Column: Taal en werkelijkheid

column Taal en werkelijkheid

In de diepvries van de supermarkt lagen een paar felgele plastic zakken met daarop een identieke afbeelding van overduidelijke erwtjes. Er was maar één verschil tussen de zakken: de tekst in grote groene letters vertelde mij dat er in de ene zak kennelijk ‘velderwtjes’ zaten, en in de andere ‘tuinerwtjes’. Ik sprak mijn verbazing daarover uit tegen de jongedame achter de servicebalie waar ik mijn ‘borrelpuntjes’ ging incasseren. Ze lachte mij vriendelijk toe met een berustend “Tja”. Ze kent me langer dan vandaag. Die aardige, maar soms wat rare meneer met dat lange grijze haar, die altijd wel wat op te merken heeft, al was het maar om te laten weten dat wij ook mensen zijn, daar achter die balie.

Door: Albert Bout

Ik verbaasde mij niet alleen over het mogelijke verschil tussen ‘velderwtjes’ en ‘tuinerwtjes’, maar ook over de betiteling van deze groenten an sich. Kijk, erwtjes liggen niet als losse, ronde, groene bolletjes ergens in de natuur, wat dat ook mag zijn, maar groeien in een peul, een al dan niet eetbare schil. Is de schil eetbaar, dan eten we die vrucht in z’n geheel als sperzieboon of snijboon, of peultjes (het verkleinwoord is hier toegestaan, Japke) dan wel sugar snaps. Is de schil daarvoor te dik, dan halen we die eraf (wat meestal erg gemakkelijk gaat, jawel: een peulenschil) en eten we alleen de groene bolletjes, de erwtjes dus. Of ‘tuinbonen’, maar daarover later meer.

Nu groeien die peulen en dus ook de erwtjes op een veld. Nergens anders. Niet in een bos, bijvoorbeeld. Er bestaan wel bosbessen, maar geen boserwtjes. Niet in de bergen. Er zijn wel bergeenden, maar geen bergerwtjes. Niet op het strand, waar je wel tenten vindt (strandtenten, ja) maar geen stranderwtjes. Sommigen spreken wel van stronterwtjes, maar dat zijn mensen die erwtjes niet lekker vinden. Alle erwtjes zijn dus ‘velderwtjes’. 

Waarom noemen wij deze groente dan niet gewoon erwtjes? Dat is een korter woord en dus efficiënter taalgebruik. En waarom wordt er dan onderscheid gemaakt tussen ‘velderwtjes’ en ‘tuinerwtjes’? Ik bedoel, een tuin is in principe niks anders dan een veld met een hek eromheen. En dat maakt die erwtjes niks uit, die trekken zich heus niets aan van een hek: het zijn tenslotte geen schapen. U weet natuurlijk net zo goed als ik waarom. Het klinkt zo gezellig: “Vanavond zet ik lekkere tuinerwtjes op tafel”. Alsof ik ze zelf grootgebracht heb, die lieve tuinerwtjes. En dan leg ik er ‘velderwtjes’ naast, zodat de consument wat te kiezen heeft. En dan zet ik op de ene zak ‘fijn’ en op de andere ‘extra fijn’. Heel fijn.

Dit gaat uiteraard niet over erwtjes, maar over taal en reclame. Een klein kind ontdekt de omgeving als de werkelijkheid en dat geldt aanvankelijk ook voor de om hem of haar heen door grotere mensen gebruikte taal. Een kind leert die taal onvoorstelbaar snel: het heeft de basisstructuur van de taal eerder onder de knie dan de zindelijkheid (leren om niet je poep en plas gewoon te laten lopen zodra er aandrang is, maar op te houden tot je op de pot zit duurt jaren!). Op een gegeven moment krijgt een kind door dat je met de werkelijkheid ook kunt spelen; dat je dingen kunt verzinnen en er heel leuke spelletjes mee kunt spelen. Zo ook met de taal. Je kunt ermee fantaseren en een stapje verder: je kunt ermee liegen. Maar dat mag niet, vinden de ouders, die overigens het verschil tussen fantaseren en liegen niet meer beleven als een kind. En de reclamejongens en -meisjes snappen dat maar al te goed. Er wordt wat afgelogen in reclame (en elders, maar daar gaat het nu niet om) en gefantaseerd in de vorm van oncontroleerbare beweringen.

Overigens ken ik geen veldbonen naast de tuinbonen, misschien een idee voor de supermarkt?


Is jouw ook iets opgevallen? Of heb je een ander leuk, interessant of grappig verhaal te vertellen over taal? Schrijf het op en stuur het in! Wie weet zie je dan binnenkort wel jouw eigen column op onze site verschijnen.

Woordweetje

Woordweetje: Stelletje rakkers

Woordweetje: Stelletje rakkers

“Rakkers, Dat zijn het!” Het klinkt als een zin uit een kinderboek uit mei 1932. Ik kan er een paar maanden naast zitten, maar toch … Ergens in de n...


Column

Column: Weg met clichés

Column: Weg met clichés

Ik ben erg gevoelig voor taalfouten. Ik zie ze, ik hoor ze en eerlijk toegegeven: ik maak ze zelf ook weleens. Als versus dan, zij versus zei, je kent ze wel. N...


Woordweetje

Woordweetje: New York en Yankees

Woordweetje: New York en Yankees

Eigenlijk hebben Nederlanders het niet getroffen, taaltechnisch gezien dan. Internationaal is apartheid het meest gebruikte Nederlandse woord, dan weet je het e...


Column

Column: Kleine Jantje

Column: Kleine Jantje

‘Kleine Jantje ook niet bang, Stak zijn lul door het behang.’ Door Jan Lenferink   De eerste keer dat ik dit rijmpje hoorde, zat ik naast Rijk de Gooijer ...