Column: Ssst
“Meneer! Stijle pata’s!” Achter in de klas roept een jongen van dertien naar me alsof hij een prijs krijgt voor het als eerste zien van mijn nieuwe ...
“Mam … mam! Mag ik op de tjsoek tjsoek?” Mijn moeder draait zich geïrriteerd om en werpt me een vernietigende blik toe. “Floris!”, roept ze. “Hoe vaak moet ik nog zeggen dat het gebruik van een onomatopee over het algemeen niet heel erg intelligent overkomt?” “Ja mam … Je zei het al vaker. Maar ik wil gewoon op de tsjoe … op het treintje …” “Dan moet je dat eerst maar eens fatsoenlijk vragen”, zei mijn moeder. “We zijn hier om jouw derde verjaardag te vieren en je bent groot genoeg om fatsoenlijk Nederlands te spreken.” “Ja, maar mam … De Duitsers doen het allemaal! Die praten nog steeds over een Zug …” Mijn moeder rolt met haar ogen en bestelt uit pure frustratie een patates frites met extra mayonaise.
Ja, je kunt wel zeggen dat het taalpurisme er bij mij met de paplepel is ingemetseld. Oh, dat is iets waar mijn moeder ook een enorme hekel aan had trouwens. Aan een malapropisme. En dat is overigens iets wat ik echt van haar overgenomen heb. Ik kan niet tegen mensen die het klokje ergens hebben horen luiden en dan als muizen op tafel gaan dansen. En iedereen weet wat ze zeggen over malapropismen, toch? Het is als hoge bomen voor de zwijnen werpen.
Het zal je ondertussen niet ontgaan zijn dat deze column over stijlfouten gaat. Ik heb geprobeerd er een educatief element in te bouwen, kun je wel zeggen.
Dus ik hoop dat jullie een en ander kunnen opnoteren als we doorgaan naar de volgende stijlfout. De contaminatie. Ik kan me er namelijk nogal aan irriteren als mensen niks opnoteren, dus gelieve pen en papier nog een keer te laten rondcirculeren, zodat u zich later niet hoeft te verexcuseren als u bijvoorbeeld struikelt over stijlfout nummer vier.
De tautologie. Dit is een lastige en daarom krijgt u nu gratis en voor niks een paar tips waardoor u voortaan voor altijd en eeuwig kunt onthouden wat u nooit en te nimmer meer fout mag doen. Hoewel u vast en zeker wel weet dat een tautologie niet altijd een stijlfout hoeft te zijn. Hij kan ook ingezet worden als stijlfiguur. Grappig dat juist deze (potentiële) stijlfout dubbel uitgelegd kan worden.
Ik hoop dat u wat heeft opgestoken van deze column. Zodat uw kennis van de Nederlandsche taal steeds groter zal groeien en u later – als u een oude grijsaard bent – uw kennis kunt doorgeven aan uw nageslacht. Over pleonasmen bijvoorbeeld. Beginnen er wat kwartjes naar beneden te vallen?
Kun je zelf leuk schrijven en wil je je column of woordweetje terugzien op onze site? Stuur in.
“Meneer! Stijle pata’s!” Achter in de klas roept een jongen van dertien naar me alsof hij een prijs krijgt voor het als eerste zien van mijn nieuwe ...
Foto: met dank aan Arjen Lubach Katten kunnen niet praten. Dat is misschien maar goed ook: ze zouden waarschijnlijk voortdurend betogen afsteken over de onzin v...
Onlangs kwam in Nijmegen een bekende Nederlander langs. Dat is voor een stadje zoals Nimma een groot ding. Ik zie eigenlijk nooit beroemdheden van eigen bodem. ...
In mijn jeugd ben ik eens in een onbesuisd en onbewaakt ogenblik met een Fransman getrouwd. Aan de Sorbonne had hij een jaar lang Nederlands gestudeerd, met beh...