#clichés


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Al jarenlang volg ik met plezier de diverse voetbalcompetities. Mijn liefde voor het spel is natuurlijk de voornaamste reden dat ik elke week trouw de wedstrijden kijk. Toch is er nog een reden om te kijken en dat is vanwege de commentatoren, analyses en de interviews na afloop. Als je erop gaat letten, dan schrik je je een hoedje: de clichés zijn niet meer op een hand te tellen.[/intro]

Door: Sven Boer

“Spitsen hebben in hedendaags voetbal een neusje voor de goal.” Die zin gebruiken commentatoren vaak om de klasse van een wereldspits te omschrijven. Middenvelders zijn tegenwoordig ‘box to box players’, ofwel spelers die veel loopvermogen hebben. Verdedigers moeten spelen ‘met het mes tussen de tanden’. Commentatoren krijgen volgens mij een bonus wanneer zij een cliché gebruiken; je ziet soms door de bomen het bos niet meer.

Mijn favoriete uitspraak komt meestal in de rust van de wedstrijd. Diverse analisten geven hun mening over wat er beter moet en beschouwen het team dat achter staat als volgt: “Je ziet dat Ajax meer duels wint op het middenveld. Ze veroveren de tweede bal. AZ moet in de tweede helft uit een ander vaatje tappen.” Ik kan je vertellen, ik zit juichend voor de televisie als het beruchte vaatje erbij wordt gehaald. 

Na afloop is het vaak genieten als een teleurgestelde aanvoerder zich meldt bij presentator Jan Joost van Gangelen. “Je begint goed aan de wedstrijd en dan krijg je na vijf minuten de deksel op je neus door die goal van Van Persie. Dan weet je dat je een tandje moet bijschakelen om gelijk te maken. Je krijgt nog vlak voor tijd de kans, maar dan gooien zij een minuut voor tijd de wedstrijd op slot.” Als kijker kun je de teksten invullen en toch blijft het kostelijke televisie. De open deuren vliegen je om de oren. En elke week blijf ik kijken, want er kan van alles gebeuren. De bal is rond.


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]‘Zo. Niks meer aan doen.’ Dat dacht ik zaterdagmiddag voordat ik een housewarming annex verjaarsfeestje gaf. Al weken leef ik tussen de rotzooi van onze verbouwing. En een verbouwing vergaat iedereen hetzelfde: je denkt dat je zo klaar bent, maar dat ben je dan toch niet. Een verbouwing is eigenlijk één groot cliché. Toen ik het boekje ‘Het is jouw feestje!’ opensloeg bij de clichés over klussen, steeg het schaamrood me naar de kaken. Bijna alle zinnen zijn wel geroepen in de afgelopen weken.[/intro] Door Stefanie Meijers Pepijn Hendriks en Wouter van Wingerden verzamelen sinds 2003 dagelijkse clichés, die ze op sociale media plaatsen. Nu is er dus ook een boekje, met een bulk zinnen die iedereen net iets te vaak roept. Clichés voor feestjes, op werk, voor tijdens het ontbijt en dus ook voor tijdens het klussen. “Pas je wel een beetje op?”, wanneer mijn vader weer eens wankel op een ladder stond; “Ik waarschuw niet voor niks!” “Ik probeer je alleen maar te helpen!”, toen ik een spijker compleet scheef in het kozijn sloeg. En mijn moeder en mijn vriend schreeuwden “Je probeert het niet eens …” net voordat ik het bijltje er letterlijk bij neergooide. “Nee, want dat helpt!” Terug naar het feestje. Daar wijden Pepijn en Wouter ook een hoofdstuk aan; het is immers ook de titel van het boek. Bladerend door het boek herleefde ik de hele avond, bijna elke zin is wel door iemand gezegd. Op die manier zijn de schrijvers ook begonnen met hun clichéverzameling: op een verjaardagsfeestje hoorden ze allemaal dezelfde zinnen. Op de middag van ons feest liep mijn vriend op zijn sokken door de woning. “Houd je dat aan?” vroeg ik. “Konden jullie het een beetje vinden?” grapte ik naar de eerste gasten. “Wijntje? Rood of wit?” Net na twaalf uur kreeg ik te horen: “En, voel je je al een beetje jarig?” Het was een gezellige avond. Cliché, hè? Het mooie van deze verzamelbundel is dat het je vol met je snoet op je eigen taalgebruik drukt. Vrijwel alles is weleens uit je mond komen rollen. En dat maakt het ook wel een beetje pijnlijk. Na het doorbladeren van dit boekje durfde ik bijna niks meer te zeggen; bang dat ik er een cliché uit zou gooien. Dus, ‘zeg jij ook eens wat’. Dit boek is een perfect cadeau voor je meest cynische vrienden. Een boek voor hun verjaardag. Lekker cliché. Haal het maar vast in huis, dan is dat ook weer gebeurd. Of niet. Het is jouw feestje.
Is dit boek geschikt voor jou? JA: Je kunt erom lachen als iemand op je taalgebruik wijst. Je bent weleens de woonkamer ingelopen met de volgende zin: “Ik zou even niet naar de wc gaan als ik jullie was!” NEE: Je hele muur hangt vol met spreuken als ‘Wees jezelf, er zijn al anderen genoeg’. Je neemt dit zeer serieus. Je leeft stiekem in een cliché, maar wil daar niet op gewezen worden.
Auteurs: Dagelijks Cliché, Pepijn Hendriks en Wouter van Wingerden Uitgeverij: Van Dale Verschenen: 2017

923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Ik ben erg gevoelig voor taalfouten. Ik zie ze, ik hoor ze en eerlijk toegegeven: ik maak ze zelf ook weleens. Als versus dan, zij versus zei, je kent ze wel. Nog erger dan taalfouten vind ik het overmatig gebruik van clichés, spreekwoorden en gezegden. Ze worden, al dan niet juist, veelvuldig gebruikt door nieuwslezers en schrijvers.[/intro] Door: Sanne Claessens Nu wil ik niet zeggen dat ik zelf clichévrij leef. Ik heb me in mijn verleden ook weleens schuldig gemaakt aan het gemak van clichés, maar een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen. Ik probeer ze tegenwoordig dan ook zoveel mogelijk te ontwijken, maar in dit geval breekt nood wet. Want dat je met het gebruik van heel veel clichés erg weinig kunt zeggen, zal ik je laten zien. Zelfs ondanks het feit dat men claimt dat spreken zilver is en zwijgen goud. Misschien zet het zoden aan de dijk en baat het niet; het schaadt ook niet. Daarbij is niet geschoten altijd mis, dus het is het proberen ook altijd waard. Zie dit als een een soort van oproep aan alle clichéschrijvers: schrap ze in het vervolg! Begin er meteen mee, want van uitstel kom afstel. Smeed het ijzer daarom nu het nog heet is. Een goed begin is ook nog eens het halve werk. Wees niet bang om hierin de eerste te zijn, want je zult zien: als er één schaap over de dam is, volgen er vanzelf meer. Geef jezelf de tijd; al doende zul je leren van je eigen fouten. Vergeet niet dat Rome ook niet in één dag gebouwd is en dat geduld niets meer dan een schone zaak is. Laten we samen opnieuw wielen uitvinden en op zoek gaan naar eigentijdse gezegdes. Er valt zo fijn te spelen met taal dat het zonde is terug te vallen op oude gewoonten. Dus laten we het proberen! Wie niet waagt, die wint niet! En hoewel ik weet dat onkruid niet zomaar vergaat, blijf ik hopen. Want hoop … doet leven.

Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in. Gepubliceerde columns worden beloond met een superleuk Taalvoutjes-pakket. 


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]"Nou, dan zal ik maar eens met het eten beginnen." Dikke kans dat er dit kerstweekend in al die huiskamers weer tientallen clichés weerklinken. "Wil je me soms vetmesten?"[/intro] Door Wouter van Wingerden en Pepijn Hendriks De kerstdagen zullen bij miljoenen mensen heel standaard verlopen. Je ondergaat thuis of bij familie een kersttoespraak van de koning, Home Alone en Mariah Carey komen voorbij, er is een brunch met kerststol, een gezelschapsspel of zes en een grote kruiswoordpuzzel uit de krant. In de loop van de middag is het dan eindelijk zover: een ijverige thuiskok stort zich op het diner van het jaar. En dat ritueel brengt de nodige standaardzinnen met zich mee. Na een tijdje constateer je vanuit de huiskamer, als het tenminste goed gaat: "Het ruikt nu al lekker!" En zo niet, dan uit je je bezorgdheid: "Gaat dat wel goed daar, in die keuken?" Je informeert voor alle beleefdheid in elk geval even bij de kok: "Kan ik nog iets doen?" "Ja, het opeten!", zal die mogelijk zeggen. En dan mag het hele gezelschap aanschuiven bij het chique servies op de uitgeschoven tafel met decoratief kersttafelkleed. Een amuse. "Zo, dat ziet er spannend uit!" Een bijzondere soep wordt aangekondigd. "Ik weet niet wat het is, maar het klinkt lekker." De tafel wordt volgebouwd met schalen vlees, bijzondere groenten, sauzen en bijgerechten. "Jullie hebben er wel werk van gemaakt, zeg." "Zo krijg je het niet in een restaurant!" "Het is bijna zonde om het op te eten." "Het is allemaal even lekker." "Jij mag vaker koken." "Ik kan wel blíjven eten!" Als het althans niet tegenvalt. "Hoe eet je dit netjes?" "Wat zitten we eigenlijk te eten?" "Dan moet je niet meteen zo’n vies gezicht trekken." "Ik ben toch geen konijn?" "Dan eet je er maar omheen." Of zelfs: "Als we morgen allemaal ziek zijn, weten we waar het aan ligt." Maar als het goed is, eet iedereen met smaak z’n buikje rond. "Hou je wel een plekje vrij voor het toetje?", waarschuwt iemand met vooruitziende blik. En daar komt hij of zij afgesloofd maar trots met een calorierijk slotakkoord aanzetten. "Met fruit, dus het is gezond." "Wat een verwennerij!" "Er is nog meer, voor de liefhebber." "Anders blijf je er maar mee zitten." "Ik kan geen pap meer zeggen!" [line]

Dat hoor je mij niet zeggen!

Ons kerstcadeau In het boek ‘Dat hoor je mij niet zeggen!’ staan ruim 1500 van zulke taalclichés. Op Facebook en Twitter geven Wouter van Wingerden en Pepijn Hendriks elke dag een cliché weg. Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.