Breukspreuken

Breukspreuken scheurkalender 2018

In ‘Taalvoutjes- de scheurkalender 2018’ vind je zogenaamde breukspreuken; twee spreekwoorden die door elkaar gehusseld zijn en zo een nieuw spreekwoord vormen. Wat de spreekwoorden betekenen? Je leest het hieronder.

1. Wie met honden omgaat, moet op de blaren zitten.

Wie met honden omgaat, krijgt vlooien.

Wie met slechte mensen omgaat, neemt hun slechte gewoonten over.

Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.

Als je iets doms doet, moet je daar zelf de consequenties van dragen.


2. Waar het paard aangebonden is, zal Mohammed tot de berg komen.

Waar het paard aangebonden is, moet het vreten.

Je moet het doen met wat je hebt.

Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg komen.

Als iemand jou niet tegemoet wil komen, moet jij maar bereid zijn de minste te zijn en de ander tegemoet te komen.


3. Zolang de ezel zakken draagt, trap je op zijn staart.

Zolang de ezel zakken draagt, heeft de mulder (molenaar) hem lief.

Vaak doet iemand alleen aardig tegen een ander, zolang hij diegene nog ergens voor kan gebruiken.

Als je over de duivel praat, trap je op zijn staart.

Dit zeg je wanneer degene over wie je het nét had, toevallig aan komt lopen.


4. In het huis van de gehangene, dansen de muizen op tafel.

In het huis van de gehangene, spreekt men niet van de strop.

Als je weet dat een onderwerp pijnlijk voor iemand anders is, vermijd je het daarover te praten in zijn gezelschap.

Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.

Wanneer er geen toezicht is van bijvoorbeeld ouders of een baas, doen kinderen of werknemers waar ze zin in hebben. 


5. Als de nood het hoogst is, vangen de kramers geld.

Als de nood het hoogst is, is de redding nabij.

Vaak dient een oplossing zich aan, wanneer het probleem enorm en onoplosbaar lijkt te zijn.

Als de gekken naar de markt gaan, vangen de kramers geld.

Veel kooplust is gunstig voor kooplui.


6. Zoals het klokje thuis tikt, is het kwaad kersen eten.

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.

Het is nergens zo goed als je het thuis hebt.

Met hoge heren is het kwaad kersen eten.

Als je te vertrouwelijk omgaat met je meerdere, dan loopt het vaak verkeerd af.


7. Gij rommelt als een molen, maar weet niet waar de klepel hangt.

Gij rommelt als een molen, doch ik zie nog geen meel.

Je doet wel belangrijk, maar ik zie nog geen resultaat.

Hij heeft de klok wel horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.

Hij heeft ergens iets gehoord of gelezen, maar weet niet precies hoe de vork in de steel zit.


8. Niemand zoekt een ander in de oven, behalve als er een deur in zit.

Niemand zoekt een ander in de oven, of hij is er zelf in geweest.

Alleen wie zelf slecht is, denkt slecht over de ander.

Men kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit.

Je kunt alleen doen wat realistisch is.


9. Een schip op het strand vergaat niet.

Een schip op het strand is een baken op zee.

Je kunt leren van de fouten van anderen.

Onkruid vergaat niet.

Het is moeilijk het slechte op de wereld uit te roeien.


10. Waar rook is, zijn alle katten grijs.

In het donker zijn alle katten grijs.

Als de situatie niet helder is, kun je de zaken moeilijk beoordelen.

Waar rook is, is vuur.

Waar geruchten de ronde doen, is daar vast wel wat van waar.


11. Als het kalf verdronken is, likt de kat de kandeleer.

Als het kalf verdronken is, dempt men de put.

Pas als het al mis is gegaan, neemt men maatregelen.

Om der wille van de smeer, likt de kat de kandeleer.

Om iets voor elkaar te krijgen, doen mensen soms dingen die ze eigenlijk niet willen.


Column

Column: Allemaal beestjes

Column: Allemaal beestjes

Suikerspinnen, kikkererwten, ongelikte beren, nijlpaarden, palingworsten, ezelsoren en tentharingen. Allemaal beestjes. Taalbeestjes met een bijzonder verhaal. ...


Woordweetje

Woordweetje: onomatopee

Woordweetje: onomatopee

Niets is zo gemakkelijk als een onomatopee; een stijlfiguur waarbij een of meerdere woorden een geluid nabootsen. Denk bijvoorbeeld aan slurpen of piepen. Het i...


Woordweetje

Woordweetje: buut vrij

Woordweetje: buut vrij

“Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien! Wie niet weg is, is gezien. Ik kom!” Je haalt je handen voor je ogen vandaan en kijkt om je heen. L...