Column: Frisdrank en homofielen

koopvaardijschip

Als je, zoals ik in mijn jonge jaren, eens in de paar jaar terugkomt in Nederland, zie je hoe snel een taal verandert, nieuwe woorden kent en stopwoordjes krijgt.


 
Door Cor van der Velden

 

Ik was koopvaardijofficier, kwam om de paar jaar voor studieverlof naar Nederland voor ongeveer een jaar en verdween dan weer, varen bij de ‘Never-come-back-line’. Zo heb ik de zestiger jaren grotendeels gemist en snapte niets van wat er in Amsterdam gebeurde met de kabouters en meer van dat soort verschijnselen.

In die tijd had je, als je aan het andere eind van de wereld rondzwierf, geen contact met Nederland. We hadden wel een ‘krant’, een A-viertje met Nederlands nieuws dat de marconist elke dag opnam. Veel interesseerde ons dat niet, we waren er niet bij betrokken. Alleen de voetbaluitslagen werden met spanning afgewacht, want daar hadden we een toto op. Een pot bier per rijtje. Zo kon je, met veertien officieren, zo’n veertig bier incasseren als je won, waarop iedereen je kwam feliciteren en zijn eigen bier weer opdronk. Alweer een feestje op zo’n oversteek van soms drie weken!

Maar naar de taal. Ik kan me herinneren dat ik iemand om een frisdrank hoorde vragen. Erg nieuwsgierig wat dat nou weer was hield ik hem in de gaten, benieuwd naar nieuwe cocktails. Bleek het gewoon een 7-up te zijn! En een longdrink, dat was ook nieuw voor mij.

Maar het woord homofiel sloeg alles. Nooit van gehoord, en omdat ik vroeger wel eens postzegels had verzameld, dacht ik dat het daar iets mee te maken had. Toen me verteld werd wat het betekende, moest ik wel grinniken. Ik kende daar allerlei nette en minder nette termen voor, maar deze had ik nog nooit gehoord. En stopwoordjes! Mensen die om de twee woorden ‘dus’ zeiden. Net zoals tegenwoordig iedereen om de haverklap ‘zeg maar’ roept.

Maar dat maakt het ook leuk om taal te observeren, het leeft en verandert voortdurend!

Woordweetje

Woordweetje: Dom blondje

Woordweetje: Dom blondje

Met mijn haar heb ik echt niets te klagen. Ik mag het dan altijd in een knot hebben, maar eigenlijk heb ik een goede bos lang, dik haar met wat slag. Als ik mij...


Woordweetje

Woordweetje: de teddybeer

Woordweetje: de teddybeer

Iedereen had er vroeger wel een: een teddybeer. Die van mij was lichtblauw. Hij miste een oog en had een scheve glimlach. Ik noemde hem Teddy. De originaliteits...


Woordweetje

Woordweetje: kinderkopjes

Woordweetje: kinderkopjes

Waarom zou je straatstenen met het formaat van een klein Edammerkaasje in vredesnaam ‘kinderkopjes’ willen noemen in plaats van Edammerkaasjesteentj...


Column

Column: Onomatopleonautologienatymie

Column: Onomatopleonautologienatymie

“Mam … mam! Mag ik op de tjsoek tjsoek?” Mijn moeder draait zich geïrriteerd om en werpt me een vernietigende blik toe. “Floris!”, roept ze. “Hoe vaak moet ik n...