#taal voor de leuk


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]In haar nieuwste boek 'Taal voor de leuk' neemt Paulien Cornelisse ons mee in al haar taalverwonderingen. Van het woordje 'heul' (in plaats van 'heel') en de befaamde FONQ-slogan 'Vind jouw mooi': er is genoeg in de wereld van taal om je over te verbazen. Zo ook over dierennamen. In dit fragment uit het boek neemt Paulien ons mee in haar overdenkingen hierover. [/intro]

Kakkie

Er was een kat kwijt en er waren briefjes opgehangen. Kakkie, las ik. Het was een kat uit Amsterdam-Zuid. Dat was wel passend, want Amsterdam-Zuid is een kakbuurt. Maar waarom de kat Kakkie genoemd? Was Kakkie ooit een kat die naast de bak kakte? Dat misschien nog steeds wel deed? Of was er een peuter in de familie die 'katje' probeerde te zeggen en er 'kakkie' van maakte? Of was de familie van Kakkie bezig met het accepteren van het feit dat ze in een kakbuurt woonden? Dan maar all the way en je kat Kakkie noemen. De hond heet Rolex en de parkieten noemen we Moët en Chandon. De nieuwe directeur van Artis heet Rembrandt Sutorius en ik denk dat die voornaam een last is. Dat je je steeds maar weer moet verontschuldigen dat je echt niet kunt tekenen, of in ieder geval niet zo goed als de 'echte' Rembrandt. Maar wie ís de echte Rembrandt? Van hoeveel dierentuinen moet je directeur worden voordat je eindelijk de definitieve Rembrandt bent? In Artis krijgen de dieren nog wel namen, maar er wordt niet meer zo mee naar buiten getreden. Een vrijwilligster heeft mij ooit uitgelegd dat dat het beleid was - de dieren zijn daar niet als individu, maar als representant van hun soort. De olifant is daarom gewoon 'de olifant'. Maar voor intern gebruik hebben de dieren wel namen. Logisch, want het is niet te doen om een baby-olifant te voeren en ondertussen te denken: wat een interessante representant van alle baby-olifanten ter wereld. (Ik zou sowieso geen enkele gedachte meer kunnen hebben behalve: 'Owwww ... die haartjes!') Opvallend is wel dat die interne namen in Artis heel zorgvuldig en cultureel-sensitief worden gekozen. Een paar jaar geleden werd er een olifantje geboren dat 'Sanuk' werd genoemd. Dat is een Thaise naam, want de Artis-olifanten wonen 'eigenlijk' in Thailand. Als de namen toch niet officieel zijn, zou je denken: noem die olifant lekker Kakkie als het zo uitkomt. Of Rembrandt. [line]
© Tessa Posthuma-de Boer
© Tessa Posthuma-de Boer
Over Paulien Cornelisse Je kent haar misschien van De Wereld Draait Door, van haar cabaretoptredens of natúúrlijk van de boeken 'Taal is zeg maar echt mijn ding' (waar meer dan 500.000 exemplaren van verkocht zijn!) en de opvolger 'En dan nog iets'. Haar taalkronkels zijn herkenbaar maar toch verrassend en vooral heel erg geestig. Iemand die de rijkheid van de Nederlandse taal zo'n warm hart toedraagt, die dragen wij ook een warm hart toe. Haar nieuwste boek, 'De verwarde cavia' heeft ze in eigen beheer uitgegeven. [line]

923 shares

Ik snap 'm niet

Kleine spoiler: de titel van Paulien Cornelisses nieuwste boek Taal voor de leuk geeft eigenlijk alles weg over de inhoud. Dit boek gaat over taal. Voor de leuk. We kennen natuurlijk allemaal al Taal is zeg maar echt mijn ding en En dan nog iets. Het nieuwste werk is een waardig opvolger van die twee.  Door Jojanneke Drapers Paulien Cornelisse doet waar zij goed in is: talige en minder talige fenomenen opsporen, observeren en analyseren. Vervolgens beschrijft ze in korte en gevatte stukjes wat haar opvalt. Wie denkt dat Taal voor de leuk een verzameling is van totaal van elkaar geregen losstaande verhaaltjes, heeft het mis: het is een soort Het Jaar Rond in Taal. Stukjes sluiten thematisch op elkaar aan; Sinterklaas, Valentijnsdag en Pasen komen bijvoorbeeld langs - samen met alle clichés die erbij horen - en worden aangevuld met dingen waar ik nog nooit bij had nagedacht, of nog niet wist. Zo schijn je in dertiende-eeuws Engeland, mocht je daar ooit terechtkomen, beter niet over mensen te kunnen zeggen dat ze nice zijn. Tijdens het lezen zul je talloze dingen herkennen. Of het doet je denken aan uitspraken die je zelf zijn opgevallen. De oude dame die opmerkte: "Ik houd niet meer zo van nare dingen", deed mij denken aan al die jonge, hippe mensen die in hun Tinderprofiel graag vermelden dat ze van ‘reizen, lekker eten en leuke dingen doen’ houden – want wie houdt er nou niet van een open deur? Los van dingen waar ik zelf nog nooit over had nagedacht, bespreekt Paulien ook dingen die mij en vast ook de rest van Nederland al waren opgevallen – ook gezien het aantal inzendingen bij Taalvoutjes. Ik was blij (of nou ja, blij?) de reclameslogan van Fonq weer terug te zien: ‘Fonq vind jouw mooi’. Zelfs hierover heeft Paulien geen uitgesproken mening, maar het doet je wel beseffen dat dit een prachtige taalode is aan deze tijd om in je kast te hebben en over vijftig jaar weer eens terug te lezen. Meermalen ziet Paulien de noodzaak om aan te geven dat zij de baas van de taal niet is. Ze heeft niets over te zeggen over hoe mensen spreken, dus observeert ze. Een nuchtere kijk op taal, waar veel mensen wat van zouden kunnen leren. Ik zelf ook nog weleens, merk ik: zo schrijft Paulien Cornelisse ‘seks’ in haar boek als ‘sex’. Daar vind ik iets van, maar wat ga ik eraan doen? Is het boek daardoor minder leuk? Nee. Eigenlijk is Cornelisses kijk op taal een wijze levensles. Observeer, verwonder je, en schrijf er een stukje over.
Is dit boek geschikt voor jou? JA: als je taal liever bewondert dan erover zeurt. NEE: als je liever zeurt over taal dan het bewondert.
Auteur: Paulien Cornelisse Uitgeverij: Cornelisse Jaar: 2018 Aantal pagina’s: 256 Meer van Paulien Cornelisse: