“Pfff, oelewapper!” Zei jouw vader dat vroeger ook wel eens tegen je wanneer je met je mouw in een bord spaghetti hing? Het woord ‘oelewapper’ wordt doorgaans gebruikt als vriendelijk scheldwoord en betekent zoveel als ‘sufferd, domoor’. Zeg eens tien keer ‘oelewapper’ achter elkaar en je vraagt je ten zeerste af hoe het woord in ons vocabulaire is beland. Oele? Wapper? Wapperen met je oele? Hè?
We schrijven 1568-1648, de Tachtigjarige Oorlog. Een Spaanse soldaat is gecharmeerd van een passerende Nederlandse vrouw en roept uit: ‘¡Olé, guapa!‘ (vrij vertaald: “Hey, lekker ding!”). Een groep Nederlandse mannen vangt dit op en verbastert de kreet tot ‘oelewapper’. Een schitterende, maar niet echt plausibele legende.
Eens kijken naar andere verklaringen die de ronde doen. Volgens sommigen is het woord synoniem aan ‘uilskuiken’. Geen gekke gedachte als je bedenkt dat ‘oele’ dialect is voor ‘uil’ en jonge vogels flink met de vleugels wapperen. Weer anderen vermoeden een samensmelting van ‘oele’ – een oud tussenwerpsel dat zoiets betekent als “Dat kun je denken, mooi niet!” – en ‘wapper’ – als in ‘slungel’. Hoe het ook zij, het woord ‘oelewapper’ is nog altijd erg geliefd en het bekt lekker. Zeg nou zelf, wat is er fijner dan iemand die in een hondendrol stapt weg te zetten als oelewapper?
We zijn druk bezig met de Taalvoutjes-scheurkalender van 2026 en kunnen jouw hulp goed gebruiken. Hoe? Geef je mening (óók als je de scheurkalender nog nooit he...
Wat veel mensen niet weten is dat ik uit een oud Tovenaarsgeslacht kom. Ik bracht mijn jeugd door op slot Meinstein en leerde daar heel wat bruikbare en minder ...
“Hey!”
“Hoe is ‘t?”
“Goed, en met u?”
“Bwa, ça va.”
Stilte … We kennen allemaal wel dat soort gesprekken, waarbij in twee richtingen hetzelfde gezegd wordt en t...