Woordweetje: de pijp uitgaan

Denk jij bij ‘de pijp uitgaan’ ook aan je opaatje, die gemoedelijk in zijn stoel aan z’n pijp zat te lurken voordat hij ‘de pijp aan Maarten gaf’? En dacht je dat de uitdrukking metaforisch betekende dat als zijn pijp uitging, hij ook een einde aan zijn leven had gebreid? Neen. De pijp in deze uitdrukking heeft niets met de tabaksindustrie van doen. We moeten de herkomst in het dierenrijk zoeken. Als een konijn zijn pijp (ofwel de gang van het konijnenhol) uitkwam terwijl er jagers in de buurt waren, betekende dat einde oefening voor het beestje.

Een andere betekenis rept over de vangst van eenden, die – gelokt door de hond van de eendenkooiker – een zogeheten vangpijp in zwemmen, waar ze op ingenieuze weg in vast komen te zitten en uiteindelijk het loodje leggen. Of we de uitdrukking nou aan konijnen of eenden te danken hebben, dat zal hen een rotzorg zijn. Zij zijn allang de pijp uit.

Column

Column: Indentiteit

Column: Indentiteit

De afgelopen jaren werd er op mijn werk flink gereorganiseerd. Het specialistische, op woordenboeken gerichte Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) veran...


Woordweetje

Woordweetje: beestenboel

Woordweetje: beestenboel

‘Muisstil’, ‘kiplekker’, ‘beregezellig’, ‘apetrots’. Waarom hangen zo veel bijvoeglijke naamwoorden in de Nederlandse taal toch de beest uit?   Door Mark M...


Woordweetje

Woordweetje: Buitenbeentje

Woordweetje: Buitenbeentje

Ik zag een tijdje geleden bij een supermarkt een pakket met sneue groenten. Paprika’s met extra bulten, wortels met drie pootjes, kromme courgettes. Er stond in...