Column: Kind van de taal

Kind van de taal
Het lijkt niet iets wat per se aandacht verdient in het hbo, maar ik realiseer me als docent Nederlands regelmatig dat we betere schrijvers worden als we iets meer creativiteit gebruiken bij het schrijven, en daardoor met meer plezier kunnen schrijven.

Meike Korpershoek

 

Door Meike Korpershoek

Ik ben een taalfreak en ik weet daardoor niet precies hoe niet-taalfreaks denken over taal (een enorme valkuil voor een taaldocent, want we denken allemaal dat we miniversies van onszelf in de klas hebben zitten), maar ik vind het prachtig om een nieuwe taal te leren. Het voelt bijna als codes kraken. Zo heb ik enkele pogingen gedaan om de lokale West-Afrikaanse taal van mijn vriend te leren en vond ik een van de mooiste dingen om te ontdekken dat ‘vis’ letterlijk ‘kind van de maan’ betekent in zijn taal en ‘ster’ ‘kind van de zon’. Ik voel me dan zo blij als een kind (van de taal), omdat ik iets weet wat bijna niemand weet.

Misschien nog wel leuker is het om veel om te gaan met vreemdetaalleerders, bijvoorbeeld tijdens de NT2-les, of door samen te wonen met een taalleerder. Zo vertelde mijn vriend onlangs dat hij zijn werkdag was begonnen met een polonaise, wat ik een enorm originele manier vond van de dag beginnen als buitenlander in Nederland, maar hij bedoelde dat hij samen met een Poolse collega had gewerkt.

Taal is functioneel en een ervaren schrijver kan met weinig woorden op een prettige manier informatie overbrengen. Taal is echter zoveel meer dan alleen een handig transportmiddel voor een boodschap. Het scheelt nogal of je een fiets of een vliegtuig gebruikt om van A naar B te komen en de ene keer is het een meer wenselijk dan het ander. En daar komt, wat mij betreft althans, creativiteit om de hoek kijken. Juist als we taal niet meer zien als alleen een noodzakelijk middel, maar als een mooie oude Chevrolet, waar we aan mogen klussen, wordt schrijven leuk en wordt de inhoud nog sterker. Het onderwijs zou dus niet alleen een apk-keuring (taal- en spelfouten vermijden) moeten zijn, maar mag ook studenten stimuleren om lekker te blijven sleutelen.

Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.

Woordweetje

Woordweetje: Stelletje rakkers

Woordweetje: Stelletje rakkers

Een paar honderd jaar geleden waren ‘rakkers’ nog wetshandhavers die in de nacht de wacht over de stad moesten houden. De woordencombinatie ‘nacht’ en ‘wacht’ z...


Woordweetje

Woordweetje: Houdoe

Woordweetje: Houdoe

Het Nederlands is een mooie taal. Zo mogelijk nog mooier zijn al die dialecten die in alle uithoeken van ons land worden gesproken en die soms nog maar weinig m...


Woordweetje

Woordweetje: bril

Woordweetje: bril

  Door Mark Mackintosh   “Mark, hoe oud ben jij?” vroeg een van de dochtertjes van een vriendin. “Raad eens.” “Vijfenvijftig?” “Nee lieverd, ome Mark ...