#dood


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Je moet de administratie nog bijwerken, de vaatwasser uitruimen of op maandagavond naar een verplichte netwerkborrel, en werkelijk álles in jou schreeuwt: "Nee!" We zeggen dan dat je 'er een broertje dood aan hebt'. We gebruiken de uitdrukking al decennia voor een grondige hekel, een diepe afkeer of een vurige allergie voor een specifieke taak of situatie. Maar waarom slepen we onze familieverhoudingen en een tragisch sterfgeval erbij om een alledaagse ergernis uit te drukken? Tijd om de medische historie van vroeger in te duiken en deze duistere gezinsmetafoor te ontrafelen.[/intro]

Infectieziekten

Wie denkt dat het 'broertje' in deze uitdrukking slaat op een vervelend jonger broertje waar je als kind ruzie mee had, zit er flink naast. De oorsprong voert ons helaas terug naar de rauwe werkelijkheid van eeuwen geleden: hoge kindersterfte en dodelijke infectieziekten.

Vroeger overleden veel kinderen op schrikbarend jonge leeftijd aan ziektes als cholera, tyfus, pokken of roodvonk. Als een gezin door zo'n tragische ziekte een kind verloor, sprak men dus over 'een broertje die aan een ziekte is overleden.'

Afkeer

De ziekte die het kind had geveld, boezemde de nabestaanden uiteraard een gigantische angst, afkeer en angstvallige hekel in. 'Een broertje dood hebben aan [een ziekte]' sloeg oorspronkelijk dus heel concreet op de specifieke kwaal waaraan het jonge familielid was gestorven. Vroeger was trouwens ook de variant "daar heb ik een broer aan verloren" heel gewoon!

Alledaagse ergernis

In de loop van de negentiende eeuw veranderde de betekenis van een 'angstaanjagende dodelijke ziekte' naar een hele sterke, figuurlijke afkeer. De volksmond nam de heftige zegswijze over om aan te geven dat je voor iets net zo'n diep gewortelde afkeer voelde als voor een vreselijke kwaal. Varianten werden soms zelfs gekscherend aangedikt met: "Ik heb er een hele familie aan dood!"


De epidemieën en de schrikbarende kindersterfte hebben we dankzij de moderne geneeskunde ver achter ons gelaten. Maar de uitdrukking is als spoor in onze taal behouden gebleven.

Dus de volgende keer dat jij er een broertje dood aan hebt om de dozen naar het oud papier te brengen, weet je dat je een vrij heftige historische vergelijking van stal haalt. Gelukkig blijft het nu gewoon bij een saai klusje op de to-dolijst.

Lees nog meer interessante woordweetjes.


923 shares

Ik snap 'm niet

Denk jij bij ‘de pijp uitgaan’ ook aan je opaatje, die gemoedelijk in zijn stoel aan z’n pijp zat te lurken voordat hij ‘de pijp aan Maarten gaf’? En dacht je dat de uitdrukking metaforisch betekende dat als zijn pijp uitging, hij ook een einde aan zijn leven had gebreid? Neen. De pijp in deze uitdrukking heeft niets met de tabaksindustrie van doen. We moeten de herkomst in het dierenrijk zoeken. Als een konijn zijn pijp (ofwel de gang van het konijnenhol) uitkwam terwijl er jagers in de buurt waren, betekende dat einde oefening voor het beestje.

Een andere betekenis rept over de vangst van eenden, die – gelokt door de hond van de eendenkooiker – een zogeheten vangpijp in zwemmen, waar ze op ingenieuze weg in vast komen te zitten en uiteindelijk het loodje leggen. Of we de uitdrukking nou aan konijnen of eenden te danken hebben, dat zal hen een rotzorg zijn. Zij zijn allang de pijp uit.