Column: De kokodril van Denzel

We zitten in de kring. “Wat zou je toveren, als je voor één dag een tovenaar was?”, is de vraag. Ik hoor de mooiste dromen, die vooral te maken hebben met een zwembad in de achtertuin, prinsessen, draken en babydiertjes.

Foto Sherita Jager

 

Door: Sherita Jager

 

Het duurt even voor Denzels fantasie gaat werken, want nuchter als hij is, spreekt zijn Nederlandse kant: “Maar toveren kan helemaal niet.” Als ik even aandring en Denzel dan eenmaal toch begint te fantaseren, is hij niet meer te stoppen. Zijn droom is erg spannend. “Ik wil een kokodril in de tuin!”, roept hij met een stralend gezicht. Leuk, denk ik eerst. Maar dan ben ik even van slag. Hier klopt iets niet …

Paul, een van de leerlingen met een grote Nederlandse woordenschat, kijkt me met grote ogen aan. Wat zegt hij nu verkeerd? Het klinkt zo gek. Kokodril … Kokodril …

Ik kijk naar Denzel, die met een heel blij gezicht aan zijn kokodril in de achtertuin denkt. Ik kijk nog een keer naar Paul, herhaal Denzels zin en dan hoor ik het. “Kokodril!”

Ik onderbreek Denzel even in zijn fantasie en vertel hem dat het juiste woord ‘krokodil’ is. Ook goed, zie ik hem denken. Als ik hem maar in mijn tuin mag houden.

Wil je zelf je column terugzien op onze site? Stuur je column in.

Woordweetje

Woordweetje: verre vergissingen

Woordweetje: verre vergissingen

Misverstand op misverstand. Zo kun je de ontdekking van het Latijns-Amerikaanse continent wel kenmerken. Het begon natuurlijk met die goeie ouwe Columbus die er...


Column

Column: Talvoucies

Column: Talvoucies

Op ‘t Kofschip in Rome, waar ik lesgeef, zitten kinderen met minstens één Nederlandstalige ouder. Drie uur per week krijgen ze Nederlandse les en zie je de kind...


Woordweetje

Woordweetje: beestenboel

Woordweetje: beestenboel

‘Muisstil’, ‘kiplekker’, ‘beregezellig’, ‘apetrots’. Waarom hangen zo veel bijvoeglijke naamwoorden in de Nederlandse taal toch de beest uit?   Door Mark M...