Woordweetje: Stiefmoeder
Familieverhoudingen zijn anno 2016 allang niet meer zo overzichtelijk als pakweg veertig jaar geleden. Bovenstaande tekst laat dat maar weer eens zien. Laat ik ...
In een van onze eerdere woordweetjes gaven we een verklaring voor de woorden ‘straatarm’ en ‘
Door Maurits Geerts
De oudste vermelding van het woord ‘steenrijk’ in een Nederlandse tekst stamt uit de negentiende eeuw. Dat is rijkelijk laat voor een woord dat zijn oorsprong zou moeten vinden in de middeleeuwen. Het is denkbaar dat een middeleeuwse uitdrukking eeuwenlang mondeling is overgeleverd en pas laat aan het papier is toevertrouwd, maar erg waarschijnlijk is dat niet.
Het geheim zit in de klemtoon. We zeggen nu ‘steenríjk’, met de klemtoon op ‘–rijk’, maar wat als we de klemtoon leggen op ‘steen-‘: ‘stéénrijk’, ofwel ‘rijk aan stenen’. Edelstenen in dit geval. Het Duitse woord steinreich werd oorspronkelijk in de geologie gebruikt voor bodems die rijk waren aan (edel)stenen, en later overdrachtelijk voor mensen die zich sieraden belegd met edelstenen konden veroorloven. Zij waren stéénrijk. Een leenwoord van onze oosterburen, dus!
Naar de letter is ‘steenrijk’ wellicht nu nog van toepassing op onze koningshuizen en het doet me denken aan Liberace … Glitter, glamour, edelstenen, diamanten, dat is steenrijk! Geen bakstenen huis, maar blingbling. Succesvolle rappers zijn waarschijnlijk steenrijk, als ze diamanten in hun tanden laten zetten. De status van ‘steenrijk’ is van alle tijden. Edelstenen zijn een symbool van rijkdom en welvaart, nog steeds.
Heb jij altijd al de herkomst van jouw favoriete woord willen weten? Laat het ons hieronder weten!
Familieverhoudingen zijn anno 2016 allang niet meer zo overzichtelijk als pakweg veertig jaar geleden. Bovenstaande tekst laat dat maar weer eens zien. Laat ik ...
Niet alleen Dr.Kipping ergert zich aan taalverloedering. Cor van der Laak steekt van wal en fulmineert over zijn irritaties rondom spelling....
‘Gids voor de kantoorjungle’ is het derde boek van Japke-d. Bouma dat we voor Taalvoutjes recenseren. We kennen haar van haar kantoortaal-observaties en scherpe...
Vlam, vlek, vleum, vraak, vrek, vreek, flak, flen, fleeks, fleus, frak, fraas, freks, freun. Zo. Daar had ik niet van terug. Het was een schrijfoefening van sch...