Column: Hoezo taalfouten?

hun zijn nog dommer als ons

Regel 1: Wat ik zeg, is goed Nederlands. Regel 2: Wat ik niet door de strot kan krijgen, is geen goed Nederlands. Dit zijn niet mijn woorden, maar die van Hugo Brandt Corstius, maar met de strekking ervan ben ik ’t eens en ik denk de meeste Nederlanders wel. 

Door: Jan Stroop

Ik zeg het zo: wie z’n moedertaal spreekt, maakt geen fouten. Hij heeft die taal als kind spelenderwijs geleerd, hoe ingewikkeld die ook is. Van die tijd af beheerst-ie de grammatica van z’n moedertaal. Zinnen als ‘ik heb gekocht gisteren een nieuwe auto’ en ‘morgen ik kom wat later’ zul je dan ook geen Nederlander horen zeggen. Hij kan het gewoon niet. 

Veel Nederlanders accepteren ook geen vormen als ‘groter als’ en ‘hun hebben’. Toch heb ik die meermalen uit de strot horen komen bij mensen die zelf deze vormen verafschuwen. Hoe is dat te rijmen met mijn bewering dat iemand die z’n moedertaal spreekt geen fouten maakt? Dat rijmt omdat het geen fouten zijn! En dus kunnen ze zelfs fanatieke taalpuristen zomaar ontvallen. 

Zinnen als ‘morgen ik kom wat later’ hebben in het Nederlands nooit bestaan. Maar woordgroepen als ‘groter als’ zijn vanaf midden zestiende eeuw normaal als gevolg van een taalveranderingsproces. Dat ‘groter als’ vanaf de achttiende eeuw bestreden wordt, doet aan z’n grammaticaliteit niets af. Omdat het goed Nederlands is, laat het zich niet onderdrukken. 

‘Hun hebben’ is een geval van een voornaamwoord dat een andere functie erbij krijgt. De negentiende eeuw heeft dat zien gebeuren met ‘u’, dat aanvankelijk bezittelijk voornaamwoord was, maar later – alweer door een taalverandering – ook als onderwerp ging functioneren. Wij maken nu mee dat ‘hun’, dat eerst alleen object kon zijn, steeds vaker ook als onderwerp dienst gaat doen. Tot ergernis van velen.

Het vreemde is dus dat taalvormen waar mensen zich aan ergeren per definitie geen taalfouten zijn. Het zijn uit taalveranderingen voortgekomen elementen. Echte taalfouten irriteren niet, maar wekken vertedering. Ze appelleren aan onze neiging om de medemens te helpen of ze alarmeren ons (‘dank u ons te gebruiken’) dat we misschien met een nepmail uit Nigeria te maken hebben. Dat is dan wel weer irritant.


Deze column verscheen al eens in een van onze boeken. Wil je nog meer van die taaloverdenkingen lezen? Voeg dan ons jubileumboek toe aan je collectie!

Column

Column: Woorden omdraaien

Column: Woorden omdraaien

Word jij ook zo blij van een woord als ‘leerkus’? En lig jij helemaal dubbel als iemand begint over zijn of haar ‘plasgaatje’? Grote kans dat jij, net als ik, b...


Column

Column: Uit de doos denken

Column: Uit de doos denken

Vlam, vlek, vleum, vraak, vrek, vreek, flak, flen, fleeks, fleus, frak, fraas, freks, freun. Zo. Daar had ik niet van terug. Het was een schrijfoefening van sch...


Column

Column: Taal is een wapen

Column: Taal is een wapen

“Taal is een wapen.” Zo luidde destijds het antwoord van onze leraar op de vraag waarom we in hemelsnaam over P.C. Hooft moesten leren. Tot nog toe ...