Column: Hun hebben het gedaan

Hun zijn dommer als ons

Daar sta ik dan als docent Nederlands. Ik loop vast. Ik twijfel. Ik stamel. Ik houd me in. Ik vecht tegen de bierkaai. Schipper tussen wat wel en niet ‘mag’ in de Nederlandse taal. Voor me zitten vijfentwintig leerlingen die dit uur het vak Nederlands op het rooster hebben staan. Ik zit in dubio. De d’s en t’s kan ik duidelijk uitleggen. Ook grammatica heeft vaste regels en ezelsbruggetjes. Maar waar sta ik als de straattaal meer en meer gaat overheersen, de Engelse woorden de Nederlandse woorden in hun macht nemen en ‘hun hebben’ straks geen discussie meer is? Moet ik mezelf vasthouden aan het standaard Nederlands of moet ik soepeler rekenen als leerlingen hun als onderwerp gebruiken in hun toets?

Door Dion van Meel

Ken jij dat even doen? Kon jij die vrouw die daar fietste? Hun zijn maandag naar de kermis geweest. Een flat is hoger als een huis. Je hebt nooit geen geld bij je. Ik wil niet met hun samenwerken: enkele voorbeelden uit de top 10 ergernissen van de Nederlanders, naar een onderzoek van taalkundige Renée van Bezooijen. Ik probeer vol te houden om mijn vrienden te verbeteren. “Niet hun, maar zij!”, zeg ik als weer een vriend veronderstelt dat hun’ als onderwerp gebruikt kan worden. “Enige!”, roep ik luidkeels als mijn voetbaltrainer de wedstrijdtactiek bespreekt en luidkeels verkondigt dat de ‘enigste’ die tegen de scheidsrechter praat, hijzelf is. Hij kijkt me boos aan. Ik zak voorzichtig in mijn stoel. Ik kijk om me heen. Slechts een aantal begrijpt wat ik bedoel. Waar ligt dit aan? Waarom trekt de meerderheid zich niets van deze taalfout aan? En moet ik dan maar met de meerderheid meegaan? Moet ik mijn mond houden op zulke momenten en me overgeven? Want een wereldverbeteraar zal ik niet worden als ik mensen soms wijs op hun taalfouten. Ik ben alleen maar een betweter. Iemand die zich vasthoudt aan een regel die allang niet meer ‘hot’ is.

Zijn het wel taalfouten? Of is het simpelweg taalverandering, zoals dat al eeuwenlang aan de gang is? Een discussie die al een aantal jaren voortkabbelt en af en toe wordt aangewakkerd  door een  onderzoek van één of andere professor die beweert dat ‘hun’ beter als onderwerp gebruikt kan worden. Zet hier tegenover de minister van Onderwijs en een boeiende discussie ontstaat. Een discussie die enkele weken later weer wegebt.

Verandering en-verloedering
‘Hun’ als onderwerp is er langzaam ingeslopen. Waarom zoiets gebeurt, is veelal onverklaarbaar. Terwijl docenten Nederlands proberen uit te leggen dat ‘hun’ toch echt een bezittelijk voornaamwoord is en géén onderwerp, beïnvloeden ouders, tv en sociale media de jeugd. De jeugd doet niets anders dan overnemen. Ze horen van alles op een dag. Dan gaan ze niet ineens naar een docent Nederlands luisteren die ze drie keer in de week zien, die zegt dat hun’ als onderwerp niet goed is. De docent staat toch nog altijd ergens onderaan het lijstje van populariteit onder jongeren. Dus veel invloed op de jeugd heeft deze docent nog steeds niet en dat zal voorlopig nog wel even blijven.

Dat taalverloedering eigenlijk niet bestaat, is mij erg duidelijk gemaakt tijdens mijn opleiding. “Nee, het is taalverandering dat ons doet schipperen tussen wat goed is en wat fout is, geen taalverloedering!”, drukte mijn docent me op het hart. Een enquête van het onderzoeksbureau Trendbox uit oktober 2003 beaamt dat vooral oude mensen vinden dat taalverloedering bestaat en dat jongeren de taal vernietigen. Het mag voor deze ouderen een geruststelling heten dat de jongeren op hun beurt weer zullen mopperen over de taal van de generaties die na hen komen en zo verder. Jongeren experimenteren nou eenmaal méér met taal, kleding en muziek dan ouderen. Het heet dus blijkbaar experimenteren, niet vernietigen.

“Je verstaat me toch?”
Ik neem als voorbeeld een persconferentie na een willekeurige voetbalwedstrijd. Iedere week hoor ik voetballers voor een camera staan en stuntelen met de Nederlandse taal. Ik sla het gade. Ik houd mijn mond. Ik zeg niets. De volgende dag heb ik leerlingen voor me zitten die hetzelfde hebben gehoord. ‘Dan’ en ‘als’ zijn dan plots woorden die leerlingen echt niet meer uit elkaar kunnen houden. Er gaat een wereld voor deze leerlingen open als ik ze de juiste vormen uitleg. Maar een opmerking van een leerling vloert me meteen nadat ik vol trots onze standaard taal gepresenteerd heb. “Maar meneer, ons pa zegt ook altijd ‘als’!” Ik wil me nog verweren en zeggen: “Dan heeft jouw vader het fout.” Maar wat verandert het? Zal deze leerling dat onthouden? Zou deze leerling iets hebben opgestoken van mijn preek over taal? Zal hij thuiskomen en de situatie eens heel even duidelijk gaan uitleggen aan zijn vader? Ik denk het niet. Ik ben simpel een verkondiger van het standaard Nederlands. Als iedereen uit de band wil springen, mag dat van mij. Als iedereen af wil wijken van wat standaard is: mij best. “Je verstaat me toch” zal de standaard zin worden van de jeugd richting een taalverbeteraar.   

In 2003 schreef een aantal taalkundigen het boekje ‘Verandering en verloedering; normen en waarden in het Nederlands‘ waarin zij de verschillende knelpunten van het Nederlands uiteenzetten. Ze discussiëren hardop over de verschillende ‘taalvariaties’ waar voornamelijk de bovenste laag van de Nederlandse bevolking zich aan ergert. Dit boekje geeft mij rust. Zoals de laatste alinea ook beschrijft: ‘Taal is voor veel mensen helaas vooral een onderwerp om zich boos over te maken. Maar wie zich verdiept in de enorme complexiteit van het verschijnsel menselijke taal – en in die van het Nederlands met al zijn variëteiten – raakt eerder vervuld van verwondering dan van verbittering.’

Ik zal dus mijn best doen. Ik zal vol verwondering luisteren naar mijn vrienden die taalfouten maken. Ik zal mijn verwondering uitspreken, maar ze niet corrigeren. Hun zijn immers mijn vrienden.

 


Dion van Meel is docent Nederlands op een middelbare school in Tilburg en keeper bij Willem II amateurs. Hij schrijft graag columns en korte verhalen over dingen die hem opvallen in de wereld van het voetbal, het onderwijs en de Nederlandse taal. Je kunt zijn overdenkingen ook volgen op Facebook en via dionvanmeel.nl, en natuurlijk hier! Lees meer taalcolumns van Dion.


Wil je zelf je taaloverdenkingen terugzien op onze site? Stuur je column in.

Woordweetje

Woordweetje: platonische liefde

Woordweetje: platonische liefde

Soms kom je iemand tegen op wie je héél erg gek bent. Je kunt het oneindig goed met diegene vinden, hebt aan een half woord genoeg, jullie krijgen nooit genoeg ...


Boekrecensie

Boekrecensie: Het is jouw feestje!

Boekrecensie: Het is jouw feestje!

‘Zo. Niks meer aan doen.’ Dat dacht ik zaterdagmiddag voordat ik een housewarming annex verjaarsfeestje gaf. Al weken leef ik tussen de rotzooi van onze verbouw...


Woordweetje

Woordweetje: schoolslag

Woordweetje: schoolslag

Als fanatiek hardloper en wielrenner krijg ik geregeld de vraag of ik ook aan zwemmen – lees: triatlons – doe. Mijn standaard antwoord is dan dat ik...


Woordweetje

Eologismen

Eologismen

In onze scheurkalender 2018 staan verspreid over het jaar een aantal eologismen. Maar wat is dat nou, een eologisme? Een eologisme is een nieuw woord dat ontsta...