Het verhaal achter de uitspraak ‘geld stinkt niet’ speelt zich af in het Romeinse Rijk onder het bewind van keizer Vespasianus. Die arme Vespasianus trof het niet dat zijn voorganger Nero vrijwel niets aan staatskas achtergelaten had en Rome getroffen was door een grote stadsbrand. De wederopbouw kostte klauwen met geld; aan Vespasianus dus de schone taak om de spaarpot weer gevuld te krijgen.
En zo kwam de belastingpolitiek van deze keizer op gang. Er kwam een toename aan belastingen. Op zoek naar nieuwe belastingen kwam hij op een zeker moment op een eigenaardig idee …
Door Bianca van Rossum
In vollerijen werd van wol vilt gemaakt, om daarna stevig en waterdicht gemaakt te worden. Later konden de stoffen dan dienen voor het maken van toga’s. Voor het reinigingswerk was urine nodig. In openbare toiletten werd de urine verzameld om ’s avonds door vollers geleegd te worden. Keizer Vespasianus rook geld en besloot belasting over de urine te heffen. De ‘urinebelasting’ was geboren!
Vespasianus’ zoon Titus geneerde zich ervoor dat zijn vader de belasting zelfs tot urine had laten komen. Wanneer hij zijn onvrede over deze belastingmaatregel aan zijn vader kenbaar maakt, duwt de keizer een munt onder zijn neus. Op de vraag aan zijn zoon of het muntstuk stinkt, kan Titus niet anders dan een ontkennend antwoord geven. Vespasianus zou toen gezegd hebben dat er geen luchtje aan de munt zat, ook al kwam die van de urine (‘Atqui, e lotio est’). (Suetonius, De Vita Caesarum, Divus Vespasianus 23).
De tekst ‘Pecunia non olet!’ (‘Geld stinkt niet!’) is niet in een originele Latijnse tekst terug te vinden. Dit neemt echter niet weg dat deze tekst wel degelijk aan Vespasianus gelinkt is. Wat de beste man duidelijk probeerde te maken, is dat het niet uitmaakt hoe je je geld verdient.
Het is niet alleen ons spreekwoordenboek die deze uitspraak vandaag de dag nog steeds doet voortleven. Ook de openbare toiletten in Frankrijk (vespasiennes), Italië (vespasiani) en Roemenië (vespasiene) herinneren ons nog aan keizer Vespasianus en zijn ‘pecunia non olet’!
De kat krabt de krullen van de trap, Liesje leerde Lotje lopen langs de Lange Lindelaan: sommige zinnen zijn bijna onmogelijk om voutloos uit te spreken. Voor o...
Dion van Meel ontdekte dat het ook jaren geleden al om zich heen sloeg: het spatievirus. Hoewel hij het vreselijk vindt, moet hij er toch ook om lachen. Maar ku...
Het platteland van de staat Virginia, op twee uurtjes rijden van Washington. Vakantie. In de tuin van mijn tante, die hier onlangs van New York naartoe is verhu...
“Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje.” Grote kans dat jij dit liedje ook jarenlang hebt gezongen zonder je ooit af te vragen wat een kapoentje nou...