Column: Hoezo taalfouten?
Een moedertaalspreker maakt nooit een fout in zijn moedertaal, zo bepleit Jan Stroop....
Wie is toch die Joost uit de uitdrukking ‘Joost mag het weten’? Wanneer leefde hij en bestond hij wel echt? Nou, nee, want de Joost waar we het hier over hebben is namelijk de duivel in eigen persoon. Maar hoe komt de duivel dan aan de naam Joost, horen we je denken.
Daar zijn verschillende verklaringen voor, de een uit Indonesië en de ander uit China. We beginnen in Indonesië. In het Javaans duidde het woord joos of dejos – afkomstig van het Portugese deos – op een Chinese godheid. De Nederlanders verstonden dit als ‘de joos’ en verbasterden het tot ‘joost’ en ‘joosje’. Inmiddels gebruikten ze de naam voor meerdere heidense afgoden. En omdat deze voor Christenen het kwaad vertegenwoordigden, kwam het dat joost ‘duivel’ ging betekenen.
De andere theorie brengt ons naar China, waar we ook aan het verbasteren zijn geslagen, maar dan het Chinese woord tshoe-tszé. Dit was een houten kistje met daarin een houten beeltenis van Boeddha, aanbeden door Boeddhistische Chinezen. De handel bracht de Nederlanders in contact met de Chinezen en zo kwam het dat tshoe-tszé naar ‘Joost’ werd verbasterd en ook de betekenis van ‘duivel’ kreeg. Dus … komt Joost nou uit Java of China? De duivel mag het weten.
Een moedertaalspreker maakt nooit een fout in zijn moedertaal, zo bepleit Jan Stroop....
Het overkomt de beste weleens: je zit in een langslepende discussie over wie er gelijk heeft of je probeert je oude auto te verkopen voor de hoofdprijs, maar de...
Het lijkt niet iets wat per se aandacht verdient in het hbo, maar ik realiseer me als docent Nederlands regelmatig dat we betere schrijvers worden als we iets m...
In haar nieuwste boek ‘Taal voor de leuk‘ neemt Paulien Cornelisse ons mee in al haar taalverwonderingen. Van het woordje ‘heul’ (in pla...