Situatie: een zakendiner. Je bent met een buitenlandse klant uit eten en het eten smaakt fantastisch. De ober komt eraan en je zegt tegen hem: “Dinner was great...
Daar sta ik dan als docent Nederlands. Ik loop vast. Ik twijfel. Ik stamel. Ik houd me in. Ik vecht tegen de bierkaai. Schipper tussen wat wel en niet ‘mag’ in ...