Stokpaardjes van schoolmeesters

“Ik heb een cadeau gehad.”
“Hoezo, heb je het dan nu niet meer?”

“Ik wens je een hele fijne vakantie!”
“Geen halve, mag ik hopen.”

Door Wouter van Wingerden

Had of heb jij ook zo’n ‘grappige’ vader? Of moeder, broer, zus, partner of anderszins? Zo’n wijsneus die het beter denkt te weten en jou fijntjes op je gebrekkige taalgebruik wijst, niet één keer, maar telkens weer? Mensen waartegen – o nee, tegen wie – je haast niets meer durft te zeggen omdat ze hun talige stokpaardjes maar blijven berijden.

‘Schoolmeesters’ noem ik ze. Van het ouderwetse soort, want ze geven je een flinke tik op de vingers om elke komma voor ‘en’, elk meervoud bij ‘een aantal’ en elk zwaar bij ‘wegen’. Het zijn geen handvaten maar handvatten, de reizigers worden niet verzocht en je print wel iets, maar niet uit.

En o, wat zijn ze trots als ze je daarmee terechtgewezen hebben! Ze hebben het tenslotte zo geleerd, vroeger op school. Helaas voor die grappige vader, betweterige broer en bijdehante tante, voor de krampachtige collega en de pedante partner: ze hebben vaak helemaal geen gelijk. Nu niet, en vaak zelfs vroeger al niet. Want veel van zulke regels zijn geen harde waarheden. Soms zijn het pure verzinsels!

Zo zitten we dankzij de taalkundige Christiaen van Heule al sinds 1625 opgescheept met de onnatuurlijke hen/hun-regel: ‘hun’ is meewerkend voorwerp (“Ik geef hun een fles wijn”), ‘hen’ lijdend voorwerp (“Ik zie hen”). In de achttiende eeuw bedacht iemand dat “de vrouw waarmee hij wilde trouwen” niet meer mocht. Dat wouden slordiger is dan wilden, is een negentiende-eeuws oordeel. En de regel dat een aantal mensen zijn fout zou zijn, is pas in de twintigste eeuw verzonnen – en massaal verspreid. Zonder goede reden, maar inmiddels fel verdedigd.

Dezelfde schoolmeesters berijden ook triomfantelijk hun stokpaardje van het ‘logisch’ denken:

“Mijn zus is vegetarisch.”
“Huh? Ik dacht dat ze van vlees was?”

“Heb je dan geen honger?”
“Nee.”

En in dat laatste geval dan verbaasd zijn dat je niets te eten krijgt, omdat je heel koppig wiskundig redeneert: geen honger + nee = wel honger. Zo werkt taal niet. Wie dat wel denkt en vooral wie dat stug aan anderen opdringt, bemoeilijkt de communicatie tussen mensen en ziet taal ten onrechte als iets statisch, als iets waarin alles zwart-wit is, waarin geen variatie kan en mag voorkomen. Als dat laatste echt het geval was, was het Nederlands morsdood.

Dus volgende keer als er weer iemand elk overbodig ‘om’ wil schrappen, ‘omdat’ in ‘doordat’ wil veranderen of zegt dat het ‘heeft gedaan’ moet zijn omdat ‘gedaan heeft’ Duits zou zijn, sla ze dan om de oren met wat je in Maar zo heb ik het geleerd! hebt gelezen. Want dan weet je écht hoe het zit: dat het Nederlands veel ruimhartiger is dan sommige mensen zouden willen.

En als je toevallig zélf een ‘schoolmeester’ bent die na deze column nog troost nodig heeft: nee, niet alle oude vertrouwde normen hoef je overboord te gooien. Hun hebben, groter als, overnieuw, het boek wat, de media is: er zijn klassieke taalfouten die we met z’n allen nog steeds écht fout vinden. Geniet ervan zolang het kan.


Wouter van Wingerden door Jan Arsenovic

Wouter van Wingerden doet naar eigen zeggen ‘iets met taal’. We durven dat wel een understatement te noemen: hij schreef columns voor Nu.nl, werkte bij het Meertens Instituut én was taaladviseur bij Onze Taal. Vorig jaar verscheen het boek Dat hoor je mij niet zeggen! met de mooiste taalclichés die hij samen met Pepijn Hendriks dertien jaar lang verzamelde. Op 7 juni 2017 verscheen zijn boek Maar zo heb ik het geleerd! waar de vijftig heetste hangijzers in de Nederlandse taal aan bod komen.

 



WINNEN!
We mogen vijf exemplaren weggeven van Wouter van Wingerdens nieuwste boek Maar zo heb ik het geleerd!. Laat in een reactie hieronder weten welke taalregel er bij jou op school zo ingestampt is dat je deze nooit meer zult vergeten. Wie weet valt het boek dan binnenkort bij jou op de mat!

Meer zien? Blader door het inkijkexemplaar of bestel het boek: 
https://issuu.com/vbku/docs/9789460773266_biw_inkijk



Wil je zelf je taaloverdenkingen terugzien op onze site? Stuur je column in.


Lees ook »

179 reacties op Stokpaardjes van schoolmeesters

  1. Jose
    / Antwoord

    Of een Haarlemmer zei bijvoorbeeld “Ik wist niet tot ik dat kon”

  2. José
    / Antwoord

    In een volkswijk in Haarlem werd nogal eens tot ipv dat gezegd. Dat vond ik wel verwarrend dat ze dat zeiden. “Ik vond het wel verwarrend tot ze dat zeiden” zou die Haarlemmer gezegd hebben dus. Volgt u het nog?

  3. Ineke van der Kooij
    / Antwoord

    Eigenlijk is alleen ‘t kofschip me bijgebleven. Ook al wist ik niet wat dat was. Eigenlijk vind ik het huidige fokschaap leuker !

  4. Sacha
    / Antwoord

    ‘t kofschip. Ik gebruik het nog regelmatig om te bepalen of een voltooid deelwoord met een d of een t geschreven wordt.

  5. Hugo
    / Antwoord

    Dat ‘zich irriteren’ fout is.

  6. Marianne van der Straten-Simons
    / Antwoord

    Mijn docent Engels wilde ons de “th” goed leren uitspreken.
    Je moest van haar je hand met de handpalm naar beneden gekeerd voor je lippen houden en de “th” uitspreken.
    Als je dan een klein windvlaagje over je hand voelde deed je het goed!”
    “You have to blow above your hand” …….Ik krijg er, jaren later, nog complimentjes voor!

  7. Marianne Cramer
    / Antwoord

    De regels van lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp. En de daaraan gekoppelde hen (lijdend voorwerp) of hun (meewerkend voorwerp).

  8. Yvonne
    / Antwoord

    Bij twijfel tussen -d of -dt, het betreffende werkwoord vervangen door ‘lopen’.
    Alleen heel zuur als je dan i.p.v. een 10 een 9.8 haalt, omdat je bij een opgave het verkeerde werkwoord hebt ingevuld! ; (
    Jantje loopt wakker i.p.v. Jantje wordt wakker! 🙂
    Inmiddels 20 jaar verder, maar ik baal er nog steeds van!

  9. Sasja Gels
    / Antwoord

    Dat je niet een zin met ‘maar’ of ‘en’ mag beginnen. En dat schrijftaal iets heel anders is (en hoort te zijn) dan spreektaal.

  10. Fries Verschaete
    / Antwoord

    In een vorige eeuw leerde de meester van ‘t vijfde leerjaar (bij jullie groep zeven) me dat ‘onmiddellijk’ met twee ‘dekens’ en twee ‘lakens’ moest. Sindsdien schrijf ik dat woord foutloos en ja hoor, mijn leerlingen (ik ben intussen zelf leerkracht geworden) kennen ook dat ‘regeltje’. Tijdens het honderdwoordendictee dat ik eind juni afnam bij een 50-tal schoolverlaters waren er héél weinig die dát woord fout schreven! Zelfs mijn Afghaanse leerlinge, die pas twee jaar geleden in ons land arriveerde, schreef dát woord correct. (O ja, over haar gesproken: vorig jaar moest ik haar ‘de verleden tijd’ aanleren… Gelukkig is ons Nederlands makkelijk!? Denken we maar aan de verleden tijd van werkwoorden als ‘hopen, lopen en kopen’: ik hoopte, ik liep, ik kocht… Ze keek me aanvankelijk niet-begrijpend aan. Waarom moet dat zo!? En ik had er niet ‘onmiddellijk’ een pasklaar antwoord op!)

  11. Christa Van Der Geest
    / Antwoord

    De omschrijving van het boek maakt, dat ik de titel alvast toevoeg aan mijn verlanglijstje.

    Net als velen hierboven, is ook bij mij het kofschip in mijn taaltechnische “kennis” verankerd. Ook kan ik mij nog helder voor de geest halen, hoe de leraar op de lagere school een ezelsbruggetje voor de stam + t regel probeerde bij te brengen. Deze luidde: “ik krijg geen t, jij wel, behalve als je erom vraagt.”
    Tja.

    De flauwste schoolmeestersopmerking die ik ooit heb gehoord, blijft nog altijd deze: “Uitgeslapen? Ja. Mooi, kun je je bed verkopen.” Zucht.

    • Christa Van Der Geest
      / Antwoord

      Tip (aan mijzelf): als je een reactie post op de website van Taalvoutjes, lees dan eerst de tekst na alvorens op enter te drukken. Oeps.

  12. Annette
    / Antwoord

    Onmiddellijk met DUBBEL d en Dubbel l! Die kan ik slapend reciteren en zal ik niet snel vergeten. Verder heel veel regeltjes die inmiddels zijn achterhaald (denk aan de meervouds -n (er hangen meer peren in de boom dus is het perenboom). Heerlijk om meer te lezen of wat goed fout of fout en toch goed is. Jullie tekst over Wouter van Wingerden maakt me reuze nieuwsgierig naar zijn boek! Verras me in deze wat stillere zomertijd met heerlijk taal-leesvoer!

  13. Ine van den Boer
    / Antwoord

    Heerlijke column van Wouter van Wingerden, doet verlangen naar het hele boek. Ik zou het als taalliefhebber (en -purist, die anderen nog wel eens corrigeert) dan ook heel leuk vinden om het boek te winnen.
    Waar ik nog altijd veel baat bij heb is het Kofschip. Dat is er zo ingestampt, dat ik nooit fouten maak in d en t. Bij verbuigingen van (van oorsprong) Engelse woorden denk ik nog altijd even snel ‘Kofschip’.

  14. Elly Visser
    / Antwoord

    Mijn ‘mooiste’ zin is nog altijd:

    Ken het dat ik je kan…’

    Ik ontvang heel graag het Taalboekje!
    Mvg, Elly Visser

  15. Menno Kuijs
    / Antwoord

    Op school leerden wij de regels omtrent als en dan. Jaren later riep de dochter van mijn vriendin tegen: “misschien ben ik wel beter in Nederlands als jou!”. Waarop ik droog antwoorde:”dan jij”. Daar kon ze gelukkig heel sportief wel om lachen.

    • Marianne
      / Antwoord

      “antwoordde”

  16. Egbert
    / Antwoord

    Het ” enigste” wat je moet doen is even een reactie plaatsen. 🤣🤣

  17. / Antwoord

    Miin fiets i.p.v. me fiets en ik wil, jij wilt, wij willen enz.

  18. Tanja
    / Antwoord

    Toen ik op de middelbare school kwam, werd me al snel duidelijk dat meester Bogerd alle regels er goed bij ons ingestampt had. Maar waar ik nog steeds mee klungel is “je kunt” vs. “je kan”. Schijnt iets Amsterdams te zijn?

  19. / Antwoord

    Doe mij maar een boekie :), omdat ik vaak op mn vingers word getikt dat ik de ander op zm vingers tik. Omdat het toch echt ‘hij herinnert het zich niet meer ‘is, en niet ‘hij herinnert niet meer’ .

  20. / Antwoord

    Mijn grootmoeder was dementerend, maar wanneer je dingen zei als groter als mij, dan kreeg je gelijk om je oren: ‘groter dan ik!’
    Eens een juf, altijd een juf!

  21. Sander
    / Antwoord

    Het Kofschip

  22. Leontine
    / Antwoord

    Ik ervóór, jij erachter, nooit een t erachter.

  23. Rop
    / Antwoord

    Dirk is groter als hij op zijn tenen staat

  24. S. Santoo
    / Antwoord

    Met onze tante Ine gingen wij elke woensdagmiddag naar voetbaltraining. Steevast kregen mijn broer en ik taalles op de achterbank. De les van tante Ine die me het meest bij is gebleven was toch wel, wanneer iemand zei ‘beter dan mij… ‘Was het beter dan mei of juni?’

  25. Rogier Nebbeling
    / Antwoord

    Ik heb nog vaak baat bij een gouwe ouwe -t, -d of -dt regel.
    Vervang het werkwoord door het werkwoord “lopen”. Komt er een -t achter de staan “loop”? Dan komt die- t ook achter de stam van het originele werkwoord in de zin.
    Erg handig en ik vertel deze tip nog vaak aan collega’s!
    Soms levert deze controle gekke zinnen op: “Hij loopt vandaag 50 jaar!” Als je je afvraagt of wordt in deze zin nu wel of niet -dt geschreven dient te worden, wordt een verjaardag ineens een uitzonderlijke prestatie. 😉

  26. Geert
    / Antwoord

    Stuur me dat boek ff snel op. Zit r op te w88.

  27. Wilma Resseler
    / Antwoord

    Het is hun huis, maar het huis is van hen…

  28. Harold Ceelen
    / Antwoord

    We hadden een leraar Nederlands die heel heftig reageerde als iemand zei “meneer, ik heb mijn boek niet bij” (niet ongebruikelijk hier in Brabant). Hij riep dan altijd heel hard “ME!!”.
    Blijkbaar was het vergeten van het woordje me ernstiger dan het vergeten van het boek. “Me” zullen meneer Bouwman niet snel vergeten.

  29. Engelien Hellings
    / Antwoord

    Mijn moeder had een enorme hekel aan fouten in de spreektaal. In Rotterdam wordt liggen en leggen,kennen en kunnen bijna altijd verkeerd gebruikt. Bij ons werd het er dus ingestampt. Kennen is weten en kunnen is doen. Liggen is rust en leggen is beweging. Dat vergeet je nooit meer.

  30. Martje Kremers
    / Antwoord

    “Hetzelfde ALS en anders DAN”
    Dat vergeet ik ook nooit meer 😉

  31. Erni
    / Antwoord

    Ik heb mijn tas niet bij…. ik hoor mijn moeder het nig aanvullen… me

  32. Sophia
    / Antwoord

    ‘Ik’ er voor en ‘jij’ er achter, een regel om te onthouden dat er dan geen ‘t’ achter de persoonsvorm komt. Ook de regel dat je bijvoeglijk nw zo kort mogelijk schrijft is er een die ik nog steeds in mijn hoofd heb.

  33. Ineke
    / Antwoord

    In groep 5 kwam ik erachter dat je voor de meeste woorden hem of hij gebruikt.

    Op mijn vraag aan meester: “waarom nooit zij?” kreeg ik als antwoord “daar kom je later wel achter” Ik ben het nooit vergeten en nog steeds blijft het me bij, omdat ik denk dat hij geen goede uitleg hiervoor had 😉

  34. Astrid
    / Antwoord

    Wat een leuke column! Ik zou het als taalliefhebber dan ook erg leuk vinden als ik het boek zou winnen!
    Wat er bij mij is ingestampt? Tijdens mijn schoolperiode de standaard dingen, zoals hierboven ook al veel beschreven wordt.
    Hier in de buurt van Amsterdam vindt men het verschil tussen liggen en leggen nog wel eens verwarrend. “Ik ga lekker in bed leggen”. Nee, een kip legt een ei, denk ik dan….. 🙂

  35. Gitta
    / Antwoord

    “Groter dan” en “even groot als”. Ik moest er dan altijd “jij bent” of “als ik ben” achteraan zeggen. Ik had er een hekel aan als mijn vader mij de zin dan opnieuw liet zeggen. Nu doe ik het bij mijn kleinkinderen en zeggen mijn kinderen dat ze daar vroeger een hekel aan hadden als ik dat deed, maar er nu heel blij heel zijn. Helaas heb ik nooit aan mijn vader kunnen vertellen hoe blij ik nu ben met zijn verbeteringen.
    Toen ik mijn kleindochter onlangs van school haalde, hoorde ik haar juf: “hun mogen wel weg, want hun worden opgehaald” zeggen. Ik voelde mijn kleindochter bevriezen en ik was zó trots!

  36. / Antwoord

    Mijn ouders hebben mij zoveel verbeterd dat ik ook daadwerkelijk schooljuf ben geworden. Ik heb me inmiddels aangeleerd om, wanneer mijn kinderen en fout maken, de zin goed te herhalen, ipv te zeggen dat het fout is. Nog steeds erg irritant natuurlijk.
    Mijn grootste struikelblok op dit moment: mensen die een extra lettergreep uitspreken: warrummmm!

    Het boek is mij op het lijf geschreven 😊

  37. Florian
    / Antwoord

    Je doet iets niet extra of expres maar met opzet. Want, extra geeft een hoeveelheid aan en expres is een trein/vervoersmiddel. Aldus mijn klasgenoten op de lerarenopleiding.
    Ben tegenwoordig zelf docent Nederlands en benadruk altijd dat taal verandert. Er is naar mijn mening wel een verschil tussen schrijf- en spreektaal.

  38. Masja Hoek
    / Antwoord

    De regel ‘groter dàn ‘ en ‘ even goed àls’. Mensen die ‘groter àls’ zeggen……brr tenen krommen 😊

  39. M. Janssen
    / Antwoord

    Als ik uit sprak…. Bijna nooit, kreeg ik standaard te horen. Dat is dus altijd! Want bijna is net niet.. en net niet is dus nooit. Heel irritant. En dat stemmetje hoor ik altijd heel zachtjes in mijn hoofd spreken als ik iemand hoor vertellen dat hij bijna nooit op vakantie gaat. Of bijna nooit fietst. Dus altijd!! Aahhhggrrrr

  40. Amy
    / Antwoord

    ‘t Kofschip raak ik sowieso nooit meer kwijt…..

  41. GW
    / Antwoord

    Er zijn veel regels ingestampt destijds. Een heel goede basis is daarmee gelegd. Maar taal is onderhevig aan verandering, het is dynamisch. In mijn dagelijks werk merk ik dat keer op keer. Niet een regel, maar een ezelsbruggetje, is waar ik het meest aan heb. Eentje voor de d en de t op het eind: loopt hij.

  42. Karin
    / Antwoord

    Ik zou dat boek maar wat graag willen winnen. Ik ben nl zo’n echte taalverbeteraar. Terwijl ik er toch echt een hekel aan heb. Ik wil het niet doen maar ik kan mezelf niet helpen😀. Ik heb die vervelende eigenschap van mijn vader geërfd en hij ongetwijfeld weer van zijn vader. Alsof wij nooit fouten maken, pfff. Vooral dat ‘hele goede’ ipv ‘heel goede’, een stokpaardje van me😒

  43. Loraine
    / Antwoord

    Kofschip 😅

  44. Bente Klein Hazebroek
    / Antwoord

    De regel die mij bij blijft, is het verschil tussen ‘zich ergeren’ en ‘zich irriteren’ –> ik erger me ergens aan / iets irriteert me. Vaak wordt hier ‘ik irriteer me aan…’ gebruikt. Tenenkrommend. Daarnaast vind ik het heel interessant om contaminaties uit teksten te pikken of als/dan fouten te verbeteren. De grootste fout die je kan maken, blijft in mijn ogen toch wel ‘groter als jou’.

  45. Nicky
    / Antwoord

    Het gezegde eindigde altijd met een d is er bij mij ingeramd. Alleen zijn er altijd uitzonderingen op de regel!

  46. Yaiza
    / Antwoord

    “Ik ken Engels” is naar míjn weten goed. Zo heb ik het geleerd! Velen zeggen:
    “ik kan Engels.”
    “wat kan je het dan?”
    Je kán Engels spreken, of je kent het.

    • Cristel
      / Antwoord

      Dan moet je zeggen: ik ken de Engelse taal. Anders lijkt het alsof Engels iemand is.

  47. Heleen
    / Antwoord

    Bij mij was het minder school, maar vooral mijn moeder die mij (en de meester) verbeterde: inderdaad ze verbeterde ‘wouden’ in ‘wilden’, ‘het meisje waarmee’ in ‘met wie’ en ze propageerde een goede articulatie. Accenten waren thuis uit den boze. ABN was het devies. En nu, ze is al meer de 15 jaar dood, hoor ik bij alle taalfouten die ik natuurlijk ook gewoon maak haar stem nog in mijn hoofd: ‘nee, meis, het is …’ Er is niet een regel die erin gestampt is, het is een scala van regels en aanwijzingen die ik nooit meer kwijtraak. Met dank toch aan haar, want ik heb er een grote liefde voor taal aan over gehouden waar ik iedere dag plezier van hen: tijdens taaltrainingen die ik gegeven heb, maar ook toen ik afgelopen week een training van een collega nakeek. Ik vond het toch beter om over vandalen te spreken en niet over vandalisten. Zo blijft haar nagedachtenis toch nog levend. Nu alleen de nieuwe spellingsregels onder de knie krijgen. Ik kan niet meer zonder ‘woordenlijst.org’ en huldig daarnaast het principe dat ik met Engels ooit geleerd heb: if in doubt, leave it out!

  48. Marcel Geers
    / Antwoord

    U heeft

  49. Marijke van Teunenbroek
    / Antwoord

    Bij mij op school werd er op gehamerd dat je deze regel nooit zou vergeten: Stam +T

    Ik denk er nog vaak aan.

    Met vriendelijke groet,

  50. Inge Beekmans-van Heeren
    / Antwoord

    “Hun is beter als mij.” Een draak van een zin. Ik ben geen taalpurist uit de Randstad maar heb soms wel kromme tenen in Brabant. Ik probeer mijn kinderen dan ook altijd te verbeteren als ze ‘hun en zij’ weer eens verwisselen. Om toch eens echt te leren hoe het moet zou ik dit boekje graag willen winnen. Voor mijn kinderen, maar ook voor mezelf om in te zien dat ik het ook niet altijd bij het rechte eind heb.

  51. Petra Vlot
    / Antwoord

    De taalregel die mij van de lagere school is bij gebleven is: Ik lust geen T(hee?).
    Ik heb jaren gedacht, maar ik lust wel thee. Pas later begreep ik deze regel….

  52. Agnes
    / Antwoord

    Een heel handige regel om in een vraag waar een werkwoord waarvan de stam op een d eindigt wordt gebruikt zeker te weten of er een ‘t achter gezet moet worden. Dat betreffende werkwoord vervangen door ‘lees’ of ‘loop’. Dus is de vraag ‘word jij moe?’ dan maak je er ‘loop jij…’ van.

  53. Tanja
    / Antwoord

    ‘t Kofschip! Gelukkig pikte ik taalregels vrij snel op, hoe onlogisch ze soms ook zijn. Alleen hun/hen is nooit goed geland, maar gelukkig maakt dat ook niet meer uit, zo te lezen. Als taalnazi/kommaneuker lucht dat flink op.

  54. Janet York
    / Antwoord

    “Enig” heeft geen overtreffende trap. Dat ben ik nooit vergeten.
    Ik ben ook ooit een “schoolmeester” geweest. Mijn omgeving en vooral mijn kids werden er niet goed van.
    Dus heb ik het mezelf afgeleerd…..nou, ja, ik hoor de taalvouten nog wel😀.

    Waar m’n haren echter nog steeds overeind van gaan staan is “enigste”. Maar er iets van zeggen zal ik niet meer doen. Ik houd van de Nederlandse taal, vind het prettig om al die variaties te horen. En voel me gelukkig niet meer beter dan een ander in dat opzicht. ( ook niet in andere opzichten😉 )
    Vriendelijke groeten,
    Janet

  55. / Antwoord

    Het d, t en dt verhaal bij een werkwoord vorm goed toepassen. Het is werkelijk om te janken hoe vaak mensen dit fout doen.

  56. Robin
    / Antwoord

    Topcolumn! Dit/dat en deze/die werden er ingeramd 🙂 Terwijl ik op mijn werkplek te horen kreeg dat het verschil eigenlijk veel kleiner is.

  57. Ton Snijders
    / Antwoord

    De NS gaat op tijd rijden, maar de Nederlandse Spoorwegen doen dat echt niet.
    Ook b.v. met de VS/Verenigde Staten.
    Heb ik wel altijd vreemd gevonden.

    Overigens ben ik gek op onze taal en erger mij dan ook regelmatig aan de opkomende Webcare-afdelingen als ook o.a. twitterende wijkagenten die plotseling zaken op het Internet zetten, waar duidelijk niemand eerst de boel heeft nagelezen.

  58. Ellenoor van der Veen
    / Antwoord

    Oooh wat was ik altijd goed in taal, tot ik de Pabo begon. Er waren nog zoveel regels bij te leren!

    Ik stoor me het meest aan de werkwoordvervoegingen… Vondt, wordt je, hij wilt, ik wordt(wanneer zullen die mensen word gebruiken?)… Kippenvel! Dit heeft dan ook alles te maken met het feit dat ik op de basisschool maar niet begreep wat een getekende boomstam op het bord nou te maken had met de stam van het woord. Op het voortgezet werd ik voor straf op de gang gezet, omdat ik het echt niet snapte! Onderzoekend leren heeft r geholpen,nu zijn daarover tegenwoordig weinig fouten meer bij mij te vinden!

    Ik ben erg benieuwd naar het boek!

  59. Katinka
    / Antwoord

    Ja, ook ik ben zo’n ‘schoolmeester’. Overnieuw: ik vind het net zo vervelend om te moeten horen als het hier op te schrijven. Blijkbaar heb ik mijn kinderen vaak genoeg verbeterd: “Het is opnieuw of overdoen!”. Toen mijn man de fout inging werd hij tot mijn genoegen dan ook direct gecorrigeerd door onze dochter van toen 6 jaar!

  60. Christ van Esch
    / Antwoord

    Ik heb iets gerolen….(ruilen)

  61. Robert Bakelaar
    / Antwoord

    Het verschil tussen kennen en kunnen. “Ken het zijn dat ik hou kan?”

    • Bert
      / Antwoord

      Oorlogsgrapje: “Ja, dat ken, we zaten samen op de school voor burgemeesters.”

  62. Hanny
    / Antwoord

    Het kofschip!

  63. Ada
    / Antwoord

    Als “ik” voor of “je” of “jij” achter de persoonsvorm staat, schrijf je alleen stam.

  64. Gerard Voshaar
    / Antwoord

    De taalregel die er bij mij is ingestampt: je schrijft geen ‘t’ achter een werkwoord als ‘ik’ in de zin staat of ‘jij’ achter het werkwoord.

  65. Geratf Voshaar
    / Antwoord

    De taalregel die er bij mij is ingestampt: je schrijft geen ‘t’ achter een werkwoord als ‘ik’ in de zin staat of ‘jij’ achter het werkwoord.

  66. Bert
    / Antwoord

    Bij mij is ‘lopen invullen’ er zodanig ingestampt, dat ik een zin met ‘d’ in plaats van ‘t’ (of omgekeerd) er voor zorgt dat ik de zin minstens een keer opnieuw moet lezen om die te begrijpen.

  67. Manon
    / Antwoord

    Er zijn zoveel regels die ik niet meer vergeet, maar dat betekent niet dat het altijd goed gaat. Soms betrap ik mezelf er toch wel op dat ik het lastig vindt een stukje foutvrij te typen. Of type ik gewoon te snel waardoor het ook een warboel word. Meestal lees ik het toch wel door, uiteindelijk filter ik er zo meer fouten uit dan als ik dat niet zou doen. Of ik type het gewoon helemaal overnieuw. Maar ach, het gaat er toch gewoon om dat de boodschap overkomt? 😉

    (Maar inderdaad, taal is niet statisch en helemaal regelloos geen ideaal.)

  68. S. Hessels
    / Antwoord

    ‘Kijk, daar is het missende stukje’ en ‘mijn tas is kwijt’ in de kinderseries op tv vind ik nog steeds verschrikkelijk. Ik weet dat het een inmiddels mag, het ander geen idee, maar wat is er mis met ontbreekt en weg?
    Dat taal in beweging is, begrijp ik best. Maar dat iets vanzelf goed wordt als heel veel (straks te spellen als heul veul) mensen het met z’n allen verkeerd doen, daar kan ik me nog niet zo in vinden. Dat kon mijn leraar Nederlands van de middelbare school ook niet.

  69. E. Pelgrim
    / Antwoord

    Uiteraard waren er vroeger ook schoolvakanties. De school was gesloten en dan waren wij MET vakantie. Tijdens de vakantie ging mensen OP reis. Wat absoluut niet kon was OP vakantie zijn of gaan!

  70. Lisette de Wit
    / Antwoord

    Er werd mij gezegd dat er noooooit een komma voor het woordje en mag staan.

  71. Charlotte Winde
    / Antwoord

    Meneer Van der Geest, mijn leraar Latijn, stampte het volgende erin: als je iets niet mee hebt genomen, dan HEB je het vergeten, en als je iets niet meer weet, dan BEN je het vergeten.
    Er is dus een essentieel verschil tussen “Ik heb mijn boek vergeten” en “Ik ben mijn boek vergeten”.

    • Charlotte Winde
      / Antwoord

      Oh ja, nog eentje over je docenten voor een vreemde taal. Je leraar Engels was zeer waarschijnlijk geen Engelse leraar 😉

      • Bert
        / Antwoord

        Mijn leraar Duits was wel een Duitse leraar.

  72. / Antwoord

    “In je winterjas? Heb je het koud soms?”
    “Natuurlijk niet, deze jas is hartstikke dik!”

  73. M. Smit
    / Antwoord

    Heel herkenbaar en fijn om te weten: soms twijfel ik door de ‘Schoolmeesters’ sterk aan mijn eigen taalkundigheden! Hoeft gelukkig niet. De taalbeheersing die mij vooral bij is gebleven is dat je ‘worden’ altijd aan het einde van je (tussen)zin moet zetten. Is dat grammaticaal ook echt noodzakelijk of ook een reeds ingeburgerde terechtzitting?

  74. / Antwoord

    Ik had op de basisschool heel veel moeite met D’s en T’s. En niet alleen bij werkwoorden. Maar goed, ‘t Kofschip (bij ons in de klas geïllustreerd met een mooie tekening van ‘t Fokschaap), is er dusdanig ingestampt dat ik dat nog steeds niet vergeten ben. En de niet-werkwoorden? Ach. Juf Pieete uit groep 8 maakte voor iedere vertrekkende 8e groeper een couplet op melodie van de zevensprong. Dat hele lied werd dan gezongen door groep 7. Erg leuk. De laatste regel van mijn couplet was ‘ Dat hoofd met een D moet, heeft hij ook geleerd’.

  75. Miriam van Schijndel
    / Antwoord

    In de 4e klas moesten wij tot vervelens toe het woord “onmiddellijk” tot in den treure, klassikaal, in lettergrepen opzeggen. Net zo lang tot niemand meer de extra L vergat…
    Achteraf grappig, want ik ben zelf zo’n irritante talige betweter geworden 😜 Mondelinge verbeteringen kan ik steeds beter voor me houden, maar taal- en spelfouten op papier…grrr! En de geschiedenis herhaalt zich…mijn jongste zoon is net zo! Dus wij kijken beiden uit naar dit boek 👍🏼
    Met vriendelijke groeten,
    Miriam van Schijndel

  76. Mariuccia
    / Antwoord

    Ik ben ook zo een verbeteraar.😊Ik doe dat eigenlijk alleen wanneer gezegdes door elkaar gehusseld worden en bij contaminaties. Hunnen hullie en hen is tegenwoordig zo spreektaal, dat er geen beginnen aan is.😂😂

  77. Annemiek de Frankrijker-Rijs
    / Antwoord

    Het kost veel en het is duur.

  78. / Antwoord

    Bij mij is erin gestampt: stam + t dus bv. hij/zij brandt (stam = brand) + t (want je hoort de t van hij/zij loopt!

  79. D. Verhoef
    / Antwoord

    Het “kofschip” is er bij mij ingestampt…

  80. joll
    / Antwoord

    Ingestampte regel, na alle reeds genoemde regels/ verbeteringen die zo herkenbaar zijn: ‘ Dit pas ik niet’. wekte altijd de felle reactie op: ‘ Nee: dit past mij niet. ‘ De eerste uitspraak gebruik je wanneer je geen poging wil doen een kledingstuk even te proberen. De tweede zin hoor jje te gebruiken als een kledingstuk jou te klein of te groot is.

  81. Wzzrd of Oz
    / Antwoord

    Gaaf collumn man!
    Ik hekel mij ook welleens aan mensen die mij corrigeren en daarmee het moraal verpesten. Maar diezelfde mensen hebben er wel voor gezorgd dat ik nu veel zorg draag aan de mogelijke interpretatie van spreek- en schrijftaal.

    De regel van de ‘D’, ‘T’ of ‘DT’ ken ik volgens mij wel door de hardcore drillsessies van meester Jan!

    Ik ken 5 verschillende talen, maar Nederlands is (lees:vind ik) moeilijker dan de andere 4 bij elkaar.

  82. Mireille Wijnker
    / Antwoord

    Bij mij op de basisschool werd dit er ingestampt: VTNDT. Wat staat voor: Verleden Tijd Nooit DT. Oftewel: je schrijft bijv. nooit ‘vondt’. Briljant!

  83. Mireille Wijnker
    / Antwoord

    Op de basisschool werd dit er bij ons ingestampt: VTNDT. Wat staat voor: Verleden Tijd Nooit DT. Oftewel: je schrijft bijv. nooit ‘vondt’.

  84. Lis Hendriks
    / Antwoord

    Mijn juffrouw op de basisschool zei altijd “me” achter een zin als ik bijvoorbeeld zei “ik heb mijn schrift niet bij”.
    Tot aan het eind van de middelbare school heb ik nooit begrepen dat ze mijn zin afmaakte…

  85. Frans Smiesing
    / Antwoord

    Ik heb geen gestampte regel die ik zo ff 😉 op kan noemen. Het lijkt mij gewoon een heel leuk boek om te winnen. Ik ben nog net geen “onderwijzer”, maar “hun hebben” gaat er bij niet in. 😉

  86. Willem
    / Antwoord

    Ik drink nooit thee (t), gij drinkt altijd thee, hij drinkt enkel thee als hij tegenwoordig is.

  87. Esther van berkom
    / Antwoord

    Hetzelfde als / groter dan zit erin gebakken

  88. Marie-Anne
    / Antwoord

    We spreken hier (in het verre oosten van het land) van ‘de deur is los’, terwijl het moet zijn ‘de deur is open’. Van de weeromstuit gingen sommige kinderen na correctie alles dat los was ‘verbeteren’ in ‘open’.

  89. Joke Broekhuizen
    / Antwoord

    De taalregel die er bij ons werd ingestamot vroeger: c voor u, voor o, voor a, klinkt als k.
    De rest ben ik vergeten, haha.

  90. / Antwoord

    Mijn vader is zo’n ouwe zemelaar. Zijn favoriete taalgrapje: A silly young fellow called Peter sprinkled his bed with a geeter. His father got woost, took hold on a knoost and gave him a pack on his meeter.

  91. Voesten
    / Antwoord

    Deze taalregel ben ik nooit vergeten.
    1 ongeluk 2 doden 2 lijken
    Ivm woord on-mid-del-lijk

  92. Dorine Graafmans
    / Antwoord

    De regel dat aantal altijd met een enkelvoud gebruikt moet worden. Ik heb als taalneuroot heel veel mensen op zeer irritante wijze hiervoor op de vingers getikt.
    Het boek kan mij misschien helpen me niet meer te gedragen als strenge, pedante schooljuffrouw.

    • / Antwoord

      Voor mij geldt helaas hetzelfde: vaak denkt men dat ik een schooljuf was, maar ik kan er niks aan doen; ik zie overal fouten (op reclameborden, de krant, bij cafetaria – tot ergernis van de eigenaar – ). Alles wat scheef hangt en recht moet hangen ook. Ordelijke geest zal ik maar zeggen (als excuus)…

  93. Kees
    / Antwoord

    Ik heb mijn boek niet bij ME

  94. Willemijn
    / Antwoord

    Als Utrechts meisje kwam ik in Drenthe wonen. Op de middelbare school gebruikte vrijwel iedere Drentse scholier het woordje los i.p.v. open, als het ging om een raam, deur of winkel. Mijn docente Nederlands had er een eeuwige strijd aan! ‘Mevrouw, mag het raam los?’ vroeg een klasgenoot. Haar reactie: ‘Heb jij je schroevendraaier meegenomen dan?’

    Inmiddels ben ik, welgeteld 10 jaar later, zelf docente Nederlands geworden. En wat denk je? Nu is de schroevendraaier-grap iedere week een aantal keer in mijn lokaal te horen! Het is er zo ingebakken….

  95. Saskia
    / Antwoord

    Oh jee, ik kreeg een foutmelding en nu staan er twee reacties van mij. Dat was niet de bedoeling. Mijn excuses.

  96. Saskia
    / Antwoord

    De regel dat de vergrotende en overtreffende trap bij drie lettergrepen of meer, meer en meest is. Bijzonder, meer bijzonder meest bijzonder. Ik ril echt als ik bijzonderder zie.

  97. Saskia
    / Antwoord

    Hun hebben vs zij hebben. Ik ben opgegroeid in een Utrechtse volksbuurt en onze meester had zijn handen vol aan het aanleren van de juiste variant.
    Maar ook thuis werd streng op mijn taalgebruik gelet. Plat Utrechts praten was niet de bedoeling. Dat leverde mij de bijnaam Broodje camemberrrr op. Naar de reclame uit de jaren tachtig met een meisje met een keurige Gooische R.

    Mijn kinderen zullen overigens van mening zijn dat ik zo’n overijverige corrigeerder ben. Ik vind uiteraard van niet. Het idee…

  98. / Antwoord

    Wat leuk! Mijn bevlogen docent Nl is inmiddels overleden. Ze liet ons de krant doorspitten op fouten en gaf ons voor iedere fout een dubbeltje.
    Ik heb veel van haar geleerd.
    Tegenwoordig valt me naast dt en me/mijn vooral op, dat men het aanwijzend voornaamwoord verkeerd gebruikt als het verderop id zin staat. Heel vaak. Bijv: ‘Om het artikel te kunnen leveren, vragen wij u deze opnieuw te bestellen’

  99. Niels
    / Antwoord

    Niet erin gestampt maar wel als meest onzinnige woord bestempeld door een voormalige leraar: volledig. Lijkt me duidelijk waarom. Ik ben bang dat ik dit boekje hard nodig heb omdat ik soms zelf zo’n schoolmeester neig te zijn. Als ik dat hiermee kan indammen, graag!

  100. Daphne
    / Antwoord

    Bij mij werd er altijd met “t kofschip” gewerkt, alleen werd die steeds uitgebreider en onmogelijker. Tegenwoordig weet ik niet eens meer wat voor woord je zou moeten gebruiken om een werkwoord te vervoegen. Met als gevolg dat ik het maar een beetje op gevoel doe… Volgens mij is het zo ook met veel meer regels, ze worden weer aangepast of vervangen en uiteindelijk weet niemand de precieze regels meer. Toch betrap ik mezelf er vaak op dat ik mensen (hardop of alleen in mijn hoofd) corrigeer, maar dan puur omdat het niet lekker klinkt, haha. Daarom lijkt dit boekje mij ook zo leuk, ben heel benieuwd!

  101. Linda
    / Antwoord

    De d’s en t’s. Laatst zag ik iemand “werdt” schrijven, dan is er ergens toch iets misgegaan met het aanleren van de dt-regel. Ik vind sowieso dat “dt” niet als een geheel moet worden gezien. De “d” behoort immers tot de stam en de “t” is in zijn eentje de uitgang.

  102. Saskia
    / Antwoord

    Hun hebben. Dat kan echt niet. En als geboren Utrechtse, uit een volksbuurt nota bene, zou je verwachten dat ik plat praat. Geen taalfout, maar volgens mijn ouders duidelijk niet de bedoeling. Plat praten werd veelvuldig gecorrigeerd. Het leverde mij op school de bijnaam Broodje camemberrrr op, naar de reclame uit de jaren tachtig met een meisje met een Gooische r.

    Overigens zullen mijn kinderen mij zo’n verstokte verbeteraar noemen. Ik ben het uiteraard niet met hen eens. Het idee…

  103. Bart Prins
    / Antwoord

    Ik heb op school ongeveer 833 keer gehoord dat je moet opletten met de spelling van “vind je” en “vindt je broer”.

    • Bert
      / Antwoord

      En niet te vergeten “ik vind je broer …” 🙂

  104. Djelina Breen
    / Antwoord

    De taalregel die er bij mij is ingestampt is:
    Wanneer schrijf je de stam?
    Ik…..
    ……ik
    ……je (die je in jij kunt veranderen)
    ……jij
    Gebiedende wijs
    Geleerd in de eerste klas en nooit meer vergeten! We mochten namelijk zogenaamd de les niet in, als we het niet wisten. Dit werkte zo goed bij mij en mijn klasgenoten dat we het ‘codewoord’ om de klas in te mogen razendsnel uit ons hoofd wisten!

  105. Melanie
    / Antwoord

    Ik ben ook zo’n schoolmeester 😳. Nu ik zie dat zelfs schoolmeesters het niet altijd bij het rechte eind hebben, kom ik graag in aanmerking voor een exemplaar van het boek. Mijn grootste ergernissen zijn toch wel: kleiner als / ondertussen / hun hebben / me moeder der fiets (GRUWEL!) / ik heb zoiets van. Maar elke taalfout ergert me, ook de vervoeging van werkwoordsvormen. We hebben toch allemaal de basisschool doorlopen in Nederland, en dus weten we toch allemaal wanneer je de letter “‘t” erachter zet? Inmiddels antwoord ik niet meer standaard op de vraag “Mag ik je iets vragen” : “dat doe je al”, want het is ook een beleefdheidsvorm. Zelf weet ik namelijk ook niet hoe ik anders de supermarktmedewerker moet aanspreken wanneer ik wil weten waar iets ligt.

  106. Eibert
    / Antwoord

    Het verschil tussen als en dan, al lijkt het erop dat dat verschil aan het verdwijnen is, helaas.

  107. Anneliefke
    / Antwoord

    ‘t Kofschip is zo vaak door mijn strot geduwd dat ik deze niet meer zal vergeten.

  108. Pascal Jansen
    / Antwoord

    Vrees dat ik zelf dan ook zo’n betweterige, irritante schoolmeester ben als het over ‘gehad’ en ‘gekregen’ gaat. Misschien dat ik mijn leven zal beteren na het lezen van dit boek!

  109. Martine Luiten
    / Antwoord

    Mijn moeder heeft mij meer over taal geleerd dan school. Zij was een echte taalpurist, hield ook niet van de Engelstalige woorden. Ze sprak haar talen zeer goed, maar vond dat woorden uit een andere taal in die taal thuishoorden.
    Van haar leerde ik de tip om altijd het werkwoord lopen te gebruiken om te controleren of worden met een d of dt moest worden vervoegd. Ik gebruik die tip nog steeds en heb hem aan vele mensen doorgegeven.

  110. Anolina Lopes
    / Antwoord

    De hun en hen regel! In mijn bijzijn zegt men ze allebei in de zin🙈😂

  111. Maria Königshausen
    / Antwoord

    Een t achter een werkwoordsvorm kun je alleen maar geven en niet krijgen (dus de ik-vorm heeft nooit een t)

    • Eibert
      / Antwoord

      Toch zijn er heel veel ik-vormen die op een t eindigen: ik smijt, ik rijt, ik geniet

  112. Michelle
    / Antwoord

    Op school leerde ik eigenlijk allen van mijn leraar dat “hufter” een mooi scheldwoord was. Mijn vriend, de hufter, heeft “meisje dat” erin geramd. Wat vond ik het moeilijk om te stoppen met “meisje die”! Nu ben ik zelf degene die mensen verbetert. 😕

  113. Tessa
    / Antwoord

    Opgegroeid in Brabant, klonk het bij mij op school vaak: “Ik heb mijn boeken niet bij!” “Me,” voegde één docent dan altijd toe. “Wat?” “Ik heb mijn boeken niet bij ME.” “Oh.” Ik zeg nu nog steeds eigenwijs “ik heb het niet bij” – duidelijk genoeg, ik kan toch niet iets bij JE hebben – maar in mijn hoofd hoor ik nog altijd de stem van de docent: me!

  114. Emma
    / Antwoord

    Omdat / doordat heeft destijds veel rode strepen in mijn opstellen en proefwerken van de middelbare school opgeleverd. Ik hoor voor het eerst dat dat dus helemaal niet fout was!

  115. / Antwoord

    De man loopt, de man eet, de man vindt, de man werkt………….de t dus altijd bij derde persoon enkelvoud.
    En kun je je nog herinneren, dat…….

  116. Jef Wolput
    / Antwoord

    Beste,
    ik heb ooit een leerkracht gehad die -terecht- een bloedhekel heeft aan leerlingen die ‘bang hebben zeggen in plaats van ‘bang zijn’.

  117. Sophie
    / Antwoord

    Mij schiet meteen tebinnen: In groten getale…..Waarbij de leerkracht de klemtoon steeds op de laatste lettergreep van het woord legde. Ik kan die uitdrukking daardoor niet meer ‘gewoon’ horen. Maar ik schrijf hem altijd goed!

  118. Justine Koster
    / Antwoord

    Wat een leuke column. En vroeger (ik ben van 57) werd alles er in gestampt. Alle woordjes, bijvoeglijke naamwoorden, vervoegingen…ik weet er niets meer van. Maar ik vind dat de jeugd er nog veel minder van bakt. Mss moet je op alle scholen je nieuwe boek neer leggen..

  119. Mike Hoekstra
    / Antwoord

    Beter dan, evenveel als.

  120. Nienke
    / Antwoord

    Als voetballer zijnde… dat is dubbel! Als voetballer of Voetballer zijnde…

  121. / Antwoord

    Onmiddellijk
    Zodra ik onmiddellijk ergens zie staan tel ik automatisch mee: Dubbel ‘d’ en dubbel ‘l’.

  122. Jantineke witte
    / Antwoord

    Groter DAN
    Onmiddellijk ( dubbel d dubbel l)

  123. Ilone krukkert
    / Antwoord

    Graag maak ik kans op het boek.
    De regel die er bij mij is “ingestampt” is De Bismarc uitleg…(Bis ich sterbe mach ich alle roomscatolichen kaput 🙄beetje vreemd en hard vandaar waarschijnlijk dat het bleef hangen …

  124. Carolien Kamphuis
    / Antwoord

    Het verschil tussen ‘zich realiseren’ en ‘beseffen’. En dan aangeven “zie ik ‘ik besef me’ in een verslag, dan kijk ik het niet verder na”

  125. / Antwoord

    Geweldig verhaal! Ik ben ook zo’n schooljuf… ‘Bij me hebben’ is zo ingeprent dat ik, ja helaas, mijn kinderen ook corrigeer als ze ‘me’ vergeten te zeggen.

  126. Linda
    / Antwoord

    “Onder het eten gebeurde er iets….” als ik zoiets zei werd het verbeterd in: “Tijdens het eten en onder het plafond…..” ik ben het nooit vergeten.

  127. Esther Wolvekamp
    / Antwoord

    “Stam+t, denk aan lopen!”
    Mijn meester tekende op het schoolbord levensgroot een liggende boomstam met een ‘+t’ eronder.
    In een denkwolkje boven de stam stond ‘lopen’.
    Hoe duidelijk kan het zijn?

  128. Stephanie
    / Antwoord

    Niet zozeer op school, wel thuis!! Mijn moeder is heel stug in ‘dubbele ontkenning = gelijk aan geen ontkenning. Dussssssss ‘nooit niet’ = altijd wel!! Ja die zit er stevig in, en ja, die onderwijs ik ook erg graag aan de mensen die zo’n zelfde fout maken. Maar deze betweter gaat na het lezen van deze column (of is het dit column?!) daar toch maar eens mee stoppen…

  129. Carolien Kamphuis
    / Antwoord

    De taalregel: het verschil tussen ‘zich realiseren’ en ‘beseffen’. En dan aangeven: zie ik in een verslag ‘ik besef me’, dan kijk ik het niet verder na.

  130. Renny
    / Antwoord

    Ik besef me dat: het is of ‘ik realiseer me dat’, of ‘ik besef dat’. Dit wordt heel vaak door elkaar gehaald.

  131. Marlieke
    / Antwoord

    Groter dan, even groot als, kleiner dan! Deze regel kan ik dromen!

  132. Karin
    / Antwoord

    Mijn vader had veel verbeterpuntjes, maar een daarvan gebruikte ik echt verkeerd… Het is beter of groter dan niet als. Mijn vader zei altijd: “Het is groter dan ik of als mij”. Dat laatste klopte natuurlijk niet, maar die humor snapte ik toen nog niet. Totdat ik iemand anders daarmee verbeterde en die me zo raar aan stond te kijken. Voor schut!

  133. Claudia
    / Antwoord

    Mijn dochter is zo’n type schoolmeester. Altijd wijst ze anderen op taalfouten. Ze schreef zelfs haar profielwerkstuk over ‘hen en hun’. Toch maakt zij één taalfout waarbij de schoolmeester in mij tevoorschijn komt. Het gaat er bij haar niet in dat er geen t achter hij/zij wil komt.

  134. Sander
    / Antwoord

    De taalregel dat je niet ‘niks’, maar ‘niets’ moet schrijven.

  135. Caroline
    / Antwoord

    Ik ben zo’n schoolmeester…. En ik irriteer dus anderen die zich vervolgens dus ergeren….. Ergste zin, ik irriteer me en dat kost duur. Leuke columm,
    Mvg, Caroline

  136. Gea Wierenga
    / Antwoord

    Niet door de meester of juf van school , maar door mijn oudste broer.

    Groter dan en even als

    En gestofzuigd , niet gezogen of stof gezogen

  137. Marcel Hofman
    / Antwoord

    Beste Heer van Wingerden,
    Ik zal mijn leven beteren, niet verbeteren.
    Maar toch even dit; mijn moeder zei altijd, dat ik goed moest luisteren. Dus laatst vroeg iemand mij: “Ik heb gehoord dat je gaat emigreren, klopt dat?” En ik antwoordde met: “Dat weet ik niet, ik was daar niet bij.” Dat is dus wat u bedoelt met het bemoeilijken van de communicatie; ik moet dus ook creatiéver gaan luisteren.
    O, en ik hoef geen vijf boeken te winnen, één is genoeg. (Sorry, deed ik het weer…!)
    M. Hofman

  138. Myriam
    / Antwoord

    De ZWaBBeLS! De koppelwoorden zijn, worden, blijven, blijken, lijken en schijnen. Onze leraar Nederlands maakte er echt een ding van en bleef het maar herhalen. En dat heeft gewerkt, want ik kan ze nu nog steeds opdreunen. Al moest ik wel nog even diep nadenken over hun functie.
    Ik zou het boek graag willen winnen. Ik ben zelf een onverbetelijke verbeteraar, dus ik denk dat mijn omgeving heel blij is met wat ik op zou pikken uit dit boek! Zolang ik ze daarmee maar niet om de oren ga slaan heh.

  139. Lieke van Grinsven
    / Antwoord

    De welbekende “mag ik naar buiten met zonder jas” vraag die door de juf standaard werd beantwoord met “wil je nou met of zonder jas naar buiten”… *zucht…. laaaaaat ze lekker die kids, je weet wat ze bedoelen en ze zullen hier écht geen lager iq door krijgen…

  140. Jessica van Leeuwen
    / Antwoord

    De taalregel die er bij mij is ingestampt: ‘ ben je bereidt om…’ riep de leraar steevast: ‘je
    bent toch geen soep!’ Het moet zijn: ben je er TOE BEREIDT… pffff tot op de dag van vandaag als ik iemand dit hoor zeggen hoor ik mijn leraar brullen…

    • Derk
      / Antwoord

      Nee Jessica, bereidt je erop voor! Het resultaat is dat je voorbereid bent. Hopelijk ben je ook bereid om de spellingregels goed toe te passen en schrijf je niet: “Ik ben niet blij met dit antwoordt”.

      • Derk
        / Antwoord

        Het is uiteraard: bereid je erop voor! Ik kon het helaas niet meer op tijd herstellen

  141. Hetty Hutman
    / Antwoord

    In Twente zeggen ze: “Het raam staat los” etc. Op de lagere school deden ze zo veel moeite om ons te laten leren dat het niet ‘los’ is maar open, zodat zelfs ‘je veter open’ was.

  142. Margriet
    / Antwoord

    Ik heb er eigenlijk wel veel, ik zal hier de voor mij belangrijkste vermelden.
    U heeft, heeft u en niet u hebt en hebt u.
    Ik erger me aan jou en niet ik irriteer me aan jou.
    Er wordt constant ‘ ik bedenk me’ gebruikt in plaats van ‘ik denk’ . Ik bedenk me betekent: van gedachten veranderen,

    Zie hier een paar van de regels die er bij mij vroeger zijningestampt.

    Interessant boek, lijkt me heel leuk om te lezen, want ook ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik wel erg kritisch lees en luister en vaak terechte of misschien soms wel onterechte fouten signaleer. Dus wellicht kan ik nog iets leren van het boek! 😀

  143. belle fabry
    / Antwoord

    De regel dat, in de tegenwoordige tijd, de vervoeging van een werkwoord nooit stam+d is.

  144. C. Jansen
    / Antwoord

    Ik zal nooit vergeten dat mijn meester van groep 8 het er in stampte dat ‘verassing’ iets heel anders betekent dan ‘verassing’. Ik vind het dus ook echt heel irritant als mensen dat fout doen… 😛 En nu weet ik niet of ik het woord irritant goed heb gebruikt, want oeioeioei er zijn schoolmeesters die me toch regels hebben voor ‘het ergert me’ en ‘ik irriteer me er aan’.

  145. Denise Witjas
    / Antwoord

    Hierbij in plaats van bijgaand. “Want je stuurt jezelf toch niet mee in de envelop?”

  146. GUSTA
    / Antwoord

    Helaas heb ik op school weinig geleerd. Mijn vader, DIE leerde me de Nederlandse taal. Zo goed dat ik bij een toets de leraar (die toen nog ‘meester’ heette) verbeterde. Uiteindelijk moest (sic!) er nog een aantal collega’s bij komen om te bevestigen wat ik zei, namelijk dat het ‘de vergrote foto’ moest zijn, en niet ‘de vergrootte foto. En sinds dat wapenfeit op mijn elfde is er weinig veranderd in de wereld. Ik weet het nog steeds beter. 😇 Ja, ik ben onuitstaanbaar.

  147. Angela
    / Antwoord

    Groter dan en even groot als.
    In combinatie met: groter dan ik i.p.v. groter als mij.

  148. Robert Bakelaar
    / Antwoord

    “We zijn wezen winkelen”. Wezen? Wezen zijn kinderen die geen ouders hebben.

  149. Angela van Lambalgen
    / Antwoord

    Groter dan en even groot als.
    In combinatie met: groter dan ik, in plaats van groter als mij.

  150. Suzanne
    / Antwoord

    Vooral de “beter dan of beter als” regel. Die vergeet ik niet zo snel… 😀

  151. Trudie Jansen-Daniels
    / Antwoord

    Zoveel regels en zoveel erin gestampt dat je de meeste automatisch toepast.

  152. Carin Rosengarten
    / Antwoord

    Ingestampt: met dt of alleen een t of helemaal geen d of t? Ezelsbruggetjes zoals loop je en je loopt en natuurlijk het kofschip.

  153. / Antwoord

    Ik heb geleerd dat je een zin nooit met ‘en’ mag beginnen. En dat terwijl een zin dan zo lekker loopt…

  154. Katleen Van Dooren
    / Antwoord

    Heel vaak moeten horen, en typisch Vlaams (Antwerpen):

    ‘Ik mag geen spruiten’
    ‘van wie niet?’

    Omdat het natuurlijk ‘ik lust’ moet zijn…

  155. suzanne
    / Antwoord

    Vooral de “beter dan/beter als” regel… Vergeet ik nooit meer 😀

  156. Marieke de Jong
    / Antwoord

    Beter dan IK! Groter dan HIJ/ZIJ! Vooral als kind vulden we, mijn broertje en ik, vaak ‘mij’ of ‘hem/haar’ in. Nu hadden ze daar bij ons op school geen probleem mee. Mijn moeder daarentegen… Als een volleerd taalnazi verbeterde ze ons bij elk klein foutje. Soms, als ik weer eens zo’n kleine fout maak, hoor ik in mijn gedachte nog: “Beter dan IK!”. Maar of ik dat wil? Laat haar dan maar gewoon beter dan mij zijn. 😉

  157. Yvonne
    / Antwoord

    Bij mij is het andersom
    Op scholen wordt het KOFSCHIP massaal gebruikt om spellingregels te onthouden. Ze hebben het me vaak uitgelegd, ik kan het maar niet onthouden. Ik doe het wel met hoe ik het geleerd hebt, ooit 😉 Dat werkt nog steeds.

    • Yvonne
      / Antwoord

      Oeps….. heb

  158. / Antwoord

    Wij leerden :’Jij word zonder t.’
    Terwijl dat niet verboden is.

  159. Menno van Zanten
    / Antwoord

    ‘Het is zijn boek’ versus ‘Het is hem ze boek’.

  160. Bernard de Vries
    / Antwoord

    Je doet iets opnieuw of over, niet overnieuw! Tegenwoordig mag overnieuw dus ook maar ik vind het zo lelijk klinken/staan…!

  161. Jolande
    / Antwoord

    Groter dan en groter als
    Hun/hen
    En mijn grootste ergenis op dit moment is me/mijn. Ik ben met me moeder..
    Wat vind je van het woord wezen? Gisteren lekker wezen eten. Brrrr!

  162. Charlotte
    / Antwoord

    Het verschil tussen als-dan is er zo hard ingestampt, dat ik deze regel vanaf het eerste moment niet meer heb vergeten. Zo kan ik er nog wel meer opnoemen, want ik ben echt gek op taal. Daarom lijkt het me erg leuk het boek van Wouter van Wingerden te kunnen lezen.

  163. Cindy
    / Antwoord

    Als Amsterdams meisje van de Albert Cuyp kreeg ik het zwaar in het Gooi. Waar je hullie en zullie niet meer kon zeggen, maar die aardappel niet zo lekker in mijn keel zat…. Tot ik iemand een klap op z’n kanis gaf en zei dat ie z’n muil moest houden met dat verbeteren… als je 7 bent mag je dat nog zo oplossen! #liefde voor de Nederlandse taal in alle soorten en (met je ) maten!

  164. John Buijsen
    / Antwoord

    ‘t kofschip

  165. Liesbeth B
    / Antwoord

    Regel:Bij ‘ik’ ervoor of ‘ik, jij, je’ erachter komt er nooit een ‘t’ in de tegenwoordige tijd.

    Gouden regel die nog regelmatig door mijn hoofd schiet bij het schrijven.

  166. Ellen
    / Antwoord

    ‘Zoals bijvoorbeeld…’ geeft mij acute hoofdpijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De leukste voutjes »

Taalvoutjes-hebbedingen »