#Rome


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Het verhaal achter de uitspraak ‘geld stinkt niet’ speelt zich af in het Romeinse Rijk onder het bewind van keizer Vespasianus. Die arme Vespasianus trof het niet dat zijn voorganger Nero vrijwel niets aan staatskas achtergelaten had en Rome getroffen was door een grote stadsbrand. De wederopbouw kostte klauwen met geld; aan Vespasianus dus de schone taak om de spaarpot weer gevuld te krijgen. En zo kwam de belastingpolitiek van deze keizer op gang. Er kwam een toename aan belastingen. Op zoek naar nieuwe belastingen kwam hij op een zeker moment op een eigenaardig idee ...[/intro] Door Bianca van Rossum In vollerijen werd van wol vilt gemaakt, om daarna stevig en waterdicht gemaakt te worden. Later konden de stoffen dan dienen voor het maken van toga’s. Voor het reinigingswerk was urine nodig. In openbare toiletten werd de urine verzameld om ’s avonds door vollers geleegd te worden. Keizer Vespasianus rook geld en besloot belasting over de urine te heffen. De ‘urinebelasting’ was geboren! Vespasianus’ zoon Titus geneerde zich ervoor dat zijn vader de belasting zelfs tot urine had laten komen. Wanneer hij zijn onvrede over deze belastingmaatregel aan zijn vader kenbaar maakt, duwt de keizer een munt onder zijn neus. Op de vraag aan zijn zoon of het muntstuk stinkt, kan Titus niet anders dan een ontkennend antwoord geven. Vespasianus zou toen gezegd hebben dat er geen luchtje aan de munt zat, ook al kwam die van de urine (‘Atqui, e lotio est’). (Suetonius, De Vita Caesarum, Divus Vespasianus 23). De tekst ‘Pecunia non olet!’ (‘Geld stinkt niet!’) is niet in een originele Latijnse tekst terug te vinden. Dit neemt echter niet weg dat deze tekst wel degelijk aan Vespasianus gelinkt is. Wat de beste man duidelijk probeerde te maken, is dat het niet uitmaakt hoe je je geld verdient. Het is niet alleen ons spreekwoordenboek die deze uitspraak vandaag de dag nog steeds doet voortleven. Ook de openbare toiletten in Frankrijk (vespasiennes), Italië (vespasiani) en Roemenië (vespasiene) herinneren ons nog aan keizer Vespasianus en zijn ‘pecunia non olet’!  

923 shares

Ik snap 'm niet

Op ‘t Kofschip in Rome, waar ik lesgeef, zitten kinderen met minstens één Nederlandstalige ouder. Drie uur per week krijgen ze Nederlandse les en zie je de kinderen worstelen met de taal.   Door: Tessa Vrijmoed     Zo spelen ze ‘foetbal’ en eten ze ‘fis’. Hypercorrigeren ze als gevolg daarvan rijwiel tot ‘viets’. Wordt het tegenovergestelde van goed – ja, inderdaad – ‘vout’. De v zorgt ook voor problemen, omdat die in het Italiaans meer als onze w klinkt: zo vragen ze elkaar "Vaar voon je?" en kan het antwoord luiden: "Hir." Dat laatste heeft dan weer te maken met de lange Italiaanse i, die ‘imand’ hier hardnekkig door kan laten klinken. Vandaar ook dat een Italiaans-Nederlands kind ‘niet’ voorleest als het Russische ‘njet’, want de i en de e zijn voor hem twee losse letters. Tweeklanken als ‘ee’ zorgen al helemaal voor ‘hil fil’ problemen. En áls een leerling eenmaal lucht heeft gekregen van dubbele klinkers, zet hij ze niet zelden te onpas in, zoals een jeugdlid van AS Roma eens schreef: "Ik schop teeche de baal." Toch knap, dat hij bij het voorzetsel dan wel zijn best doet om de g-klank met ‘ch’ te schrijven: deze combinatie klinkt immers in het Italiaans als ‘k’. En dat een Italiaan, die iedere letter doorgaans nauwkeurig articuleert, de laatste letter weg laat vallen, hebben we helemaal aan onszelf te danken: wij zijn nou eenmaal slordig met onze slot-n. Besteed je wekenlang aandacht aan het Nederlandse verkleinwoord, raak dan niet gefrustreerd als een kleine kraan toch stug als ‘crancie’ wordt genoteerd. En hou rekening met andersoortige taalfouten, zoals het trotse "Gedaan!", als een kleuter klaar is met zijn werkje. En op de vraag "Waarom heb je je boek niet gelezen?" krijg je steevast de klassieker "Waarom ik had geen tijd" te horen, waarbij niet alleen de herhaling van het vraagwoord opvalt, maar ook de woordvolgorde. Ik schrijf dit stukje niet om mijn leerlingen op de hak te nemen. Integendeel. Ik bewonder hen, dat ze zo’n vreemde taal spreken. Communiceren, daar gaat het om. En de rest? Ach, het zijn maar talvoucies.   Heb je ook een leuk idee voor een column en kun je goed schrijven? Stuur hier je column in. Wie weet zie je die binnenkort terug op deze site! Gepubliceerde columns worden beloond met een leuk Taalvoutjes-pakket.