Stokpaardjes van schoolmeesters

“Ik heb een cadeau gehad.”
“Hoezo, heb je het dan nu niet meer?”

“Ik wens je een hele fijne vakantie!”
“Geen halve, mag ik hopen.”

Door Wouter van Wingerden

Had of heb jij ook zo’n ‘grappige’ vader? Of moeder, broer, zus, partner of anderszins? Zo’n wijsneus die het beter denkt te weten en jou fijntjes op je gebrekkige taalgebruik wijst, niet één keer, maar telkens weer? Mensen waartegen – o nee, tegen wie – je haast niets meer durft te zeggen omdat ze hun talige stokpaardjes maar blijven berijden.

‘Schoolmeesters’ noem ik ze. Van het ouderwetse soort, want ze geven je een flinke tik op de vingers om elke komma voor ‘en’, elk meervoud bij ‘een aantal’ en elk zwaar bij ‘wegen’. Het zijn geen handvaten maar handvatten, de reizigers worden niet verzocht en je print wel iets, maar niet uit.

En o, wat zijn ze trots als ze je daarmee terechtgewezen hebben! Ze hebben het tenslotte zo geleerd, vroeger op school. Helaas voor die grappige vader, betweterige broer en bijdehante tante, voor de krampachtige collega en de pedante partner: ze hebben vaak helemaal geen gelijk. Nu niet, en vaak zelfs vroeger al niet. Want veel van zulke regels zijn geen harde waarheden. Soms zijn het pure verzinsels!

Zo zitten we dankzij de taalkundige Christiaen van Heule al sinds 1625 opgescheept met de onnatuurlijke hen/hun-regel: ‘hun’ is meewerkend voorwerp (“Ik geef hun een fles wijn”), ‘hen’ lijdend voorwerp (“Ik zie hen”). In de achttiende eeuw bedacht iemand dat “de vrouw waarmee hij wilde trouwen” niet meer mocht. Dat wouden slordiger is dan wilden, is een negentiende-eeuws oordeel. En de regel dat een aantal mensen zijn fout zou zijn, is pas in de twintigste eeuw verzonnen – en massaal verspreid. Zonder goede reden, maar inmiddels fel verdedigd.

Dezelfde schoolmeesters berijden ook triomfantelijk hun stokpaardje van het ‘logisch’ denken:

“Mijn zus is vegetarisch.”
“Huh? Ik dacht dat ze van vlees was?”

“Heb je dan geen honger?”
“Nee.”

En in dat laatste geval dan verbaasd zijn dat je niets te eten krijgt, omdat je heel koppig wiskundig redeneert: geen honger + nee = wel honger. Zo werkt taal niet. Wie dat wel denkt en vooral wie dat stug aan anderen opdringt, bemoeilijkt de communicatie tussen mensen en ziet taal ten onrechte als iets statisch, als iets waarin alles zwart-wit is, waarin geen variatie kan en mag voorkomen. Als dat laatste echt het geval was, was het Nederlands morsdood.

Dus volgende keer als er weer iemand elk overbodig ‘om’ wil schrappen, ‘omdat’ in ‘doordat’ wil veranderen of zegt dat het ‘heeft gedaan’ moet zijn omdat ‘gedaan heeft’ Duits zou zijn, sla ze dan om de oren met wat je in Maar zo heb ik het geleerd! hebt gelezen. Want dan weet je écht hoe het zit: dat het Nederlands veel ruimhartiger is dan sommige mensen zouden willen.

En als je toevallig zélf een ‘schoolmeester’ bent die na deze column nog troost nodig heeft: nee, niet alle oude vertrouwde normen hoef je overboord te gooien. Hun hebben, groter als, overnieuw, het boek wat, de media is: er zijn klassieke taalfouten die we met z’n allen nog steeds écht fout vinden. Geniet ervan zolang het kan.


Wouter van Wingerden door Jan Arsenovic

Wouter van Wingerden doet naar eigen zeggen ‘iets met taal’. We durven dat wel een understatement te noemen: hij schreef columns voor Nu.nl, werkte bij het Meertens Instituut én was taaladviseur bij Onze Taal. Vorig jaar verscheen het boek Dat hoor je mij niet zeggen! met de mooiste taalclichés die hij samen met Pepijn Hendriks dertien jaar lang verzamelde. Op 7 juni 2017 verscheen zijn boek Maar zo heb ik het geleerd! waar de vijftig heetste hangijzers in de Nederlandse taal aan bod komen.

 



WINNEN!
We mogen vijf exemplaren weggeven van Wouter van Wingerdens nieuwste boek Maar zo heb ik het geleerd!. Laat in een reactie hieronder weten welke taalregel er bij jou op school zo ingestampt is dat je deze nooit meer zult vergeten. Wie weet valt het boek dan binnenkort bij jou op de mat!

Meer zien? Blader door het inkijkexemplaar of bestel het boek: 
https://issuu.com/vbku/docs/9789460773266_biw_inkijk



Wil je zelf je taaloverdenkingen terugzien op onze site? Stuur je column in.

Column

Column: Ge snapt me toch?

Column: Ge snapt me toch?

Door Hans van Brunschot Ik kan me op zich best voorstellen dat het voor een taalnazi lastig is om een gesprek te voeren met ‘ons’. ‘Wij’...


Column

Column: Indentiteit

Column: Indentiteit

De afgelopen jaren werd er op mijn werk flink gereorganiseerd. Het specialistische, op woordenboeken gerichte Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) veran...


Column

Column: Omstandigheden

Column: Omstandigheden

Door Lieke van Zeeland-Korthagen Al waggelend door een nog rustige stad werd mijn aandacht getrokken door een winkelruit met daarop behoorlijk groot ‘OPEN SOON’...