Column: Ge snapt me toch?

Column Ge snapt me toch?

Enkele dagen geleden las ik met veel plezier de column Afkickpoging van Dion van Meel. Zijn verhaal was erg herkenbaar voor me, als lijdend voorwerp van taalnazi’s welteverstaan.

Door Hans van Brunschot

Ik kan me op zich best voorstellen dat het voor een taalnazi lastig is om een gesprek te voeren met ‘ons’. ‘Wij’ zijn het deel van de Nederlandse bevolking dat ‘me’ soms vergeet als we zeggen dat we ons boek ‘niet bij hebben’ of ‘hen’ en ‘hun’ per ongeluk door elkaar gebruikt. Of ‘zij’ en ‘hun’, wat in de ogen van een rechtgeaarde taalnazi misschien nog wel een groter vergrijp is. Jeuk krijgen ze ervan.

Maar, geachte taalnazi, heb je er weleens bij stilgestaan hoe verschrikkelijk het is om een gesprek met jou te voeren? Wij komen super-enthousiast (dat mag vast wel, toch?) thuis met nieuws over iets dat ons die dag is overkomen en willen dat graag met je delen. En het enige (niet enigste, zo is me duidelijk gemaakt) dat jullie kunnen doen, is droog opmerken dat je ‘worden’ moet zeggen in plaats van ‘worre’ … Waarom? Ik bedoel, ge snapt me toch?

Nu kan ik enkel voor mezelf spreken en moet ik grif toegeven dat mijn mondeling Nederlands enigszins gecomprimeerd is door mijn Brabantse tongval. Dat is de charme van de Brabantse afkomst, denk ik. Stiekem moet ik dan ook wel een beetje lachen als mijn bijna vierjarige dochter “worre” zegt in plaats van het “worrrden” dat haar moeder vaak bezigt. Oké, het klinkt meer als ‘worrrre’, maar het bevestigt wel mijn punt: het lokale of regionale dialect en het taalgebruik van je omgeving zijn ontegenzeggelijk van invloed op de manier waarop je jezelf uitdrukt in taal, ondanks de goedbedoelde lessen Algemeen Nederlands op de middelbare school. Dat geldt voor mij als Brabander, maar hetzelfde geldt voor mensen die uit de Achterhoek, de Randstad of uit West-Friesland komen. Ik bedoel er maar mee te zeggen: iedere vogel zingt zoals hij gebekt is. Dat dat dan niet altijd in correct Nederlandse vervoegingen gebeurt, wat geeft dat? Het gaat immers om wat er verteld wordt. Toch?

Als veelvuldig slachtoffer van huiselijk taalgeweld (zou Stichting Korrelatie daar ook iets mee doen?) vind ik het dan ook bemoedigend dat we gesteund worden door Hans Bennis van de Taalunie die enkele weken geleden in De Volkskrant uitlegde dat ‘hun hebben’ taalkundig zelfs correcter is dan ‘zij hebben’. Uitdrukkingen als ‘een hele mooie auto’ en woorden als ‘positiefste’ worden tegenwoordig in Word niet meer voorzien van een rood kringeltje. Taal verandert en wat eens fout was, is vandaag of morgen misschien iets minder fout dan voorheen. Ik wil als veelvuldig taalnazislachtoffer Dion van Meel dan ook uit de grond van mijn hart bedanken voor zijn afkickpoging. Ik hoop dat velen zijn voorbeeld volgen!

Maar …
Maar er zijn grenzen. Nu mijn werk zich meer en meer van marketingconsultancy naar het schrijven van teksten, zowel commercieel als wel columns zoals deze verschuift en ik zelfs aan mijn eerste boek ben begonnen, vallen stijl-, grammatica-, spel- en taalfouten me meer en meer op en begin ik me er oprecht aan te ergeren. Dan heb ik het niet over kleine foutjes, zoals een verkeerd bezittelijk of aanwijzend voornaamwoord en ik pretendeer ook niet dat ik nu foutloos Nederlands schrijf. Wellicht vinden de echte taalpuristen in deze column ook de nodige stilistische fouten, maar hé … ge snapt me toch?

Mijn irritatie richt zich voornamelijk op de zogenoemde ‘WhatsApp-taal’ of ‘turbotaal’, waarin woorden niets meer dan een paar letters worden waarvan je de betekenis moet kunnen herleiden – ik heb op moeten zoeken wat ‘BRB’, ‘GTG’ en ‘IDK’ betekenen. Ik erger me ook aan teksten waarin mensen zinnen als “Hou van me schattie”, “Doe ma n bod” of “Luister nie na jou gezeik” zonder blikken of blozen met de wereld delen. Ik heb het dus niet over klassieke taalfouten als pleonasmen of tautologieën, maar over luiheid bij het schrijven. Spreektaal wordt voornamelijk onder jongeren schrijftaal en dat leest, in elk geval in mijn ogen, zo fout dat zelfs ík de neiging krijg om verbeteringen in een reactie achter te laten. In het eerder genoemde Volkskrant-artikel speculeert Hans Bennis over de verdergaande ontwikkeling van de Nederlandse taal en dat de zogenaamde ‘chattaal’ daar best eens een flinke invloed op zou kunnen hebben. Ik houd mijn hart vast en in mijn vingertoppen begin ik langzaamaan jeuk te krijgen.

Shit … 
Zou ik dan toch ook?


Hans van Brunschot (36) schrijft columns en andere teksten voor diverse websites en is daarnaast werkzaam als marketing consultant. Hij is vader van twee dochters en legt momenteel de laatste hand aan zijn schrijversdebuut L.S.: De afscheidsbrief van Joe Nobody.


Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.

Column

Column: Mag het ietsje meer zijn?

Column: Mag het ietsje meer zijn?

    Door Femke Hellings Na dat ontbijtje heb je wellicht een leuk rokje aangetrokken. Waarschijnlijk met dat hippe shirtje en jasje erop dat je een tijdje geled...


Woordweetje

Woordweetje: mondegreen

Woordweetje: mondegreen

Door Ties Rohof De internethit Benny Lava heeft op die manier zijn cultstatus verkregen. Soms slaan de ondertitelaars de plank helemaal mis, maar dat maakt niet...


Column

Column: Zakenreis

Column: Zakenreis

Door Taallent Mijn oog blijft steken bij het woord ‘zakenreis’. Mijn gedachten nemen me echter mee, op reis. Wanneer ik aan een zakenreis denk, vormt zich het b...