923 shares
Vlam, vlek, vleum, vraak, vrek, vreek, flak, flen, fleeks, fleus, frak, fraas, freks, freun. Zo. Daar had ik niet van terug. Het was een schrijfoefening van sch...
Op ‘t Kofschip in Rome, waar ik lesgeef, zitten kinderen met minstens één Nederlandstalige ouder. Drie uur per week krijgen ze Nederlandse les en zie je de kind...