zou je stations kunnen aanduiden met het Centraal of het Amstel. En dat vind ik dus raar. Je kunt ‘station’ wel weglaten, maar zeg dan Centraal en niet hét Centraal.

Jeugd van tegenwoordig

Wat Bennis met zijn boek vooral wil laten zien, is dat het gebruik van afkortingen helemaal niet iets van ‘de jeugd van tegenwoordig’ is, maar dat we het al honderden jaren doen. Vaak zelfs om dezelfde reden: we zoeken een manier waarop we sneller en efficiënter kunnen communiceren. In zijn afsluitende hoofdstuk maakt hij de mensen die zich zorgen maken en praten over taalverloedering – mensen zoals ik dus – nog even fijntjes duidelijk dat we onnodig zenuwachtig zijn en dat we als échte taalliefhebbers de taalontwikkelingen toch juist zouden moeten omarmen. En ik moet zeggen, zijn betoog is sterk. Ik ben de taalverandering wel in een positiever licht gaan zien, zolang iedereen toch ook maar weet hoe je een correcte Nederlandse zin moet schrijven.

Is dit boek iets voor jou?

JA: Voor taalliefhebbers is dit boek absoluut een aanrader, omdat het een fenomeen beschrijft dat verder nog weinig onderzocht is. En het fijne aan Bennis’ schrijfstijl is, dat het boek goed te begrijpen is als je geen Nederlands gestudeerd hebt, maar dat het toch voor neerlandici niet saai is om te lezen.

NEE: Als je interesse in taal niet verder gaat dan het spellen van je eigen naam zou ik het boek laten liggen. Hoewel je misschien in het boek nog kan ontdekken hoe je je naam zou moeten afkorten.

Auteur: Hans Bennis
Uitgever: Prometheus – Bert Bakker
Jaar: 2015
Aantal pagina’s: 160

 

Column

Column: Oudijzerboer

Column: Oudijzerboer

Als spaties en koppeltekens opduiken op plaatsen waar ze niet horen, kan dat een hoop hilariteit opleveren. Wat dacht je van 'lekker bekken', of 'enkel sokken'?...


Column

Column: Dien Ollander

Column: Dien Ollander

(beeld: Neder-L) Het heeft wel even geduurd voor ik me aan dit schrijfsel zou wagen. Echter, omdat ik toch niets anders te doen heb – ik ben huisman, ofte...